Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 6
Vlucht, kinderen van Benjamin
Er komt onheil uit het noorden
Vlucht in groepen, kinderen van Benjamin, weg uit Jeruzalem!
Blaas de bazuin in Thekoa en steek een vuurteken op boven Beth-Cherem.
Want uit het noorden komt onheil en een grote ramp.
Blaas de bazuin in Thekoa en steek een vuurteken op boven Beth-Cherem.
Want uit het noorden komt onheil en een grote ramp.
De dochter van Sion heb ik vergeleken met een mooie en verwende vrouw.
Maar er komen herders naar haar toe met hun kudden.
Zij slaan hun tenten rondom haar op en ieder graast zijn eigen deel af.
Zij slaan hun tenten rondom haar op en ieder graast zijn eigen deel af.
Bereid de strijd tegen haar voor!
Sta op en laten wij op de middag optrekken.
Wee ons, de dag loopt ten einde en de avondschaduwen worden lang.
Sta op en laten wij op de middag optrekken.
Wee ons, de dag loopt ten einde en de avondschaduwen worden lang.
Sta op, laten wij in de nacht optrekken en haar paleizen verwoesten.
Want dit zegt de HEERE van de legermachten: hak bomen om en werp een wal op tegen Jeruzalem.
Dat is de stad die bezocht wordt; binnen in haar is enkel verdrukking.
Dat is de stad die bezocht wordt; binnen in haar is enkel verdrukking.
Zoals een put zijn water opgeeft, zo geeft zij haar boosheid op.
Geweld en verwoesting klinken in haar.
Ziekte en wonden staan mij steeds voor ogen.
Geweld en verwoesting klinken in haar.
Ziekte en wonden staan mij steeds voor ogen.
Laat je waarschuwen, Jeruzalem, anders keert mijn ziel zich van je af.
Anders maak ik je tot een woestenij, een onbewoond land.
Anders maak ik je tot een woestenij, een onbewoond land.
Dit zegt de HEERE van de legermachten: men zal de rest van Israël zorgvuldig nalezen als een wijnstok.
Strek je hand nog eens uit naar de ranken, als een druivenplukker.
Strek je hand nog eens uit naar de ranken, als een druivenplukker.
Tegen wie zal ik spreken en waarschuwen, zodat zij horen?
Kijk, hun oor is onbesneden en zij kunnen niet luisteren.
Het woord van de HEERE is voor hen een schande; zij vinden er niets aan.
Kijk, hun oor is onbesneden en zij kunnen niet luisteren.
Het woord van de HEERE is voor hen een schande; zij vinden er niets aan.
Daarom ben ik vol van de woede van de HEERE; ik ben moe van inhouden.
Ik zal haar uitstorten over de kinderen op straat en over de jonge mannen bij elkaar.
Zelfs man en vrouw worden gevangen, oud en hoogbejaard.
Ik zal haar uitstorten over de kinderen op straat en over de jonge mannen bij elkaar.
Zelfs man en vrouw worden gevangen, oud en hoogbejaard.
Hun huizen gaan over op anderen, met hun akkers en vrouwen erbij.
Want ik strek mijn hand uit tegen de inwoners van dit land, zegt de HEERE.
Want ik strek mijn hand uit tegen de inwoners van dit land, zegt de HEERE.
Want van klein tot groot zijn zij allemaal uit op winst.
Van profeet tot priester pleegt ieder van hen bedrog.
Van profeet tot priester pleegt ieder van hen bedrog.
Zij genezen de breuk van de dochter van mijn volk maar oppervlakkig.
Zij zeggen: vrede, vrede!
Maar er is geen vrede.
Zij zeggen: vrede, vrede!
Maar er is geen vrede.
Schamen zij zich dat zij gruwelen deden?
Nee, zij schamen zich helemaal niet en weten niet wat blozen is.
Daarom zullen zij vallen onder wie vallen.
