Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Job 15
Elifaz spreekt opnieuw
Uw eigen mond veroordeelt u
Toen antwoordde Elifaz uit Theman:
Geeft een wijs man antwoord met lucht?
Vult hij zijn buik met de oostenwind?
Vult hij zijn buik met de oostenwind?
Verdedigt hij zich met woorden die niets opleveren, met praat waar niemand iets aan heeft?
U breekt zelfs het ontzag voor God af en neemt het gebed bij Hem weg.
Uw eigen schuld legt u de woorden in de mond.
U hebt de taal van sluwe mensen gekozen.
U hebt de taal van sluwe mensen gekozen.
Uw eigen mond veroordeelt u, niet ik.
Uw eigen lippen getuigen tegen u.
Uw eigen lippen getuigen tegen u.
Bent u soms als eerste mens geboren?
Bent u eerder voortgebracht dan de heuvels?
Bent u eerder voortgebracht dan de heuvels?
Hebt u meegeluisterd in de raad van God?
Hebt u de wijsheid voor uzelf opgeëist?
Hebt u de wijsheid voor uzelf opgeëist?
Wat weet u wat wij niet weten?
Wat begrijpt u wat wij niet begrijpen?
Wat begrijpt u wat wij niet begrijpen?
Onder ons is ook een grijze man, ja een stokoude, ouder dan uw vader.
Vindt u de troost van God te gering?
Is een woord dat zachtjes tot u komt niet genoeg?
Is een woord dat zachtjes tot u komt niet genoeg?
Waarom sleept uw hart u mee?
Waarom flikkeren uw ogen zo?
Waarom flikkeren uw ogen zo?
U keert zich met uw geest tegen God en laat zulke woorden uit uw mond komen.
Wat is een mens, dat hij rein zou zijn?
Wie uit een vrouw geboren is, hoe zou hij rechtvaardig zijn?
Wie uit een vrouw geboren is, hoe zou hij rechtvaardig zijn?
Kijk, zelfs op zijn heiligen vertrouwt Hij niet.
Zelfs de hemel is niet rein in zijn ogen.
Zelfs de hemel is niet rein in zijn ogen.
Hoeveel te meer geldt dat voor een mens, weerzinwekkend en bedorven, die onrecht drinkt als water.
Het lot van de goddeloze
Ik zal het u uitleggen.
Luister naar mij, en ik vertel wat ik gezien heb.
Luister naar mij, en ik vertel wat ik gezien heb.
Het is wat de wijzen verkondigd hebben en niet verzwegen, zoals zij het van hun vaders kregen.
Aan hen alleen was het land gegeven, en geen vreemde trok tussen hen door.
De goddeloze doet zichzelf zijn leven lang pijn.
Voor de tiran zijn maar weinig jaren weggelegd.
Voor de tiran zijn maar weinig jaren weggelegd.
Angstgeluiden klinken in zijn oren.
Midden in de vrede overvalt de verwoester hem.
Midden in de vrede overvalt de verwoester hem.
Hij gelooft niet dat hij uit het donker terugkomt.
Hij weet dat hij voor het zwaard bewaard wordt.
Hij weet dat hij voor het zwaard bewaard wordt.
Hij zwerft rond om brood: waar is het?
Hij weet dat de dag van de duisternis klaarstaat.
Hij weet dat de dag van de duisternis klaarstaat.
Angst en benauwdheid maken hem bang.
Zij overweldigen hem als een koning die klaarstaat voor de strijd.
Zij overweldigen hem als een koning die klaarstaat voor de strijd.
Want hij strekt zijn hand uit tegen God en gedraagt zich groot tegenover de Almachtige.
Met gestrekte nek rent hij op Hem af, achter zijn dikke, hoge schild.
Zijn gezicht is dik van het vet, en zijn heupen zitten vol vlees.
Hij ging wonen in verwoeste steden, in huizen waarin niemand meer woont en die tot puin vervallen.
Hij zal niet rijk blijven, en zijn bezit houdt geen stand.
Zijn oogst buigt niet naar de grond.
Zijn oogst buigt niet naar de grond.
Hij ontkomt niet aan het donker.
Een vlam zal zijn jonge takken verdrogen, en de adem van zijn mond neemt hem weg.
Een vlam zal zijn jonge takken verdrogen, en de adem van zijn mond neemt hem weg.
Laat hij niet op leegte vertrouwen, want dan bedriegt hij zichzelf.
Leegte zal ook zijn beloning zijn.
Leegte zal ook zijn beloning zijn.
Voor zijn tijd wordt hij afbetaald, en zijn tak zal niet groen worden.
Men zal zijn onrijpe druiven afrukken als van een wijnstok, en zijn bloesem afwerpen als van een olijfboom.
De kring van wie zonder God leven, blijft leeg achter.
Vuur verteert de tenten van wie steekpenningen aannemen.
Vuur verteert de tenten van wie steekpenningen aannemen.
Zij gaan zwanger van moeite en baren onrecht.
Hun binnenste maakt bedrog klaar.
Hun binnenste maakt bedrog klaar.