Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Johannes 19
Jezus wordt gekruisigd en begraven
Pilatus levert Jezus over om gekruisigd te worden
Toen liet Pilatus Jezus geselen.
De soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op Zijn hoofd.
Ook sloegen ze Hem een purperen mantel om.
Ook sloegen ze Hem een purperen mantel om.
Ze zeiden: Wees gegroet, Koning van de Joden!
Daarna gaven ze Hem klappen.
Daarna gaven ze Hem klappen.
Pilatus ging opnieuw naar buiten en zei: Kijk, ik breng Hem naar buiten.
Dan weten jullie dat ik niets vind waaraan Hij schuldig is.
Dan weten jullie dat ik niets vind waaraan Hij schuldig is.
Jezus kwam naar buiten met de doornenkroon en de purperen mantel.
Pilatus zei: Kijk, de Mens!
Pilatus zei: Kijk, de Mens!
Toen de overpriesters en dienaren Hem zagen, riepen ze: Kruisig Hem!
Kruisig Hem!
Pilatus zei: Neem Hem zelf en kruisig Hem.
Ik vind niets waaraan Hij schuldig is.
Kruisig Hem!
Pilatus zei: Neem Hem zelf en kruisig Hem.
Ik vind niets waaraan Hij schuldig is.
De Joden antwoordden: Wij hebben een wet, en volgens die wet moet Hij sterven.
Hij heeft zichzelf namelijk Gods Zoon genoemd.
Hij heeft zichzelf namelijk Gods Zoon genoemd.
Toen Pilatus dit hoorde, werd hij nog banger.
Hij ging het gerechtsgebouw weer binnen en vroeg Jezus: Waar komt U vandaan?
Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Maar Jezus gaf hem geen antwoord.
Pilatus zei: Wilt U niet tegen mij spreken?
Weet U niet dat ik de macht heb om U te kruisigen of vrij te laten?
Weet U niet dat ik de macht heb om U te kruisigen of vrij te laten?
Jezus antwoordde: U zou geen enkele macht over mij hebben als die u niet van boven gegeven was.
Daarom heeft degene die mij aan u overleverde een grotere zonde.
Daarom heeft degene die mij aan u overleverde een grotere zonde.
Vanaf dat moment probeerde Pilatus Hem vrij te laten.
Maar de Joden riepen: Als u deze man vrijlaat, bent u geen vriend van de keizer.
Iedereen die zichzelf koning maakt, verzet zich tegen de keizer.
Maar de Joden riepen: Als u deze man vrijlaat, bent u geen vriend van de keizer.
Iedereen die zichzelf koning maakt, verzet zich tegen de keizer.
Toen Pilatus dit hoorde, bracht hij Jezus naar buiten.
Hij ging op de rechterstoel zitten op de plaats die Lithostrotos heet, in het Aramees Gabbatha.
Hij ging op de rechterstoel zitten op de plaats die Lithostrotos heet, in het Aramees Gabbatha.
Het was de voorbereidingsdag van het pascha, ongeveer het zesde uur.
Pilatus zei tegen de Joden: Kijk, jullie Koning!
Pilatus zei tegen de Joden: Kijk, jullie Koning!
Maar ze riepen: Weg met Hem!
Weg met Hem!
Kruisig Hem!
Pilatus vroeg: Zal ik jullie Koning kruisigen?
De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen andere koning dan de keizer.
Weg met Hem!
Kruisig Hem!
Pilatus vroeg: Zal ik jullie Koning kruisigen?
De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen andere koning dan de keizer.
Toen leverde Pilatus Hem aan hen over om gekruisigd te worden.
Ze namen Jezus mee en brachten Hem weg.
Ze namen Jezus mee en brachten Hem weg.
Jezus wordt gekruisigd
Jezus droeg Zijn kruis en ging naar de plaats die de Schedelplaats heet, in het Aramees Golgotha.
Daar kruisigden ze Hem, samen met twee anderen.
Eén hing aan elke kant en Jezus hing in het midden.
Eén hing aan elke kant en Jezus hing in het midden.
Pilatus schreef ook een opschrift en liet het aan het kruis bevestigen.
Er stond: JEZUS UIT NAZARETH, DE KONING VAN DE JODEN.
Er stond: JEZUS UIT NAZARETH, DE KONING VAN DE JODEN.
Veel Joden lazen dit opschrift, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd lag dicht bij de stad.
Het stond in het Hebreeuws, Grieks en Latijn.
Het stond in het Hebreeuws, Grieks en Latijn.
De overpriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: Schrijf niet: De Koning van de Joden.
Schrijf in plaats daarvan: Hij heeft gezegd: Ik ben de Koning van de Joden.
Schrijf in plaats daarvan: Hij heeft gezegd: Ik ben de Koning van de Joden.
Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.
Nadat de soldaten Jezus gekruisigd hadden, verdeelden ze Zijn kleren in vier delen, één voor elke soldaat.
