Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 31
Een nieuw verbond
Een eeuwige liefde
In die tijd, zegt de HEERE, zal ik de God zijn van alle families van Israël, en zij zullen mijn volk zijn.
Dit zegt de HEERE: het volk dat aan het zwaard ontkwam, vond genade in de woestijn.
Ik ging op weg om Israël rust te geven.
Ik ging op weg om Israël rust te geven.
Van ver is de HEERE aan mij verschenen.
Ik heb je liefgehad met een eeuwige liefde.
Daarom heb ik je met goedheid naar mij toe getrokken.
Ik heb je liefgehad met een eeuwige liefde.
Daarom heb ik je met goedheid naar mij toe getrokken.
Ik zal je opnieuw bouwen en je zult gebouwd worden, jonge dochter Israël.
Je zult je weer tooien met tamboerijnen en uitgaan in de dans van wie feestvieren.
Je zult je weer tooien met tamboerijnen en uitgaan in de dans van wie feestvieren.
Je zult weer wijngaarden planten op de bergen van Samaria.
De planters zullen planten en de vrucht genieten.
De planters zullen planten en de vrucht genieten.
Want er komt een dag dat de wachters op het bergland van Efraïm roepen.
Zij zeggen: sta op, laten wij opgaan naar Sion, naar de HEERE, onze God.
Zij zeggen: sta op, laten wij opgaan naar Sion, naar de HEERE, onze God.
Want dit zegt de HEERE: juich luid over Jakob en jubel om het hoofd van de volken.
Laat het horen, zing lof en zeg: HEERE, red Uw volk, de rest van Israël.
Laat het horen, zing lof en zeg: HEERE, red Uw volk, de rest van Israël.
Kijk, ik breng hen uit het land van het noorden en verzamel hen van de einden van de aarde.
Onder hen zijn blinden en kreupelen, zwangere vrouwen en vrouwen die baren.
Als een grote menigte keren zij hierheen terug.
Onder hen zijn blinden en kreupelen, zwangere vrouwen en vrouwen die baren.
Als een grote menigte keren zij hierheen terug.
Zij zullen komen met geween, en met smeekbeden zal ik hen leiden.
Ik breng hen naar waterbeken, op een rechte weg waarop zij niet struikelen.
Want ik ben voor Israël een Vader, en Efraïm is mijn eerstgeborene.
Ik breng hen naar waterbeken, op een rechte weg waarop zij niet struikelen.
Want ik ben voor Israël een Vader, en Efraïm is mijn eerstgeborene.
Hoor het woord van de HEERE, volken, en vertel het op de verre eilanden.
Zeg: wie Israël verstrooid heeft, zal hem weer verzamelen en hem bewaken als een herder zijn kudde.
Zeg: wie Israël verstrooid heeft, zal hem weer verzamelen en hem bewaken als een herder zijn kudde.
Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht en hem verlost uit de hand van wie sterker was dan hij.
Zij zullen komen en juichen op de hoogte van Sion.
Zij zullen toestromen naar het goede van de HEERE: koren, most en olie, jonge schapen en runderen.
Hun ziel zal zijn als een besproeide tuin en zij zullen niet meer treuren.
Zij zullen toestromen naar het goede van de HEERE: koren, most en olie, jonge schapen en runderen.
Hun ziel zal zijn als een besproeide tuin en zij zullen niet meer treuren.
Dan zal de jonge vrouw blij zijn in de dans, met jonge mannen en ouderen samen.
Ik verander hun rouw in vreugde, ik troost hen en maak hen blij na hun verdriet.
Ik verander hun rouw in vreugde, ik troost hen en maak hen blij na hun verdriet.
Ik zal de priesters verzadigen met overvloed, en mijn volk zal genoeg hebben aan mijn goed, zegt de HEERE.
Rachel huilt om haar kinderen
Dit zegt de HEERE: in Rama klinkt een stem, een klacht, een bitter geween.
Rachel huilt om haar kinderen en weigert zich te laten troosten, want zij zijn er niet meer.
Rachel huilt om haar kinderen en weigert zich te laten troosten, want zij zijn er niet meer.
Dit zegt de HEERE: houd je stem in van geween en je ogen van tranen.
Want er is loon voor je werk, zegt de HEERE; zij zullen terugkomen uit het land van de vijand.
Want er is loon voor je werk, zegt de HEERE; zij zullen terugkomen uit het land van de vijand.
Er is hoop voor je toekomst, zegt de HEERE, want je kinderen keren terug naar hun eigen gebied.
Ik heb wel gehoord hoe Efraïm klaagt: U hebt mij getuchtigd en ik ben getuchtigd als een kalf dat nog niet gewend is.
Breng mij terug, dan kom ik terug, want U bent de HEERE, mijn God.
Breng mij terug, dan kom ik terug, want U bent de HEERE, mijn God.
Want nadat ik teruggekeerd was, kreeg ik spijt.
Toen ik tot inzicht kwam, sloeg ik mij op de heup.
Ik stond beschaamd en rood van schaamte, omdat ik de smaad van mijn jeugd droeg.
Toen ik tot inzicht kwam, sloeg ik mij op de heup.
Ik stond beschaamd en rood van schaamte, omdat ik de smaad van mijn jeugd droeg.
