Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Hosea 1
De kinderen met de vreemde namen
Jizreël, Lo-Ruchama en Lo-Ammi
Het woord van de HEERE dat kwam tot Hosea, de zoon van Beëri.
Dat was in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda.
Het was ook in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israël.
Dat was in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda.
Het was ook in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israël.
Het begin van het woord van de HEERE door Hosea.
De HEERE zei tegen Hosea: Ga en neem een ontrouwe vrouw en krijg kinderen van ontrouw.
Want het land is de HEERE helemaal ontrouw geworden.
De HEERE zei tegen Hosea: Ga en neem een ontrouwe vrouw en krijg kinderen van ontrouw.
Want het land is de HEERE helemaal ontrouw geworden.
Zo ging hij en nam Gomer, de dochter van Diblaïm.
Zij werd zwanger en kreeg een zoon.
Zij werd zwanger en kreeg een zoon.
De HEERE zei tegen hem: Noem hem Jizreël.
Want binnenkort zal ik het bloedbad van Jizreël wreken op het huis van Jehu.
Ik zal een einde maken aan het koninkrijk van het volk van Israël.
Want binnenkort zal ik het bloedbad van Jizreël wreken op het huis van Jehu.
Ik zal een einde maken aan het koninkrijk van het volk van Israël.
Op die dag zal ik de boog van Israël breken, in het dal van Jizreël.
Zij werd opnieuw zwanger en kreeg een dochter.
Hij zei tegen hem: Noem haar Lo-Ruchama.
Want ik zal mij niet meer ontfermen over het volk van Israël.
Ik zal hen zeker wegvoeren.
Hij zei tegen hem: Noem haar Lo-Ruchama.
Want ik zal mij niet meer ontfermen over het volk van Israël.
Ik zal hen zeker wegvoeren.
Maar over het volk van Juda zal ik mij wel ontfermen.
Ik zal hen redden door de HEERE, hun God.
Ik zal hen niet redden door boog, zwaard of oorlog, en niet door paarden of ruiters.
Ik zal hen redden door de HEERE, hun God.
Ik zal hen niet redden door boog, zwaard of oorlog, en niet door paarden of ruiters.
Toen zij Lo-Ruchama niet meer de borst gaf, werd zij zwanger en kreeg een zoon.
Hij zei: Noem hem Lo-Ammi.
Want jullie zijn mijn volk niet en ik zal er niet voor jullie zijn.
Want jullie zijn mijn volk niet en ik zal er niet voor jullie zijn.
Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet te meten en niet te tellen is.
Op de plaats waar tegen hen gezegd is: jullie zijn mijn volk niet, zal tegen hen gezegd worden: jullie zijn kinderen van de levende God.
Op de plaats waar tegen hen gezegd is: jullie zijn mijn volk niet, zal tegen hen gezegd worden: jullie zijn kinderen van de levende God.
De Judeeërs en de Israëlieten zullen samen bijeenkomen.
Zij zullen één hoofd over zich aanstellen en uit het land optrekken.
Want de dag van Jizreël zal groot zijn.
Zij zullen één hoofd over zich aanstellen en uit het land optrekken.
Want de dag van Jizreël zal groot zijn.
Zeg tegen je broers: Ammi.
En zeg tegen je zussen: Ruchama.
En zeg tegen je zussen: Ruchama.