Als ik hen bezoek, zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
Nee, zij schamen zich helemaal niet en weten niet wat blozen is.
Daarom zullen zij vallen onder wie vallen.
Als ik hen bezoek, zullen zij struikelen, zegt de HEERE.
Vraag naar de oude paden
Dit zegt de HEERE: ga op de wegen staan en kijk.
Vraag naar de oude paden, waar toch de goede weg is, en ga daarop.
Dan zullen jullie rust vinden voor je ziel.
Maar zij zeggen: wij gaan daar niet op.
Vraag naar de oude paden, waar toch de goede weg is, en ga daarop.
Dan zullen jullie rust vinden voor je ziel.
Maar zij zeggen: wij gaan daar niet op.
Ik heb ook wachters over jullie aangesteld die zeiden: luister naar het geluid van de bazuin.
Maar zij zeggen: wij luisteren niet.
Maar zij zeggen: wij luisteren niet.
Hoor daarom, volken, en weet, vergadering, wat er onder hen gebeurt.
Luister, aarde!
Kijk, ik breng onheil over dit volk, de vrucht van hun eigen gedachten.
Want zij letten niet op mijn woorden en mijn wet verwerpen zij.
Kijk, ik breng onheil over dit volk, de vrucht van hun eigen gedachten.
Want zij letten niet op mijn woorden en mijn wet verwerpen zij.
Waarvoor komt er dan wierook uit Scheba naar mij en de beste kalmoes uit een ver land?
Jullie brandoffers bevallen mij niet en jullie slachtoffers zijn mij niet zoet.
Jullie brandoffers bevallen mij niet en jullie slachtoffers zijn mij niet zoet.
Daarom zegt de HEERE: kijk, ik leg dit volk struikelblokken in de weg.
Vaders en kinderen zullen erover struikelen, buren en vrienden zullen omkomen.
Vaders en kinderen zullen erover struikelen, buren en vrienden zullen omkomen.
Dit zegt de HEERE.
Kijk, er komt een volk uit het land van het noorden, en een grote natie staat op van de uiteinden van de aarde.
Kijk, er komt een volk uit het land van het noorden, en een grote natie staat op van de uiteinden van de aarde.
Zij dragen boog en speer.
Het is een wreed volk zonder barmhartigheid.
Hun stem bruist als de zee en zij rijden op paarden.
Het is toegerust als één man voor de oorlog tegen jou, dochter van Sion.
Het is een wreed volk zonder barmhartigheid.
Hun stem bruist als de zee en zij rijden op paarden.
Het is toegerust als één man voor de oorlog tegen jou, dochter van Sion.
Wij hebben het bericht gehoord en onze handen werden slap.
Benauwdheid greep ons aan, pijn als van een vrouw die baart.
Benauwdheid greep ons aan, pijn als van een vrouw die baart.
Ga niet het veld in en loop niet op de weg, want het zwaard van de vijand is daar; overal is schrik.
Dochter van mijn volk, doe een rouwkleed aan en wentel je in de as.
Rouw als om een enig kind, met een bittere klacht.
Want plotseling komt de verwoester over ons.
Rouw als om een enig kind, met een bittere klacht.
Want plotseling komt de verwoester over ons.
Ik heb je onder mijn volk gezet als toetser en vesting, zodat je hun weg kunt kennen en beproeven.
Zij zijn allemaal de opstandigsten van de opstandigen, die met roddel rondgaan.
Zij zijn brons en ijzer; zij zijn allemaal verderfelijk.
Zij zijn brons en ijzer; zij zijn allemaal verderfelijk.
De blaasbalg is verbrand en het lood is door het vuur verteerd.
Tevergeefs smolt de smelter zo ijverig, want de bozen zijn niet weggehaald.
Tevergeefs smolt de smelter zo ijverig, want de bozen zijn niet weggehaald.
Men noemt hen verworpen zilver, want de HEERE heeft hen verworpen.