Het onderkleed had geen naad en was van bovenaf als één geheel geweven.
Het onderkleed had geen naad en was van bovenaf als één geheel geweven.
Daarom zeiden de soldaten tegen elkaar: Laten we het niet scheuren, maar erom loten wie het krijgt.
Zo werd de Schrift vervuld: Ze hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld en om mijn kleding geloot.
Dat hebben de soldaten dus gedaan.
Zo werd de Schrift vervuld: Ze hebben mijn kleren onder elkaar verdeeld en om mijn kleding geloot.
Dat hebben de soldaten dus gedaan.
Jezus sterft
Bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en de zus van Zijn moeder.
Ook stonden daar Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
Ook stonden daar Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.
Jezus zag Zijn moeder en de leerling van wie Hij hield naast haar staan.
Hij zei tegen Zijn moeder: Vrouw, kijk, uw zoon.
Hij zei tegen Zijn moeder: Vrouw, kijk, uw zoon.
Daarna zei Hij tegen de leerling: Kijk, uw moeder.
Vanaf dat moment nam de leerling haar bij zich in huis.
Vanaf dat moment nam de leerling haar bij zich in huis.
Jezus wist dat nu alles volbracht was.
Om de Schrift te vervullen, zei Hij: Ik heb dorst.
Om de Schrift te vervullen, zei Hij: Ik heb dorst.
Daar stond een vat vol zure wijn.
Ze vulden een spons ermee, staken die op een hysopstengel en brachten hem naar Zijn mond.
Ze vulden een spons ermee, staken die op een hysopstengel en brachten hem naar Zijn mond.
Nadat Jezus van de zure wijn had genomen, zei Hij: Het is volbracht!
Toen boog Hij Zijn hoofd en gaf Hij Zijn geest over.
Toen boog Hij Zijn hoofd en gaf Hij Zijn geest over.
Jezus' zijde wordt doorstoken
Het was de voorbereidingsdag, en de Joden wilden niet dat de lichamen tijdens de sabbat aan het kruis bleven.
Die sabbat was namelijk een grote feestdag.
Daarom vroegen ze Pilatus de benen te laten breken en de lichamen weg te halen.
Die sabbat was namelijk een grote feestdag.
Daarom vroegen ze Pilatus de benen te laten breken en de lichamen weg te halen.
De soldaten kwamen en braken de benen van de eerste gekruisigde.
Daarna braken ze de benen van de andere man die met Jezus gekruisigd was.
Daarna braken ze de benen van de andere man die met Jezus gekruisigd was.
Toen ze bij Jezus kwamen, zagen ze dat Hij al gestorven was.
Daarom braken ze Zijn benen niet.
Daarom braken ze Zijn benen niet.
Maar één van de soldaten stak een speer in Zijn zij.
Meteen kwam er bloed en water uit.
Meteen kwam er bloed en water uit.
Wie dit gezien heeft, heeft ervan getuigd.
Zijn getuigenis is betrouwbaar, en hij weet dat hij de waarheid spreekt.
Hij getuigt zodat ook jullie geloven.
Zijn getuigenis is betrouwbaar, en hij weet dat hij de waarheid spreekt.
Hij getuigt zodat ook jullie geloven.
Dit gebeurde om de Schrift te vervullen: Geen been van Hem zal worden gebroken.
Een andere Schrifttekst zegt: Ze zullen kijken naar Hem die ze hebben doorstoken.
Jezus wordt begraven
Daarna vroeg Jozef uit Arimathea aan Pilatus of hij Jezus' lichaam mocht meenemen.
Jozef was in het geheim een leerling van Jezus, omdat hij bang was voor de Joden.
Pilatus gaf toestemming.
Toen nam Jozef het lichaam mee.
Jozef was in het geheim een leerling van Jezus, omdat hij bang was voor de Joden.
Pilatus gaf toestemming.
Toen nam Jozef het lichaam mee.
Ook Nicodemus kwam.
Hij was eerder 's nachts naar Jezus gegaan.
Hij bracht een mengsel van mirre en aloë mee dat ongeveer 33 kilo woog.
Hij was eerder 's nachts naar Jezus gegaan.
Hij bracht een mengsel van mirre en aloë mee dat ongeveer 33 kilo woog.
Ze namen Jezus' lichaam en wikkelden het met de specerijen in linnen doeken.
Zo begroeven de Joden gewoonlijk hun doden.
Zo begroeven de Joden gewoonlijk hun doden.
Bij de plaats waar Jezus gekruisigd was, lag een tuin.
In die tuin was een nieuw graf waarin nog nooit iemand was gelegd.
In die tuin was een nieuw graf waarin nog nooit iemand was gelegd.
Omdat het de Joodse voorbereidingsdag was en het graf dichtbij lag, legden ze Jezus daarin.