Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jeremia 48

Het woord over Moab

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 7 minuten
Wee over Nebo
Over Moab zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, dit: Wee over Nebo, want zij is verwoest.
Kirjathaim staat beschaamd en is ingenomen.
De hoge burcht is beschaamd en verschrikt.

Er is geen roem van Moab meer in Hesbon.
Zij bedachten kwaad tegen haar en zeiden: kom, laten wij haar uitroeien, zodat zij geen volk meer is.
Ook jij, Madmen, wordt neergehouwen.
Het zwaard zal je achtervolgen.

Uit Horonaim klinkt een stem van geschreeuw: verwoesting en een grote ramp!
Moab is gebroken.
Haar kleine kinderen laten hun gehuil horen.

Op de helling naar Luhith klinkt het ene gehuil na het andere.
Op de weg omlaag naar Horonaim hoorden de vijanden een jammerklacht om de ramp.

Vlucht, red je leven!
Word als een kale struik in de woestijn.

Jij vertrouwde op je werken en op je schatten.
Daarom word ook jij ingenomen.
Kamos gaat in ballingschap, met zijn priesters en zijn vorsten samen.

De verwoester komt over elke stad; geen stad zal ontkomen.
Het dal gaat te gronde en de vlakte wordt verwoest, want de HEERE heeft het gezegd.

Geef Moab vleugels, want zij zal al vliegend wegtrekken.
Haar steden worden een woestenij, zonder één bewoner.

Vervloekt is wie het werk van de HEERE bedrieglijk doet.
Ja, vervloekt is wie zijn zwaard van bloed terughoudt.

Moab leefde van jongs af aan onbezorgd.
Hij lag stil op zijn droesem en werd niet van vat in vat gegoten.
Hij ging niet in ballingschap.
Daarom bleef zijn smaak in hem en veranderde zijn geur niet.

Daarom, kijk, de dagen komen, zegt de HEERE, dat ik hem tappers zal sturen.
Zij zullen hem uitgieten, zijn vaten leegmaken en hun kruiken stukslaan.

Dan zal Moab beschaamd staan om Kamos, zoals het huis van Israël beschaamd stond om Beth-El, waarop het vertrouwde.
Moab is verstoord
Hoe kunnen jullie zeggen: wij zijn helden en dappere strijders?
Moab is verwoest en zijn steden zijn ingenomen.
De besten van zijn jonge mannen zijn afgevoerd om geslacht te worden.
Zo spreekt de Koning, wiens naam HEERE van de legermachten is.

De ondergang van Moab is nabij.
Zijn onheil komt heel snel.

Beklaag hem, jullie allemaal die om hem heen wonen en allen die zijn naam kennen.
Zeg: hoe is de sterke staf gebroken, de prachtige stok!

Kom omlaag uit je heerlijkheid en ga in de dorst zitten, bewoonster, dochter van Dibon.
Want de verwoester van Moab is tegen je opgetrokken en heeft je vestingen vernield.

Ga aan de weg staan en kijk uit, bewoonster van Aroër.
Vraag aan de vluchtende man en aan de ontkomen vrouw: wat is er gebeurd?

Moab staat beschaamd, want hij is verslagen.
Huil en schreeuw!
Vertel bij de Arnon dat Moab verwoest is.

Het oordeel is gekomen over het vlakke land: over Holon, over Jahza en over Mefaath,
en over Dibon, over Nebo en over Beth-Diblathaim,
en over Kirjathaim, over Beth-Gamul en over Beth-Meon,
en over Kerioth en over Bozra.
Ja, over alle steden van het land van Moab, ver weg en dichtbij.

De hoorn van Moab is afgehakt en zijn arm is gebroken, zegt de HEERE.
Maak hem dronken, want hij maakte zich groot tegen de HEERE.
Moab zal in zijn eigen braaksel rollen en zelf een mikpunt van spot worden.

Was Israël voor jou geen mikpunt van spot?
Werd hij soms tussen dieven aangetroffen?
Waarom schudde je dan je hoofd, telkens als je over hem sprak?

Verlaat de steden en ga in de rotsen wonen, inwoners van Moab.
Word als een duif die nestelt aan de rand van een kloof.

De trots van Moab
Wij hebben gehoord hoe hoogmoedig Moab is, en hij is heel hoogmoedig.
Wij hoorden van zijn trots, zijn hoogmoed, zijn overmoed en zijn verwaande hart.

Ik ken zijn overmoed, zegt de HEERE, maar die stelt niets voor.
Zijn grootspraak brengt niets tot stand.

Daarom zal ik om Moab huilen.
Om heel Moab zal ik schreeuwen.
Om de mensen van Kir-Heres wordt gezucht.

Meer dan om Jaëzer zal ik om jou wenen, wijnstok van Sibma.
Je ranken reikten tot over de zee, tot aan de zee van Jaëzer.
Maar de verwoester viel op je zomervruchten en op je wijnoogst.

De blijdschap en de vreugde zijn weggenomen uit de boomgaard, uit het land van Moab.
Ik heb de wijn uit de perskuipen laten ophouden.
Niemand zal nog druiven treden met vreugdegeroep.
Er klinkt geroep, maar het is geen vreugdegeroep.

Zij schreeuwden vanuit Hesbon tot aan Eleale en tot aan Jahaz.
Van Zoar tot Horonaim en Eglath-Selisia verhieven zij hun stem.
Ook het water van Nimrim zal opdrogen.

Ik zal in Moab een einde maken, zegt de HEERE, aan wie op de offerhoogte offert en zijn goden wierook brengt.
Daarom klaagt mijn hart om Moab als een fluit.
Mijn hart klaagt als een fluit om de mensen van Kir-Heres.
Alles wat hij gespaard had, is verloren.

Want elk hoofd is kaalgeschoren en elke baard is afgeknipt.
Op alle handen zijn insnijdingen en om de heupen een rouwkleed.

Op alle daken van Moab en op al haar pleinen is rouw.
Want ik heb Moab gebroken als een pot waar niemand iets aan heeft, zegt de HEERE.

Hoe is hij verslagen!
Zij huilen.
Hoe heeft Moab zich beschaamd afgewend!
Zo wordt Moab een spot en een schrikbeeld voor iedereen om hem heen.

Vrees, kuil en strik
Want dit zegt de HEERE: kijk, hij zal snel aanvliegen als een arend en zijn vleugels over Moab uitspreiden.
De steden zijn veroverd en de vestingen zijn ingenomen.
Op die dag zal het hart van de helden van Moab zijn als het hart van een vrouw in barensnood.

Moab wordt vernietigd, zodat het geen volk meer is.
Want hij heeft zich groot gemaakt tegen de HEERE.

Angst, een kuil en een strik wachten jou, bewoner van Moab, zegt de HEERE.
Wie voor de angst vlucht, valt in de kuil.
Wie uit de kuil klimt, raakt in de strik gevangen.
Want ik breng over haar, over Moab, het jaar van hun bezoeking, zegt de HEERE.

Wie voor de macht van de vijand vluchtten, bleven uitgeput staan in de schaduw van Hesbon.
Maar er ging een vuur uit van Hesbon en een vlam uit het midden van Sihon.
Het verteerde de slapen van Moab en de schedels van de schreeuwers.

Wee jou, Moab!
Het volk van Kamos is verloren.
Want je zonen zijn weggevoerd in gevangenschap en je dochters ook.

Maar aan het einde van de dagen zal ik het lot van Moab keren, zegt de HEERE.
Tot zover het oordeel over Moab.

Download hoofdstuk als tekstbestand