Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Johannes 18
Jezus wordt gevangengenomen en verhoord
Jezus wordt in de tuin gevangengenomen
Nadat Jezus dit had gezegd, vertrok Hij met Zijn leerlingen.
Ze staken de Kedronbeek over en gingen samen een tuin binnen.
Ze staken de Kedronbeek over en gingen samen een tuin binnen.
Judas, die Hem verraadde, kende die plek ook.
Jezus was daar namelijk vaak met Zijn leerlingen bijeengekomen.
Jezus was daar namelijk vaak met Zijn leerlingen bijeengekomen.
Judas kwam daar met een afdeling soldaten en enkele dienaren van de overpriesters en Farizeeën.
Ze hadden lantaarns, fakkels en wapens bij zich.
Ze hadden lantaarns, fakkels en wapens bij zich.
Jezus wist alles wat Hem zou overkomen.
Hij liep hun tegemoet en vroeg: Wie zoeken jullie?
Hij liep hun tegemoet en vroeg: Wie zoeken jullie?
Ze antwoordden Hem: Jezus uit Nazareth.
Jezus zei: Ik ben het.
Judas, die Hem verraadde, stond bij hen.
Jezus zei: Ik ben het.
Judas, die Hem verraadde, stond bij hen.
Toen Hij tegen hen zei: Ik ben het, deinsden ze achteruit en vielen ze op de grond.
Jezus vroeg hun opnieuw: Wie zoeken jullie?
Ze antwoordden: Jezus uit Nazareth.
Ze antwoordden: Jezus uit Nazareth.
Jezus antwoordde: Ik heb jullie gezegd dat ik het ben.
Als jullie mij zoeken, laat deze mannen dan gaan.
Als jullie mij zoeken, laat deze mannen dan gaan.
Zo werd vervuld wat Hij eerder had gezegd: Van de mensen die U mij hebt gegeven, heb ik niemand verloren.
Simon Petrus had een zwaard bij zich.
Hij trok het en sloeg daarmee de dienaar van de hogepriester.
Hij hakte zijn rechteroor af.
De dienaar heette Malchus.
Hij trok het en sloeg daarmee de dienaar van de hogepriester.
Hij hakte zijn rechteroor af.
De dienaar heette Malchus.
Jezus zei tegen Petrus: Steek je zwaard in de schede.
Zou ik de drinkbeker niet drinken die de Vader mij heeft gegeven?
Zou ik de drinkbeker niet drinken die de Vader mij heeft gegeven?
Jezus wordt verhoord en Petrus ontkent Hem
De afdeling soldaten, hun commandant en de dienaren van de Joden namen Jezus samen gevangen en bonden Hem vast.
Eerst brachten ze Hem naar Annas.
Hij was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was.
Hij was de schoonvader van Kajafas, die dat jaar hogepriester was.
Kajafas was degene die de Joden had geadviseerd dat het beter was als één mens voor het volk stierf.
Simon Petrus volgde Jezus, samen met een andere leerling.
Die leerling was bekend bij de hogepriester en ging met Jezus de binnenplaats van de hogepriester op.
Die leerling was bekend bij de hogepriester en ging met Jezus de binnenplaats van de hogepriester op.
Petrus bleef buiten bij de deur staan.
De andere leerling ging weer naar buiten, sprak met de vrouw bij de deur en bracht Petrus naar binnen.
De andere leerling ging weer naar buiten, sprak met de vrouw bij de deur en bracht Petrus naar binnen.
De dienstmeid bij de deur vroeg Petrus: Hoor jij soms ook bij de leerlingen van deze man?
Hij antwoordde: Ik ben het niet.
Hij antwoordde: Ik ben het niet.
De dienaren en bewakers hadden een houtskoolvuur gemaakt, omdat het koud was.
Ze stonden zich erbij te warmen.
Petrus stond tussen hen en warmde zich ook.
Ze stonden zich erbij te warmen.
Petrus stond tussen hen en warmde zich ook.
De hogepriester ondervroeg Jezus over Zijn leerlingen en Zijn onderwijs.
Jezus antwoordde: Ik heb in het openbaar gesproken.
Ik gaf altijd onderwijs in de synagoge en de tempel, waar Joden uit alle plaatsen samenkwamen.
In het geheim heb ik niets gezegd.
Ik gaf altijd onderwijs in de synagoge en de tempel, waar Joden uit alle plaatsen samenkwamen.
In het geheim heb ik niets gezegd.
Waarom ondervraagt u mij?
Vraag het aan de mensen die mijn woorden hebben gehoord.
