Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Job 7
Het leven van een mens is zwaar werk
Nachten vol onrust
Is het leven van een mens op aarde geen zwaar werk?
Zijn zijn dagen niet als die van een dagloner?
Zijn zijn dagen niet als die van een dagloner?
Een slaaf snakt naar schaduw, en een dagloner wacht op zijn loon.
Zo kreeg ik maanden van leegte toebedeeld, en nachten vol moeite wachtten mij op.
Als ik ga liggen, denk ik: Wanneer mag ik opstaan?
Maar de avond duurt eindeloos, en ik lig te woelen tot het licht wordt.
Maar de avond duurt eindeloos, en ik lig te woelen tot het licht wordt.
Mijn lichaam zit onder de wormen en de korsten van vuil.
Mijn huid barst open en gaat etteren.
Mijn huid barst open en gaat etteren.
Mijn dagen gingen sneller dan een weversspoel.
Zij liepen af zonder hoop.
Zij liepen af zonder hoop.
Bedenk dat mijn leven een zucht wind is.
Mijn ogen zullen het goede niet meer zien.
Mijn ogen zullen het goede niet meer zien.
Wie mij nu ziet, zal mij niet meer zien.
Uw ogen zoeken mij, maar ik ben er niet meer.
Uw ogen zoeken mij, maar ik ben er niet meer.
Een wolk lost op en drijft weg.
Zo komt wie in het dodenrijk afdaalt niet meer terug.
Zo komt wie in het dodenrijk afdaalt niet meer terug.
Hij keert niet meer terug naar zijn huis, en zijn plaats kent hem niet meer.
Ik zal niet zwijgen
Daarom zal ik mijn mond niet houden.
Ik zal spreken in de benauwdheid van mijn geest en klagen in de bitterheid van mijn ziel.
Ik zal spreken in de benauwdheid van mijn geest en klagen in de bitterheid van mijn ziel.
Ben ik soms de zee of een zeemonster, dat U een wacht bij mij zet?
Als ik denk: Mijn bed zal mij troosten, mijn slaapplaats neemt mijn klacht een beetje weg,
dan jaagt U mij schrik aan met dromen en maakt U mij bang met visioenen.
Ik zou liever gewurgd worden, liever sterven dan zo in mijn botten verder leven.
Ik heb er genoeg van.
Ik leef toch niet eeuwig.
Laat mij met rust, want mijn dagen zijn maar lucht.
Ik leef toch niet eeuwig.
Laat mij met rust, want mijn dagen zijn maar lucht.
Wat is de mens?
Wat is de mens, dat U hem zo groot vindt?
Waarom richt U uw hart op hem?
Waarom richt U uw hart op hem?
Waarom zoekt U hem elke morgen op en stelt U hem elk moment op de proef?
Hoe lang kijkt U nog niet van mij weg?
Laat mij toch los, al is het maar zo lang als ik slik.
Laat mij toch los, al is het maar zo lang als ik slik.
Als ik gezondigd heb, wat doe ik U daarmee, bewaker van de mensen?
Waarom hebt U mij tot uw mikpunt gemaakt, zodat ik mijzelf tot last ben?
Waarom hebt U mij tot uw mikpunt gemaakt, zodat ik mijzelf tot last ben?
Waarom vergeeft U mijn overtreding niet en neemt U mijn schuld niet weg?
Straks lig ik in het stof.
Dan zoekt U mij, maar ik ben er niet meer.
Straks lig ik in het stof.
Dan zoekt U mij, maar ik ben er niet meer.