Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Job 31
Job legt zijn leven open
Een verbond met mijn ogen
Ik heb een verbond met mijn ogen gesloten.
Hoe zou ik dan naar een jonge vrouw kijken?
Hoe zou ik dan naar een jonge vrouw kijken?
Want wat is het deel dat God van boven geeft, het erfdeel van de Almachtige uit de hoogte?
Is er geen ondergang voor wie onrecht doet, geen ramp voor wie kwaad bedrijven?
Ziet Hij mijn wegen niet?
Telt Hij niet al mijn stappen?
Telt Hij niet al mijn stappen?
Als ik met leugen omgegaan ben, als mijn voet zich naar bedrog haastte,
laat God mij dan op een eerlijke weegschaal wegen.
Dan zal Hij weten dat ik oprecht ben.
Dan zal Hij weten dat ik oprecht ben.
Als mijn stap van de weg is afgeweken, als mijn hart mijn ogen gevolgd is, als er iets aan mijn handen kleeft,
laat mij dan zaaien en een ander eten.
Laat mijn gewas dan uitgerukt worden.
Laat mijn gewas dan uitgerukt worden.
Als mijn hart verleid is door een vrouw, als ik bij de deur van mijn naaste geloerd heb,
laat mijn vrouw dan voor een ander malen, en laten anderen zich over haar buigen.
Want dat is een schandelijke daad, een misdaad voor de rechters.
Het is een vuur dat verteert tot in het verderf.
Het zou heel mijn opbrengst met wortel en al verbranden.
Het zou heel mijn opbrengst met wortel en al verbranden.
Het recht van mijn knechten en de armen
Als ik het recht van mijn knecht of mijn dienstmeisje genegeerd heb toen zij een klacht tegen mij hadden,
wat zou ik dan doen als God opstaat?
Wat zou ik antwoorden als Hij mij ondervraagt?
Wat zou ik antwoorden als Hij mij ondervraagt?
Heeft Hij die mij in de buik maakte, hem niet ook gemaakt?
Heeft niet Eén ons in de moederschoot gevormd?
Heeft niet Eén ons in de moederschoot gevormd?
Als ik de armen hun wens onthouden heb, of de ogen van de weduwe laten wegkwijnen,
als ik mijn brood alleen gegeten heb en het weeskind er niets van kreeg,
terwijl hij van mijn jeugd af bij mij opgroeide als bij een vader, en ik haar vanaf mijn geboorte geleid heb,
als ik iemand heb zien omkomen zonder kleren, of iemand die arm was zonder deken,
en zijn lichaam mij niet gezegend heeft toen hij warm werd van de wol van mijn lammeren,
als ik mijn hand tegen een weeskind opgeheven heb, omdat ik in de poort steun had,
laat dan mijn schouder uit het gewricht vallen en mijn arm van de kom afbreken.
Want de ondergang die God stuurt, joeg mij angst aan.
Voor zijn hoogheid kon ik niets beginnen.
Voor zijn hoogheid kon ik niets beginnen.
Geen goud en geen afgod
Als ik goud tot mijn hoop gemaakt heb, of tegen het fijne goud gezegd heb: U bent mijn vertrouwen,
als ik blij geweest ben omdat mijn vermogen groot was en mijn hand veel verworven had,
als ik naar de zon keek terwijl die schitterde, of naar de maan die prachtig voortging,
en mijn hart in het geheim verleid werd, zodat mijn hand een kus wierp naar mijn mond,
dan was dat ook een misdaad voor de rechter, want dan had ik God in de hoogte verloochend.
Als ik blij geweest ben om de ondergang van wie mij haatte, als ik opsprong toen het kwaad hem trof,
terwijl ik mijn mond nooit heb laten zondigen door zijn leven te vervloeken,
als de mensen van mijn tent niet gezegd hebben: Wie is er niet met zijn vlees verzadigd?
De vreemdeling hoefde niet op straat te slapen.
Mijn deuren zette ik open naar de weg.
Mijn deuren zette ik open naar de weg.
Als ik mijn overtredingen bedekt heb zoals mensen doen, door mijn schuld in mijn binnenste te verbergen,
omdat ik bang was voor de grote menigte en schrok van de minachting van de families, zodat ik zweeg en de deur niet uit ging,
Mocht iemand mij maar horen
had ik maar iemand die naar mij luisterde.
Kijk, hier is mijn handtekening.
Laat de Almachtige mij antwoorden.
Laat mijn tegenstander zijn aanklacht opschrijven.
Kijk, hier is mijn handtekening.
Laat de Almachtige mij antwoorden.
Laat mijn tegenstander zijn aanklacht opschrijven.
Ik zou die op mijn schouder dragen.
Ik zou hem als een kroon om mij binden.
Ik zou hem als een kroon om mij binden.
Ik zou Hem rekenschap geven van elke stap.
Als een vorst zou ik naar Hem toe gaan.
Als een vorst zou ik naar Hem toe gaan.
Als mijn land om hulp tegen mij roept en zijn voren samen huilen,
als ik zijn opbrengst gegeten heb zonder te betalen en zijn boeren naar adem heb laten snakken,
laat er dan distels opkomen in plaats van tarwe, en onkruid in plaats van gerst.
Hier eindigen de woorden van Job.
Hier eindigen de woorden van Job.