Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 49
Het woord over Ammon, Edom, Damaskus, Kedar en Elam
Over de Ammonieten
Over de Ammonieten zegt de HEERE dit: Heeft Israël dan geen kinderen?
Heeft hij geen erfgenaam?
Waarom heeft Malcham dan het gebied van Gad geërfd?
Waarom woont zijn volk in de steden daar?
Heeft hij geen erfgenaam?
Waarom heeft Malcham dan het gebied van Gad geërfd?
Waarom woont zijn volk in de steden daar?
Daarom, kijk, de dagen komen, zegt de HEERE, dat ik tegen Rabba van de Ammonieten een strijdkreet laat horen.
Het wordt een puinhoop en de dorpen eromheen worden in brand gestoken.
Dan zal Israël erven van wie hem geërfd hadden, zegt de HEERE.
Het wordt een puinhoop en de dorpen eromheen worden in brand gestoken.
Dan zal Israël erven van wie hem geërfd hadden, zegt de HEERE.
Huil, Hesbon, want Ai is verwoest.
Schreeuw, dochters van Rabba!
Doe rouwkleren aan, rouw en loop rond tussen de muren.
Want Malcham gaat in ballingschap, met zijn priesters en zijn vorsten samen.
Schreeuw, dochters van Rabba!
Doe rouwkleren aan, rouw en loop rond tussen de muren.
Want Malcham gaat in ballingschap, met zijn priesters en zijn vorsten samen.
Waarom roem je op je dalen?
Je dal loopt leeg, afvallige dochter.
Jij vertrouwt op je schatten en zegt: wie zou tegen mij optrekken?
Je dal loopt leeg, afvallige dochter.
Jij vertrouwt op je schatten en zegt: wie zou tegen mij optrekken?
Kijk, ik breng angst over je, zegt de Heere HEERE van de legermachten.
Die angst komt van allen om je heen.
Jullie worden verdreven, ieder voor zich, en niemand brengt de zwervers bijeen.
Die angst komt van allen om je heen.
Jullie worden verdreven, ieder voor zich, en niemand brengt de zwervers bijeen.
Maar daarna zal ik het lot van de Ammonieten keren, zegt de HEERE.
Over Edom
Over Edom zegt de HEERE van de legermachten dit: Is er dan geen wijsheid meer in Theman?
Hebben de verstandigen geen raad meer?
Is hun wijsheid vergaan?
Hebben de verstandigen geen raad meer?
Is hun wijsheid vergaan?
Vlucht, keer om en verstop je diep, inwoners van Dedan.
Want ik breng de ondergang van Ezau over hem, de tijd dat ik hem bezoek.
Want ik breng de ondergang van Ezau over hem, de tijd dat ik hem bezoek.
Als er druivenplukkers bij je gekomen waren, zouden zij toch een nalezing hebben overgelaten?
Als er in de nacht dieven waren gekomen, zouden zij toch niet meer stelen dan genoeg is?
Als er in de nacht dieven waren gekomen, zouden zij toch niet meer stelen dan genoeg is?
Maar ik heb Ezau helemaal ontbloot en zijn schuilplaatsen blootgelegd, zodat hij zich niet kan verbergen.
Zijn nageslacht is verwoest, ook zijn familie en zijn buren, en hij is er niet meer.
Zijn nageslacht is verwoest, ook zijn familie en zijn buren, en hij is er niet meer.
Laat je wezen achter; ik zal hen in leven houden.
En laat je weduwen op mij vertrouwen.
En laat je weduwen op mij vertrouwen.
Want dit zegt de HEERE: kijk, wie niet verdiend hadden de beker te drinken, moeten hem toch helemaal drinken.
Zou jij dan vrijuit gaan?
Nee, je gaat niet vrijuit; je zult de beker helemaal leegdrinken.
Zou jij dan vrijuit gaan?
Nee, je gaat niet vrijuit; je zult de beker helemaal leegdrinken.
Want ik heb bij mijzelf gezworen, zegt de HEERE, dat Bozra een schrikbeeld zal worden, een smaad, een puinhoop en een vloek.
Al haar steden zullen voor altijd woestenijen worden.
Al haar steden zullen voor altijd woestenijen worden.
Ik heb een bericht gehoord van de HEERE.
Er is een gezant naar de volken gestuurd om te zeggen: verzamel je en trek tegen haar op, sta op voor de strijd!
Er is een gezant naar de volken gestuurd om te zeggen: verzamel je en trek tegen haar op, sta op voor de strijd!
Want kijk, ik heb je klein gemaakt onder de volken, veracht onder de mensen.
De schrik die je verspreidde heeft je bedrogen, en ook de trots van je hart.
Jij woont in de kloven van de rotsen en houdt je vast op de top van de heuvel.
Al zou je je nest zo hoog bouwen als een arend, ik haal je daar omlaag, zegt de HEERE.
Jij woont in de kloven van de rotsen en houdt je vast op de top van de heuvel.
Al zou je je nest zo hoog bouwen als een arend, ik haal je daar omlaag, zegt de HEERE.
Zo wordt Edom een schrikbeeld.
Iedereen die langsloopt zal huiveren en sissen om al haar wonden.
Iedereen die langsloopt zal huiveren en sissen om al haar wonden.
Het zal zijn als bij de omkering van Sodom en Gomorra en hun buursteden, zegt de HEERE.
Niemand zal daar wonen; geen mens zal er verblijven.
Niemand zal daar wonen; geen mens zal er verblijven.
