Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Job 37
De stem van God in het onweer
Hij dondert met zijn stem
Ook mijn hart beeft hiervan en springt op van zijn plaats.
Luister goed naar het rommelen van zijn stem, naar het geluid dat uit zijn mond komt.
Hij stuurt het rechtuit onder de hele hemel, en zijn licht tot aan de randen van de aarde.
Daarna brult zijn stem.
Hij dondert met zijn verheven stem en houdt de bliksem niet tegen als zijn stem klinkt.
Hij dondert met zijn verheven stem en houdt de bliksem niet tegen als zijn stem klinkt.
God dondert wonderlijk met zijn stem.
Hij doet grote dingen die wij niet begrijpen.
Hij doet grote dingen die wij niet begrijpen.
Hij zegt tegen de sneeuw: Val op de aarde.
Zo zegt Hij het ook tegen de regenbui en tegen de zware stortregens.
Zo zegt Hij het ook tegen de regenbui en tegen de zware stortregens.
Dan legt Hij de hand van ieder mens stil, zodat alle mensen zijn werk erkennen.
De dieren trekken zich terug en blijven in hun holen.
Uit zijn kamer komt de storm, en uit de noordenwind de kou.
Door de adem van God komt het ijs, en het brede water wordt hard.
Hij belaadt de wolken met vocht en verstrooit de wolken van zijn licht.
Zij draaien rond zoals Hij ze stuurt, om alles te doen wat Hij opdraagt op de hele bewoonde aarde.
Zo laat Hij ze komen, als straf voor zijn land of als teken van zijn trouw.
Sta stil en let op de wonderen
Neem dit ter harte, Job.
Sta stil en let op de wonderen van God.
Sta stil en let op de wonderen van God.
Weet u hoe God ze aanstuurt en hoe Hij het licht in zijn wolk laat schijnen?
Weet u hoe de wolken zweven, de wonderen van Hem die volmaakt is in kennis?
Weet u waarom uw kleren warm zijn als de aarde stil ligt onder de zuidenwind?
Hebt u met Hem de hemel uitgespannen, vast als een gegoten spiegel?
Leer ons wat wij tegen Hem moeten zeggen.
Wij kunnen door de duisternis niets ordelijk voorleggen.
Wij kunnen door de duisternis niets ordelijk voorleggen.
Moet Hem verteld worden dat ik wil spreken?
Als iemand dat wenst, wordt hij verslonden.
Als iemand dat wenst, wordt hij verslonden.
Nu kijkt men niet naar het licht dat helder in de hemel staat, als de wind erlangs gaat en de lucht schoonveegt.
Uit het noorden komt een gouden gloed.
Om God heen hangt een ontzagwekkende majesteit.
Om God heen hangt een ontzagwekkende majesteit.
De Almachtige kunnen wij niet doorgronden.
Hij is groot van kracht, maar recht en gerechtigheid schendt Hij niet.
Hij is groot van kracht, maar recht en gerechtigheid schendt Hij niet.
Daarom hebben mensen ontzag voor Hem.
Hij kijkt niet op tegen wie zichzelf wijs vinden.
Hij kijkt niet op tegen wie zichzelf wijs vinden.