Zij weten wat ik gezegd heb.
Vraag het aan de mensen die mijn woorden hebben gehoord.
Zij weten wat ik gezegd heb.
Toen Hij dit zei, gaf een van de dienaren die erbij stond Jezus een klap.
De man zei: Is dat de manier waarop U de hogepriester antwoordt?
De man zei: Is dat de manier waarop U de hogepriester antwoordt?
Jezus antwoordde hem: Als ik iets verkeerds heb gezegd, bewijs dan wat er verkeerd was.
Maar als ik goed gesproken heb, waarom sla je mij dan?
Maar als ik goed gesproken heb, waarom sla je mij dan?
Annas stuurde Hem toen gebonden naar de hogepriester Kajafas.
Simon Petrus stond zich nog altijd te warmen.
De aanwezigen vroegen hem: Hoor jij soms ook bij Zijn leerlingen?
Petrus ontkende het en zei: Ik ben het niet.
De aanwezigen vroegen hem: Hoor jij soms ook bij Zijn leerlingen?
Petrus ontkende het en zei: Ik ben het niet.
Een dienaar van de hogepriester was familie van de man van wie Petrus het oor had afgehakt.
Hij vroeg: Heb ik jou niet met Hem in de tuin gezien?
Hij vroeg: Heb ik jou niet met Hem in de tuin gezien?
Petrus ontkende het opnieuw.
Meteen kraaide de haan.
Meteen kraaide de haan.
Jezus wordt aan Pilatus overgeleverd
Ze brachten Jezus van Kajafas naar het gerechtsgebouw van Pilatus.
Het was vroeg in de ochtend.
De Joodse leiders gingen zelf niet naar binnen.
Ze wilden niet onrein worden, zodat ze het pascha konden eten.
Het was vroeg in de ochtend.
De Joodse leiders gingen zelf niet naar binnen.
Ze wilden niet onrein worden, zodat ze het pascha konden eten.
Pilatus kwam naar buiten en vroeg hun: Welke beschuldiging brengen jullie tegen deze man in?
Ze antwoordden: Als Hij geen misdadiger was, zouden we Hem niet aan u hebben overgeleverd.
Pilatus zei: Neem Hem zelf mee en oordeel Hem volgens jullie wet.
De Joden antwoordden: Wij mogen niemand doden.
De Joden antwoordden: Wij mogen niemand doden.
Zo werd vervuld wat Jezus had gezegd over de manier waarop Hij zou sterven.
Jezus spreekt met Pilatus over Zijn koninkrijk
Pilatus ging het gerechtsgebouw weer binnen, liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: Bent U de Koning van de Joden?
Jezus antwoordde: Vraagt u dit uit uzelf, of hebben anderen u dit over mij verteld?
Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood?
Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd.
Wat hebt U gedaan?
Uw eigen volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd.
Wat hebt U gedaan?
Jezus antwoordde: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.
Als mijn koninkrijk van deze wereld was, zouden mijn dienaren vechten om te voorkomen dat ik aan de Joden werd overgeleverd.
Maar mijn koninkrijk komt niet van hier.
Als mijn koninkrijk van deze wereld was, zouden mijn dienaren vechten om te voorkomen dat ik aan de Joden werd overgeleverd.
Maar mijn koninkrijk komt niet van hier.
Pilatus vroeg Hem: Bent U dan een koning?
Jezus antwoordde: U zegt dat ik Koning ben.
Daarvoor ben ik geboren en naar de wereld gekomen: om van de waarheid te getuigen.
Iedereen die bij de waarheid hoort, luistert naar mijn stem.
Jezus antwoordde: U zegt dat ik Koning ben.
Daarvoor ben ik geboren en naar de wereld gekomen: om van de waarheid te getuigen.
Iedereen die bij de waarheid hoort, luistert naar mijn stem.
Pilatus vroeg Hem: Wat is waarheid?
Daarna ging hij weer naar buiten en zei tegen de Joden: Ik vind niets waaraan Hij schuldig is.
Daarna ging hij weer naar buiten en zei tegen de Joden: Ik vind niets waaraan Hij schuldig is.
De menigte kiest Barabbas
Het is bij jullie de gewoonte dat ik tijdens het pascha iemand vrijlaat.
Willen jullie dat ik de Koning van de Joden vrijlaat?
Willen jullie dat ik de Koning van de Joden vrijlaat?
Toen riepen ze allemaal opnieuw: Niet Hem, maar Barabbas!
Barabbas was een moordenaar.
Barabbas was een moordenaar.