Kijk, als een leeuw uit het struikgewas van de Jordaan komt hij op tegen de sterke weide.
Ik zal Edom in een ogenblik daaruit wegjagen.
En wie ik uitkies, stel ik erover aan.
Want wie is aan mij gelijk?
Wie zou mij dagvaarden?
Welke herder houdt voor mij stand?
Ik zal Edom in een ogenblik daaruit wegjagen.
En wie ik uitkies, stel ik erover aan.
Want wie is aan mij gelijk?
Wie zou mij dagvaarden?
Welke herder houdt voor mij stand?
Hoor daarom het besluit van de HEERE over Edom en Zijn plannen met de bewoners van Theman.
Zeker, de kleinsten van de kudde zullen hen wegslepen.
Zeker, hun weide zal met hen vergaan.
Zeker, de kleinsten van de kudde zullen hen wegslepen.
Zeker, hun weide zal met hen vergaan.
De aarde beeft van het geluid van hun val.
Het geschreeuw is te horen tot bij de Schelfzee.
Het geschreeuw is te horen tot bij de Schelfzee.
Kijk, hij komt op en vliegt snel als een arend en spreidt zijn vleugels over Bozra uit.
Op die dag zal het hart van de helden van Edom zijn als het hart van een vrouw in barensnood.
Op die dag zal het hart van de helden van Edom zijn als het hart van een vrouw in barensnood.
Over Damaskus
Over Damaskus.
Hamath en Arpad staan beschaamd, want zij hoorden een slecht bericht en smolten weg.
Aan de zee is onrust; niemand kan er rusten.
Hamath en Arpad staan beschaamd, want zij hoorden een slecht bericht en smolten weg.
Aan de zee is onrust; niemand kan er rusten.
Damaskus is slap geworden en heeft zich omgedraaid om te vluchten.
Angst greep haar aan.
Benauwdheid en pijn als van een barende vrouw hebben haar gepakt.
Angst greep haar aan.
Benauwdheid en pijn als van een barende vrouw hebben haar gepakt.
Hoe is de beroemde stad niet verlaten, de stad van mijn vreugde!
Daarom zullen haar jonge mannen op haar pleinen vallen.
Al haar soldaten worden op die dag neergehouwen, zegt de HEERE van de legermachten.
Al haar soldaten worden op die dag neergehouwen, zegt de HEERE van de legermachten.
Ik zal een vuur aansteken in de muur van Damaskus.
Het zal de paleizen van Benhadad verteren.
Het zal de paleizen van Benhadad verteren.
Over Kedar en over Elam
Over Kedar en over de koninkrijken van Hazor.
Nebukadrezar, de koning van Babel, versloeg ze.
De HEERE zegt dit: Sta op, trek op tegen Kedar en verwoest de mensen van het oosten.
Nebukadrezar, de koning van Babel, versloeg ze.
De HEERE zegt dit: Sta op, trek op tegen Kedar en verwoest de mensen van het oosten.
Zij zullen hun tenten en hun kudden wegnemen, hun tentkleden en al hun spullen.
Ook hun kamelen nemen zij mee.
Zij zullen tegen hen roepen: overal is schrik!
Ook hun kamelen nemen zij mee.
Zij zullen tegen hen roepen: overal is schrik!
Vlucht, ga snel weg, verstop je diep, inwoners van Hazor, zegt de HEERE.
Want Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft een plan tegen jullie gemaakt en iets tegen jullie bedacht.
Want Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft een plan tegen jullie gemaakt en iets tegen jullie bedacht.
Sta op, trek op tegen een volk dat rustig en veilig woont, zegt de HEERE.
Het heeft geen deuren en geen grendels en woont op zichzelf.
Het heeft geen deuren en geen grendels en woont op zichzelf.
Hun kamelen zullen buit worden en hun grote kudden roof.
Ik zal hen naar alle windstreken verstrooien, allen die hun haar aan de slapen afscheren.
Van alle kanten breng ik onheil over hen, zegt de HEERE.
Ik zal hen naar alle windstreken verstrooien, allen die hun haar aan de slapen afscheren.
Van alle kanten breng ik onheil over hen, zegt de HEERE.
Hazor wordt een verblijf voor jakhalzen, een woestenij voor altijd.
Niemand zal daar wonen; geen mens zal er verblijven.
Niemand zal daar wonen; geen mens zal er verblijven.
Het woord van de HEERE dat tot de profeet Jeremia kwam over Elam, aan het begin van de regering van Zedekia, de koning van Juda.
Dit zegt de HEERE van de legermachten: Kijk, ik breek de boog van Elam, hun voornaamste kracht.
Ik breng de vier winden over Elam, uit de vier hoeken van de hemel.
Ik verstrooi hen naar al die winden.
Er zal geen volk zijn waar de verdrevenen van Elam niet komen.
Ik verstrooi hen naar al die winden.
Er zal geen volk zijn waar de verdrevenen van Elam niet komen.
Ik zal Elam laten beven voor hun vijanden en voor wie hun leven zoeken.
Ik breng onheil over hen, de gloed van mijn toorn, zegt de HEERE.
Ik stuur het zwaard achter hen aan tot ik hen vernietigd heb.
Ik breng onheil over hen, de gloed van mijn toorn, zegt de HEERE.
Ik stuur het zwaard achter hen aan tot ik hen vernietigd heb.
Ik zal mijn troon in Elam zetten en de koning en de vorsten daar verdelgen, zegt de HEERE.
Maar aan het einde van de dagen zal ik het lot van Elam keren, zegt de HEERE.