Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Jeremia 30
Een tijd van benauwdheid voor Jakob
Schrijf de woorden in een boek
Het woord dat van de HEERE tot Jeremia kwam.
Dit zegt de HEERE, de God van Israël: Schrijf alle woorden die ik tot je gesproken heb in een boek.
Want kijk, er komen dagen, zegt de HEERE, dat ik het lot van mijn volk Israël en Juda zal keren.
Ik breng hen terug in het land dat ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het bezitten.
Ik breng hen terug in het land dat ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het bezitten.
Dit zijn de woorden die de HEERE over Israël en Juda gesproken heeft.
Want dit zegt de HEERE: wij horen een stem van schrik.
Er is angst en geen vrede.
Er is angst en geen vrede.
Vraag en zie: kan een man baren?
Waarom zie ik dan iedere man met zijn handen op zijn heupen, als een vrouw die baart, en alle gezichten bleek?
Waarom zie ik dan iedere man met zijn handen op zijn heupen, als een vrouw die baart, en alle gezichten bleek?
Wee, die dag is zo groot dat er geen andere op lijkt.
Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, maar hij zal eruit gered worden.
Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, maar hij zal eruit gered worden.
Op die dag, zegt de HEERE van de legermachten, zal ik zijn juk van je hals breken en je banden verscheuren.
Vreemden zullen hem niet meer laten dienen.
Vreemden zullen hem niet meer laten dienen.
Maar zij zullen de HEERE, hun God, dienen en hun koning David, die ik hun zal geven.
Wees dus niet bang, mijn knecht Jakob, zegt de HEERE.
Schrik niet, Israël.
Want kijk, ik zal je uit verre landen redden en je nageslacht uit het land van hun ballingschap.
Jakob zal terugkomen, rustig en veilig, en niemand zal hem opschrikken.
Schrik niet, Israël.
Want kijk, ik zal je uit verre landen redden en je nageslacht uit het land van hun ballingschap.
Jakob zal terugkomen, rustig en veilig, en niemand zal hem opschrikken.
Want ik ben met je om je te redden, zegt de HEERE.
Ik zal een einde maken aan alle volken waarheen ik je verstrooid heb.
Maar aan jou maak ik geen einde.
Ik zal je met mate straffen en je niet vrijuit laten gaan.
Ik zal een einde maken aan alle volken waarheen ik je verstrooid heb.
Maar aan jou maak ik geen einde.
Ik zal je met mate straffen en je niet vrijuit laten gaan.
Je breuk is dodelijk
Want dit zegt de HEERE: je breuk is dodelijk en je wond is pijnlijk.
Er is niemand die jouw zaak behandelt.
Voor je zweer is geen geneesmiddel, er zijn geen pleisters.
Voor je zweer is geen geneesmiddel, er zijn geen pleisters.
Al je minnaars zijn je vergeten en vragen niet naar je.
Want ik heb je geslagen als een vijand, met de straf van een wreedaard, om je grote schuld en je vele zonden.
Want ik heb je geslagen als een vijand, met de straf van een wreedaard, om je grote schuld en je vele zonden.
Waarom schreeuw je om je breuk, omdat je pijn dodelijk is?
Om je grote schuld en je vele zonden heb ik je dit aangedaan.
Om je grote schuld en je vele zonden heb ik je dit aangedaan.
Daarom zullen allen die jou opeten, zelf opgegeten worden.
Al je tegenstanders gaan in gevangenschap.
Wie jou beroven, worden beroofd, en wie jou plunderen, geef ik over aan plundering.
Al je tegenstanders gaan in gevangenschap.
Wie jou beroven, worden beroofd, en wie jou plunderen, geef ik over aan plundering.
Want ik zal je gezondheid herstellen en je van je wonden genezen, zegt de HEERE.
Men noemt jou immers de verstotene, en zegt: dat is Sion, niemand vraagt naar haar.
Men noemt jou immers de verstotene, en zegt: dat is Sion, niemand vraagt naar haar.
Dit zegt de HEERE: kijk, ik keer het lot van de tenten van Jakob en ontferm mij over hun woningen.
De stad wordt herbouwd op haar puinheuvel en het paleis komt op zijn plaats te staan.
De stad wordt herbouwd op haar puinheuvel en het paleis komt op zijn plaats te staan.
Uit hen zal dank opklinken en de stem van wie feestvieren.
Ik maak hen talrijk en zij zullen niet minder worden.
Ik maak hen geëerd en zij zullen niet gering zijn.
Ik maak hen talrijk en zij zullen niet minder worden.
Ik maak hen geëerd en zij zullen niet gering zijn.
Hun zonen zullen zijn als vroeger en hun vergadering zal voor mijn aangezicht vaststaan.
Ik zal al hun onderdrukkers bezoeken.
Ik zal al hun onderdrukkers bezoeken.
Hun machtige zal uit henzelf voortkomen en hun heerser uit hun midden.
Ik zal hem laten naderen en hij zal dicht bij mij komen.
Want wie zou zelf durven naderen tot mij?
zegt de HEERE.
Ik zal hem laten naderen en hij zal dicht bij mij komen.
Want wie zou zelf durven naderen tot mij?
zegt de HEERE.
Jullie zullen mijn volk zijn en ik zal jullie God zijn.
Kijk, een storm van de HEERE, een woede is uitgegaan, een aanhoudende storm.
Die zal neerkomen op het hoofd van de goddelozen.
Die zal neerkomen op het hoofd van de goddelozen.
De brandende toorn van de HEERE keert niet terug voordat Hij de plannen van Zijn hart heeft uitgevoerd.
Aan het einde van de dagen zullen jullie erop letten.
Aan het einde van de dagen zullen jullie erop letten.