Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Job 34

God doet geen onrecht

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Wat Job gezegd heeft
Elihu ging verder en zei:
Luister naar mijn woorden, wijzen.
Verstandige mensen, spits uw oren.

Want het oor proeft woorden, zoals het gehemelte het eten proeft.
Laten wij samen uitzoeken wat recht is.
Laten wij samen leren wat goed is.

Want Job heeft gezegd: Ik heb gelijk, en God heeft mij mijn recht ontnomen.
Moet ik liegen over mijn eigen recht?
Mijn wond is ongeneeslijk, en ik heb niets misdaan.

Welke man is er als Job?
Hij drinkt spot als water.

Hij trekt op met wie kwaad doen en loopt met goddeloze mensen mee.
Want hij heeft gezegd: Een man heeft er niets aan om God graag te dienen.
God handelt niet goddeloos
Daarom, verstandige mensen, luister naar mij.
Het zij verre van God om goddeloos te zijn, en van de Almachtige om onrecht te doen.

Want Hij vergeldt een mens naar zijn werk.
Hij laat ieder vinden wat bij zijn weg past.

God handelt echt niet goddeloos, en de Almachtige verdraait het recht niet.
Wie heeft Hem over de aarde aangesteld?
Wie heeft Hem de hele wereld toevertrouwd?

Als Hij alleen aan zichzelf zou denken en zijn geest en adem zou terugnemen,
dan zou al wat leeft tegelijk sterven en zou de mens weer stof worden.
Als u verstand hebt, luister dan hiernaar.
Spits uw oren voor wat ik zeg.

Zou iemand die het recht haat, kunnen regeren?
Wilt u de Rechtvaardige, de Machtige, veroordelen?

Zegt men soms tegen een koning: Nietsnut?
Of tegen aanzienlijken: Goddeloze?
Hoeveel minder tegen Hem, die leiders niet voortrekt en de rijke niet boven de arme stelt.
Zij zijn immers allemaal het werk van zijn handen.

In één ogenblik sterven zij.
Midden in de nacht wordt een volk geschud en gaat het voorbij.
Machtigen worden weggenomen zonder dat een mensenhand eraan te pas komt.

Hij ziet alle wegen
Want zijn ogen zijn op de wegen van ieder mens gericht.
Hij ziet al zijn stappen.

Er is geen duisternis en geen doodsschaduw waar wie kwaad doen zich kunnen verbergen.
Hij hoeft een mens geen tijd te geven om voor God te verschijnen.
Hij breekt machtigen zonder onderzoek en zet anderen in hun plaats.
Hij kent hun daden.
Daarom keert Hij hen 's nachts om, en zij worden verbrijzeld.

Hij slaat hen als goddelozen, op een plaats waar iedereen het ziet.
Zij zijn immers van Hem afgeweken en hebben geen van zijn wegen begrepen.
Zo bracht Hij het roepen van de arme bij zich en hoorde Hij het schreeuwen van wie het zwaar had.
Als Hij rust geeft, wie brengt dan onrust?
Als Hij zijn gezicht verbergt, wie krijgt Hem dan te zien?
Dat geldt voor een volk en voor een mens alleen.

Zo houdt Hij mensen zonder God van de macht af, zodat zij het volk niet in strikken vangen.
Wat moet er met Job gebeuren?
Heeft iemand tegen God gezegd: Ik heb mijn straf gedragen, ik zal geen kwaad meer doen.
Wat ik niet zie, leer U mij.
Heb ik onrecht gedaan, dan doe ik het niet meer.

Moet God dan naar uw zin vergelden, omdat u zijn oordeel afwijst?
U moet kiezen, niet ik.
Zeg dan wat u weet.

Verstandige mensen zullen met mij zeggen, en elke wijze die naar mij luistert:
Job spreekt zonder kennis, en zijn woorden zijn niet verstandig.
Werd Job maar tot het uiterste onderzocht, om zijn antwoorden in de trant van slechte mensen.
Want bij zijn zonde voegt hij nog opstand.
Hij klapt onder ons in de handen en stapelt zijn woorden op tegen God.

Download hoofdstuk als tekstbestand