Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jeremia 29

De brief aan de ballingen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Bouw huizen en woon daarin
Dit zijn de woorden van de brief die de profeet Jeremia uit Jeruzalem stuurde.
Hij stuurde die aan de overgebleven oudsten van de ballingen, aan de priesters, de profeten en heel het volk dat Nebukadnezar naar Babel had weggevoerd.
Dat was nadat koning Jechonia en de koningin-moeder waren weggegaan.
Ook de hovelingen, de vorsten van Juda en Jeruzalem en de timmerlieden en smeden waren vertrokken.
Hij stuurde de brief door Elasa, de zoon van Safan, en Gemarja, de zoon van Hilkia.
Zedekia, de koning van Juda, stuurde hen naar Nebukadnezar, de koning van Babel.
Dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, tegen alle ballingen die ik van Jeruzalem naar Babel heb laten wegvoeren.
Bouw huizen en woon daarin.
Plant tuinen en eet de vrucht ervan.

Neem vrouwen en krijg zonen en dochters.
Neem vrouwen voor je zonen en geef je dochters aan mannen, zodat zij zonen en dochters krijgen.
Word daar talrijk en niet minder.

Zoek de vrede van de stad waarheen ik jullie heb laten wegvoeren en bid voor haar tot de HEERE.
Want in haar vrede zullen jullie vrede hebben.

Want dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: laat je profeten en waarzeggers onder jullie je niet bedriegen.
Luister niet naar de dromen die jullie laten dromen.

Want zij profeteren jullie leugens in mijn naam.
Ik heb hen niet gestuurd, zegt de HEERE.

Want dit zegt de HEERE: als er zeventig jaar in Babel voorbij zijn, zal ik naar jullie omzien.
Dan zal ik mijn goede woord aan jullie vervullen en jullie naar deze plaats terugbrengen.

Want ik weet welke gedachten ik over jullie heb, zegt de HEERE: gedachten van vrede en niet van kwaad.
Ik geef jullie toekomst en hoop.

Dan zullen jullie mij aanroepen, gaan bidden, en ik zal naar jullie luisteren.
Jullie zullen mij zoeken en vinden, als jullie met heel je hart naar mij vragen.
Ik zal mij door jullie laten vinden, zegt de HEERE.
Ik zal jullie lot keren en jullie verzamelen uit alle volken en plaatsen waarheen ik jullie verdreven heb.
Ik breng jullie terug naar de plaats vanwaar ik jullie heb laten wegvoeren.

Over de valse profeten
Jullie zeggen: de HEERE heeft ons in Babel profeten gegeven.
Daarom zegt de HEERE dit over de koning die op de troon van David zit.
Hij spreekt ook over het volk in deze stad, jullie verwanten die niet mee in ballingschap gingen.

Dit zegt de HEERE van de legermachten: kijk, ik stuur het zwaard, de honger en de pest onder hen.
Ik maak hen als afschuwelijke vijgen, zo slecht dat je ze niet kunt eten.

Ik zal hen achtervolgen met zwaard, honger en pest.
Ik geef hen over tot een schrikbeeld voor alle koninkrijken op aarde, tot vloek en ontzetting onder alle volken waarheen ik hen verdreven heb.

Want zij hebben niet naar mijn woorden geluisterd, zegt de HEERE.
Ik stuurde mijn knechten, de profeten, steeds opnieuw naar hen.
Maar jullie hebben niet geluisterd, zegt de HEERE.

Hoor dan het woord van de HEERE, alle ballingen die ik van Jeruzalem naar Babel gestuurd heb.
Dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël, over Achab, de zoon van Kolaja, en Zedekia, de zoon van Maäseja.
Zij profeteren jullie leugens in mijn naam.
Kijk, ik geef hen in de hand van Nebukadnezar, de koning van Babel, en hij zal hen voor jullie ogen doden.

Naar hen zal men onder alle ballingen van Juda in Babel een vloek maken.
Men zal zeggen: de HEERE doe met jou als met Zedekia en Achab, die de koning van Babel roosterde.

Want zij deden iets dwaas in Israël.
Zij pleegden overspel met de vrouwen van hun naasten en spraken in mijn naam een leugenwoord dat ik hun niet geboden had.
Ik weet het en ik ben er getuige van, zegt de HEERE.

De brief van Semaja
Tegen Semaja uit Nechlam moet je dit zeggen.
Dit zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël.
Jij hebt in je eigen naam brieven gestuurd aan heel het volk in Jeruzalem.
Je schreef ook aan de priester Zefanja, de zoon van Maäseja, en aan alle priesters.

Je schreef: De HEERE heeft je tot priester aangesteld in plaats van de priester Jojada.
Jullie moeten opzichters zijn in het huis van de HEERE over iedere gek die zich voor profeet uitgeeft.
Zet zo iemand in de gevangenis en in het blok.

Waarom heb je Jeremia uit Anathoth dan niet berispt, die zich bij jullie voor profeet uitgeeft?
Hij heeft ons immers in Babel laten weten: het duurt lang.
Bouw huizen en woon daarin, plant tuinen en eet de vrucht ervan.

De priester Zefanja had deze brief voorgelezen aan de profeet Jeremia.
Daarom kwam het woord van de HEERE tot Jeremia.
Stuur dit aan alle ballingen: dit zegt de HEERE over Semaja uit Nechlam.
Semaja heeft voor jullie geprofeteerd terwijl ik hem niet gestuurd heb, en hij heeft jullie op leugen laten vertrouwen.

Daarom zegt de HEERE: kijk, ik zal Semaja uit Nechlam en zijn nageslacht bezoeken.
Hij zal niemand hebben die onder dit volk woont.
Hij zal het goede niet zien dat ik mijn volk doe, zegt de HEERE, want hij heeft afval tegen de HEERE gesproken.

Download hoofdstuk als tekstbestand