Is Efraïm niet mijn dierbare zoon, mijn lievelingskind?
Telkens als ik tegen hem spreek, denk ik nog met liefde aan hem.
Daarom is mijn binnenste ontroerd over hem.
Ik zal mij zeker over hem ontfermen, zegt de HEERE.
Telkens als ik tegen hem spreek, denk ik nog met liefde aan hem.
Daarom is mijn binnenste ontroerd over hem.
Ik zal mij zeker over hem ontfermen, zegt de HEERE.
Zet wegwijzers neer en plaats palen.
Let goed op de gebaande weg die je gegaan bent.
Keer terug, jonge dochter Israël, keer terug naar deze steden van jou.
Let goed op de gebaande weg die je gegaan bent.
Keer terug, jonge dochter Israël, keer terug naar deze steden van jou.
Hoe lang blijf je aarzelen, afkerige dochter?
Want de HEERE heeft iets nieuws op aarde geschapen: de vrouw zal de man omringen.
Want de HEERE heeft iets nieuws op aarde geschapen: de vrouw zal de man omringen.
Dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël.
Als ik hun lot keer, zal men in het land van Juda opnieuw zeggen: de HEERE zegene je, woning van gerechtigheid, heilige berg.
Als ik hun lot keer, zal men in het land van Juda opnieuw zeggen: de HEERE zegene je, woning van gerechtigheid, heilige berg.
Juda en al zijn steden zullen daar samen wonen, de boeren en wie met de kudde trekken.
Want ik heb de vermoeide ziel verkwikt en elke treurige ziel verzadigd.
Hierop werd ik wakker en keek om mij heen, en mijn slaap was mij zoet.
Het nieuwe verbond
Kijk, er komen dagen, zegt de HEERE.
Dan zal ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien met zaad van mensen en zaad van dieren.
Dan zal ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaaien met zaad van mensen en zaad van dieren.
Ik waakte over hen om uit te rukken, af te breken, om te halen en te vernietigen.
Zo zal ik over hen waken om te bouwen en te planten, zegt de HEERE.
Zo zal ik over hen waken om te bouwen en te planten, zegt de HEERE.
In die dagen zal men niet meer zeggen: de vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden.
Maar ieder zal om zijn eigen schuld sterven.
Ieder mens die onrijpe druiven eet, krijgt zelf stompe tanden.
Ieder mens die onrijpe druiven eet, krijgt zelf stompe tanden.
Kijk, er komen dagen, zegt de HEERE, dat ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluit.
Dat is niet als het verbond dat ik met hun vaderen sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden.
Zij verbraken mijn verbond, terwijl ik hun man was, zegt de HEERE.
Zij verbraken mijn verbond, terwijl ik hun man was, zegt de HEERE.
Maar dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël sluit, zegt de HEERE.
Ik zal mijn wet in hun binnenste geven en in hun hart schrijven.
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Ik zal mijn wet in hun binnenste geven en in hun hart schrijven.
Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
Dan zal niemand meer zijn naaste of zijn broer hoeven leren: ken de HEERE.
Want zij zullen mij allemaal kennen, van klein tot groot, zegt de HEERE.
Want ik zal hun schuld vergeven en aan hun zonden niet meer denken.
Want zij zullen mij allemaal kennen, van klein tot groot, zegt de HEERE.
Want ik zal hun schuld vergeven en aan hun zonden niet meer denken.
Dit zegt de HEERE, die de zon geeft om overdag te schijnen.
Hij geeft de vaste orde van maan en sterren voor de nacht.
Hij zweept de zee op, zodat haar golven bruisen.
HEERE van de legermachten is Zijn naam.
Hij geeft de vaste orde van maan en sterren voor de nacht.
Hij zweept de zee op, zodat haar golven bruisen.
HEERE van de legermachten is Zijn naam.
Zou die vaste orde ooit voor mij wijken, zegt de HEERE?
Dan pas zou het nageslacht van Israël ophouden een volk voor mij te zijn.
Dan pas zou het nageslacht van Israël ophouden een volk voor mij te zijn.
Dit zegt de HEERE.
Misschien kan de hemel daarboven gemeten worden en de fundamenten van de aarde beneden doorgrond.
Dan pas zal ik heel het nageslacht van Israël verwerpen om wat zij gedaan hebben, zegt de HEERE.
Misschien kan de hemel daarboven gemeten worden en de fundamenten van de aarde beneden doorgrond.
Dan pas zal ik heel het nageslacht van Israël verwerpen om wat zij gedaan hebben, zegt de HEERE.
Kijk, er komen dagen, zegt de HEERE, dat deze stad voor de HEERE herbouwd wordt, van de toren Hananeël tot de Hoekpoort.
Het meetsnoer zal verder lopen tot de heuvel Gareb en zich dan naar Goath wenden.
Het hele dal van de lijken en de as zal heilig zijn voor de HEERE.
Dat geldt ook voor alle velden tot aan de beek Kidron, tot de hoek van de Paardenpoort in het oosten.
Nooit meer zal er iets uitgerukt of afgebroken worden.
Dat geldt ook voor alle velden tot aan de beek Kidron, tot de hoek van de Paardenpoort in het oosten.
Nooit meer zal er iets uitgerukt of afgebroken worden.