Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jesaja 63
Wie komt daar uit Edom?
De wijnpers alleen getreden
Wie is dat, die uit Edom komt, met besprenkelde kleren uit Bozra?
Die daar pronkt in Zijn gewaad en voorttrekt in Zijn grote kracht?
Ik ben het, die in gerechtigheid spreekt, machtig om te verlossen.
Die daar pronkt in Zijn gewaad en voorttrekt in Zijn grote kracht?
Ik ben het, die in gerechtigheid spreekt, machtig om te verlossen.
Waarom is Uw gewaad rood en zijn Uw kleren als van iemand die de wijnpers treedt?
Ik heb de pers alleen getreden; niemand van de volken was bij mij.
Ik trad hen in mijn toorn en vertrapte hen in mijn woede.
Hun bloed spatte op mijn kleren en heel mijn gewaad heb ik bevlekt.
Ik trad hen in mijn toorn en vertrapte hen in mijn woede.
Hun bloed spatte op mijn kleren en heel mijn gewaad heb ik bevlekt.
Want de dag van de wraak was in mijn hart, en het jaar van mijn verlosten was gekomen.
Ik keek, maar er was niemand die hielp.
Ik was ontzet, want er was niemand die steunde.
Daarom bracht mijn eigen arm mij redding en mijn woede ondersteunde mij.
Ik was ontzet, want er was niemand die steunde.
Daarom bracht mijn eigen arm mij redding en mijn woede ondersteunde mij.
Ik vertrapte de volken in mijn toorn en maakte hen dronken in mijn woede.
Hun kracht liet ik naar de aarde neerdalen.
Hun kracht liet ik naar de aarde neerdalen.
De goedheid van de HEERE
Ik zal de goedheid van de HEERE noemen, de lof van de HEERE, naar alles wat de HEERE ons gedaan heeft.
Ik noem de grote goedheid voor het huis van Israël, naar Zijn barmhartigheid en Zijn vele gunsten.
Ik noem de grote goedheid voor het huis van Israël, naar Zijn barmhartigheid en Zijn vele gunsten.
Want Hij zei: Zij zijn toch mijn volk, kinderen die niet zullen liegen.
Zo werd Hij hun Redder.
Zo werd Hij hun Redder.
In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel van Zijn aangezicht redde hen.
Door Zijn liefde en Zijn genade verloste Hij hen.
Hij tilde hen op en droeg hen alle dagen van vroeger.
Door Zijn liefde en Zijn genade verloste Hij hen.
Hij tilde hen op en droeg hen alle dagen van vroeger.
Maar zij werden opstandig en deden Zijn heilige Geest verdriet.
Daarom veranderde Hij voor hen in een vijand en streed Hij zelf tegen hen.
Daarom veranderde Hij voor hen in een vijand en streed Hij zelf tegen hen.
Toch dacht Hij aan de dagen van vroeger, aan Mozes en Zijn volk.
Waar is Hij die hen uit de zee omhoog bracht, met de herders van Zijn kudde?
Waar is Hij die Zijn heilige Geest in hun midden legde?
Waar is Hij die hen uit de zee omhoog bracht, met de herders van Zijn kudde?
Waar is Hij die Zijn heilige Geest in hun midden legde?
Waar is Hij die Zijn heerlijke arm liet gaan aan de rechterhand van Mozes?
Hij spleet het water voor hen, om zich een eeuwige naam te maken.
Hij spleet het water voor hen, om zich een eeuwige naam te maken.
Hij leidde hen door de diepten.
Als een paard in de woestijn struikelden zij niet.
Als een paard in de woestijn struikelden zij niet.
Als vee dat de vallei in gaat, zo gaf de Geest van de HEERE hun rust.
Zo leidde U Uw volk, om Uzelf een heerlijke naam te maken.
Zo leidde U Uw volk, om Uzelf een heerlijke naam te maken.
U bent onze Vader
Kijk uit de hemel en zie vanuit Uw heilige en heerlijke woning.
Waar zijn Uw ijver en Uw kracht, Uw ontroering en Uw barmhartigheid?
Die houdt U van mij weg.
Waar zijn Uw ijver en Uw kracht, Uw ontroering en Uw barmhartigheid?
Die houdt U van mij weg.
Toch bent U onze Vader.
Abraham weet niets van ons en Israël kent ons niet.
U, HEERE, bent onze Vader; Verlosser van ons is Uw naam van oudsher.
Abraham weet niets van ons en Israël kent ons niet.
U, HEERE, bent onze Vader; Verlosser van ons is Uw naam van oudsher.
HEERE, waarom laat U ons van Uw wegen dwalen?
Waarom verhardt U ons hart, zodat wij geen ontzag voor U hebben?
Keer terug omwille van Uw knechten, de stammen van Uw erfdeel.
Waarom verhardt U ons hart, zodat wij geen ontzag voor U hebben?
Keer terug omwille van Uw knechten, de stammen van Uw erfdeel.
Uw heilige volk heeft het maar korte tijd bezeten.
Onze tegenstanders hebben Uw heiligdom vertrapt.
Onze tegenstanders hebben Uw heiligdom vertrapt.
Wij zijn geworden als mensen over wie U nooit geheerst hebt, die nooit naar Uw naam genoemd zijn.