Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Job 14

De mens is kort van dagen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Een bloem die wordt afgesneden
Een mens, uit een vrouw geboren, leeft kort en heeft zijn buik vol onrust.
Hij komt op als een bloem en wordt afgesneden.
Hij vlucht weg als een schaduw en blijft niet.

En op zo iemand houdt U uw ogen gericht.
Mij daagt U voor uw rechtbank.

Wie haalt een reine tevoorschijn uit een onreine?
Niemand.

Zijn dagen staan vast.
Het aantal van zijn maanden is bij U bekend.
U hebt grenzen gesteld die hij niet zal overschrijden.

Kijk van hem weg, zodat hij rust heeft.
Laat hem van zijn dag genieten als een dagloner.

Voor een boom is er hoop
Voor een boom is er nog hoop.
Als hij omgehakt wordt, loopt hij weer uit, en zijn scheuten houden niet op.

Zijn wortel mag oud worden in de aarde en zijn stronk mag afsterven in het stof,
maar van de geur van water loopt hij weer uit en maakt hij takken als een jonge plant.
Maar een man sterft en is weg.
Een mens blaast zijn laatste adem uit, en waar is hij dan?

Het water loopt weg uit een meer, en een rivier droogt op en valt droog.
Zo gaat de mens liggen en staat niet meer op.
Tot de hemel er niet meer is, worden zij niet wakker en niet uit hun slaap gewekt.

Zou een mens weer leven?
Verborg U mij maar in het dodenrijk.
Verstopte U mij maar tot uw toorn voorbij was.
Stelde U maar een termijn en dacht U aan mij.

Als een man sterft, zou hij dan weer leven?
Dan zou ik al de dagen van mijn zware dienst hopen, tot mijn aflossing kwam.

U zou roepen en ik zou U antwoorden.
U zou verlangen naar het werk van uw handen.

Maar nu telt U mijn stappen.
U let alleen maar op mijn zonde.

Mijn overtreding zit verzegeld in een buidel.
U plakt mijn schuld aan elkaar.

Toch valt een berg ook uiteen, en een rots verschuift van zijn plaats.
Water slijt de stenen af, en stortvloeden spoelen de grond weg.
Zo maakt U de hoop van de mens kapot.

U overweldigt hem voorgoed, en hij gaat heen.
U verandert zijn gezicht en stuurt hem weg.

Komen zijn kinderen tot eer, dan weet hij het niet.
Worden zij klein, dan merkt hij het niet.

Alleen zijn eigen lichaam voelt nog pijn, en om zichzelf treurt zijn ziel.

Download hoofdstuk als tekstbestand