Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 8
Is er geen balsem in Gilead?
Botten uit de graven
In die tijd, zegt de HEERE, zullen zij de botten van de koningen van Juda uit hun graven halen.
Ook de botten van hun vorsten, de priesters, de profeten en de inwoners van Jeruzalem.
Ook de botten van hun vorsten, de priesters, de profeten en de inwoners van Jeruzalem.
Zij zullen ze uitspreiden voor de zon, de maan en heel het leger van de hemel.
Die hadden zij lief en dienden zij, die liepen zij achterna en aanbaden zij.
Zij worden niet verzameld en niet begraven; zij worden mest op de aardbodem.
Die hadden zij lief en dienden zij, die liepen zij achterna en aanbaden zij.
Zij worden niet verzameld en niet begraven; zij worden mest op de aardbodem.
De dood zal boven het leven verkozen worden door allen die van dit boze geslacht overblijven.
Dat geldt op alle plaatsen waarheen ik hen verdreven heb, zegt de HEERE van de legermachten.
Dat geldt op alle plaatsen waarheen ik hen verdreven heb, zegt de HEERE van de legermachten.
Zeg verder tegen hen: dit zegt de HEERE.
Valt men en staat men niet weer op?
Keert men zich af en komt men niet terug?
Valt men en staat men niet weer op?
Keert men zich af en komt men niet terug?
Waarom keert dit volk in Jeruzalem zich dan blijvend af?
Zij houden vast aan bedrog en weigeren terug te keren.
Zij houden vast aan bedrog en weigeren terug te keren.
Ik heb geluisterd en gehoord: zij spreken wat niet juist is.
Niemand heeft spijt van zijn boosheid en vraagt: wat heb ik gedaan?
Ieder rent zijn eigen weg, als een paard dat de strijd in stormt.
Niemand heeft spijt van zijn boosheid en vraagt: wat heb ik gedaan?
Ieder rent zijn eigen weg, als een paard dat de strijd in stormt.
Zelfs de ooievaar aan de hemel kent zijn vaste tijden.
Tortelduif, gierzwaluw en kraanvogel houden hun trektijd aan.
Maar mijn volk kent het recht van de HEERE niet.
Tortelduif, gierzwaluw en kraanvogel houden hun trektijd aan.
Maar mijn volk kent het recht van de HEERE niet.
Hoe kunnen jullie zeggen: wij zijn wijs en de wet van de HEERE is bij ons?
Kijk, de valse pen van de schrijvers heeft er leugen van gemaakt.
Kijk, de valse pen van de schrijvers heeft er leugen van gemaakt.
De wijzen worden beschaamd, geschrokken en gevangen.
Kijk, zij hebben het woord van de HEERE verworpen; welke wijsheid zouden zij dan hebben?
Kijk, zij hebben het woord van de HEERE verworpen; welke wijsheid zouden zij dan hebben?
Daarom geef ik hun vrouwen aan anderen en hun akkers aan nieuwe eigenaars.
Want van klein tot groot zijn zij allemaal uit op winst; van profeet tot priester pleegt ieder bedrog.
Want van klein tot groot zijn zij allemaal uit op winst; van profeet tot priester pleegt ieder bedrog.
Zij genezen de breuk van de dochter van mijn volk maar oppervlakkig.
Zij zeggen: vrede, vrede!
Maar er is geen vrede.
Zij zeggen: vrede, vrede!
Maar er is geen vrede.
Schamen zij zich dat zij gruwelen deden?
Nee, zij schamen zich helemaal niet en weten niet wat blozen is.
Daarom zullen zij vallen onder wie vallen.
In de tijd van hun bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
Nee, zij schamen zich helemaal niet en weten niet wat blozen is.
Daarom zullen zij vallen onder wie vallen.
In de tijd van hun bezoeking zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
Vrede, vrede, maar er is geen vrede
Ik zal hen zeker wegvagen, zegt de HEERE.
Er zijn geen druiven aan de wijnstok en geen vijgen aan de vijgenboom; zelfs het blad is afgevallen.
Wat ik hun gegeven heb, overtreden zij.
Er zijn geen druiven aan de wijnstok en geen vijgen aan de vijgenboom; zelfs het blad is afgevallen.
Wat ik hun gegeven heb, overtreden zij.
Waarom blijven wij zitten?
Verzamel je en laten wij de versterkte steden ingaan en daar zwijgen.
Want de HEERE, onze God, heeft ons laten zwijgen en ons gifwater te drinken gegeven, omdat wij tegen de HEERE gezondigd hebben.
Verzamel je en laten wij de versterkte steden ingaan en daar zwijgen.
Want de HEERE, onze God, heeft ons laten zwijgen en ons gifwater te drinken gegeven, omdat wij tegen de HEERE gezondigd hebben.
Wij wachtten op vrede, maar er kwam niets goeds.
Wij wachtten op genezing, maar kijk, er is schrik.
Wij wachtten op genezing, maar kijk, er is schrik.
Vanaf Dan hoort men het snuiven van zijn paarden.
Het hele land beeft van het gebries van zijn hengsten.
Zij komen en verslinden het land en alles erop, de stad en haar inwoners.
Het hele land beeft van het gebries van zijn hengsten.
Zij komen en verslinden het land en alles erop, de stad en haar inwoners.
Want kijk, ik stuur slangen onder jullie, gifslangen die niet te bezweren zijn, en die zullen jullie bijten, zegt de HEERE.
Mijn troost is verdriet geworden; mijn hart is ziek in mij.
Kijk, van ver weg klinkt het geschreeuw van de dochter van mijn volk.
Is de HEERE dan niet in Sion, is haar koning niet bij haar?
Waarom hebben zij mij getergd met hun beelden, met vreemde leegte?
Is de HEERE dan niet in Sion, is haar koning niet bij haar?
Waarom hebben zij mij getergd met hun beelden, met vreemde leegte?
De oogst is voorbij, de zomer is afgelopen, en wij zijn niet gered.
Ik ben gebroken door de breuk van de dochter van mijn volk.
Ik ga in het zwart en ontzetting heeft mij aangegrepen.
Ik ga in het zwart en ontzetting heeft mij aangegrepen.
Is er geen balsem in Gilead?
Is daar geen genezer?
Waarom is de gezondheid van de dochter van mijn volk dan niet hersteld?
Is daar geen genezer?
Waarom is de gezondheid van de dochter van mijn volk dan niet hersteld?