Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 33
Roep tot mij
Ik zal hen genezen
Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot Jeremia, terwijl hij nog opgesloten zat in de wachtplaats.
Dit zegt de HEERE, die het doet, de HEERE die het vormt om het te bevestigen.
HEERE is Zijn naam.
HEERE is Zijn naam.
Roep tot mij en ik zal je antwoorden.
Ik zal je grote en onbegrijpelijke dingen bekendmaken die je niet weet.
Ik zal je grote en onbegrijpelijke dingen bekendmaken die je niet weet.
Want dit zegt de HEERE, de God van Israël, over de huizen van deze stad.
Hij spreekt ook over de huizen van de koningen van Juda, die door de wallen en het zwaard zijn afgebroken.
Hij spreekt ook over de huizen van de koningen van Juda, die door de wallen en het zwaard zijn afgebroken.
Men komt binnen om tegen de Chaldeeën te strijden.
Maar dat gebeurt alleen om de huizen te vullen met lijken van mensen die ik in mijn toorn en woede geslagen heb.
Ik heb mijn gezicht voor deze stad verborgen om al hun boosheid.
Maar dat gebeurt alleen om de huizen te vullen met lijken van mensen die ik in mijn toorn en woede geslagen heb.
Ik heb mijn gezicht voor deze stad verborgen om al hun boosheid.
Kijk, ik zal haar herstel en genezing brengen.
Ik zal hen genezen en hun overvloed van vrede en trouw laten zien.
Ik zal hen genezen en hun overvloed van vrede en trouw laten zien.
Ik zal het lot van Juda en het lot van Israël keren en hen opbouwen als vroeger.
Ik zal hen reinigen van alle schuld waarmee zij tegen mij zondigden.
Ik zal alle schuld vergeven waarmee zij tegen mij zondigden en in opstand kwamen.
Ik zal alle schuld vergeven waarmee zij tegen mij zondigden en in opstand kwamen.
Dan zal deze stad voor mij een naam van vreugde zijn, een lof en een sieraad bij alle volken op aarde.
Zij zullen horen van al het goede dat ik hun doe.
Zij zullen beven en sidderen om al het goede en de vrede die ik haar geef.
Zij zullen horen van al het goede dat ik hun doe.
Zij zullen beven en sidderen om al het goede en de vrede die ik haar geef.
Dit zegt de HEERE over deze plaats, waarvan jullie zeggen dat zij verwoest is, zonder mens of dier.
In de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, zal weer gehoord worden:
In de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, zal weer gehoord worden:
de stem van vrolijkheid en blijdschap, de stem van bruidegom en bruid.
Men zal horen hoe men zegt: prijs de HEERE van de legermachten, want de HEERE is goed en Zijn goedheid duurt eeuwig.
Men brengt dankoffers naar het huis van de HEERE.
Want ik zal het lot van het land keren als vroeger, zegt de HEERE.
Men zal horen hoe men zegt: prijs de HEERE van de legermachten, want de HEERE is goed en Zijn goedheid duurt eeuwig.
Men brengt dankoffers naar het huis van de HEERE.
Want ik zal het lot van het land keren als vroeger, zegt de HEERE.
Dit zegt de HEERE van de legermachten.
Deze plaats is verwoest, zonder mens of dier.
Toch zullen hier en in al haar steden weer weiden zijn van herders die hun kudden laten rusten.
Deze plaats is verwoest, zonder mens of dier.
Toch zullen hier en in al haar steden weer weiden zijn van herders die hun kudden laten rusten.
In de steden van het bergland, van de laagte en van het zuiden gaan de kudden weer onder de hand van de teller door.
Dat gebeurt ook in het gebied van Benjamin, rondom Jeruzalem en in de steden van Juda, zegt de HEERE.
Dat gebeurt ook in het gebied van Benjamin, rondom Jeruzalem en in de steden van Juda, zegt de HEERE.
De Spruit van de gerechtigheid
Kijk, er komen dagen, zegt de HEERE.
Dan vervul ik het goede woord dat ik over het huis van Israël en het huis van Juda gesproken heb.
Dan vervul ik het goede woord dat ik over het huis van Israël en het huis van Juda gesproken heb.
In die dagen en in die tijd zal ik voor David een SPRUIT van gerechtigheid laten opkomen.
Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
In die dagen zal Juda verlost worden en Jeruzalem veilig wonen.
Men zal haar noemen: de HEERE, onze gerechtigheid.
Men zal haar noemen: de HEERE, onze gerechtigheid.
Want dit zegt de HEERE: het zal David nooit ontbreken aan een man op de troon van het huis van Israël.
Ook zal het de Levitische priesters voor mijn aangezicht nooit ontbreken aan een man die brandoffers brengt, graanoffers laat roken en slachtoffers klaarmaakt, alle dagen.
Het woord van de HEERE kwam tot Jeremia.
Dit zegt de HEERE.
Stel dat jullie mijn verbond met de dag en de nacht zouden kunnen verbreken, zodat dag en nacht niet op hun tijd komen.
Stel dat jullie mijn verbond met de dag en de nacht zouden kunnen verbreken, zodat dag en nacht niet op hun tijd komen.
Dan pas zou ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken kunnen worden, zodat hij geen zoon heeft die op zijn troon regeert.
Ook mijn verbond met de Levieten, de priesters, mijn dienaren, zou dan verbroken zijn.
Ook mijn verbond met de Levieten, de priesters, mijn dienaren, zou dan verbroken zijn.
Het leger van de hemel is niet te tellen en het zand van de zee niet te meten.
Zo zal ik het nageslacht van mijn knecht David vermeerderen, en ook de Levieten die mij dienen.
Zo zal ik het nageslacht van mijn knecht David vermeerderen, en ook de Levieten die mij dienen.
Het woord van de HEERE kwam tot Jeremia.
Heb je niet gezien wat dit volk zegt?
Zij zeggen dat de HEERE de twee families die Hij gekozen had, nu verworpen heeft.
Zo verachten zij mijn volk, alsof het voor hen geen volk meer is.
Zij zeggen dat de HEERE de twee families die Hij gekozen had, nu verworpen heeft.
Zo verachten zij mijn volk, alsof het voor hen geen volk meer is.
Dit zegt de HEERE.
Stel dat mijn verbond met dag en nacht niet bestond en dat ik de vaste orde van hemel en aarde niet gemaakt had.
Stel dat mijn verbond met dag en nacht niet bestond en dat ik de vaste orde van hemel en aarde niet gemaakt had.
dan zou ik ook het nageslacht van Jakob en van mijn knecht David verwerpen.
Dan zou ik uit zijn nageslacht geen heerser nemen over het nageslacht van Abraham, Izak en Jakob.
Maar ik zal hun lot keren en mij over hen ontfermen.
Dan zou ik uit zijn nageslacht geen heerser nemen over het nageslacht van Abraham, Izak en Jakob.
Maar ik zal hun lot keren en mij over hen ontfermen.