Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Hosea 2
Ik zal naar haar hart spreken
De ontrouwe vrouw
Klaag je moeder aan, klaag haar aan.
Want zij is mijn vrouw niet en ik ben haar man niet.
Laat zij haar ontrouw uit haar gezicht wegdoen en haar overspel van tussen haar borsten.
Want zij is mijn vrouw niet en ik ben haar man niet.
Laat zij haar ontrouw uit haar gezicht wegdoen en haar overspel van tussen haar borsten.
Anders zal ik haar naakt uitkleden en haar neerzetten zoals op de dag dat zij geboren werd.
Ik zal haar maken als een woestijn en als een dor land, en haar laten sterven van dorst.
Ik zal haar maken als een woestijn en als een dor land, en haar laten sterven van dorst.
Over haar kinderen zal ik mij niet ontfermen, want het zijn kinderen van ontrouw.
Want hun moeder is ontrouw geweest.
Zij die hen droeg, deed schandelijke dingen.
Zij zei: ik ga achter mijn minnaars aan.
Zij geven mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank.
Zij die hen droeg, deed schandelijke dingen.
Zij zei: ik ga achter mijn minnaars aan.
Zij geven mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank.
Daarom, kijk, ik zal je weg met doornen afzetten.
Ik zal een muur om haar heen bouwen, zodat zij haar paden niet meer vindt.
Ik zal een muur om haar heen bouwen, zodat zij haar paden niet meer vindt.
Zij zal haar minnaars achternalopen, maar hen niet inhalen.
Zij zal hen zoeken, maar niet vinden.
Dan zal zij zeggen: ik ga terug naar mijn eerste man, want toen had ik het beter dan nu.
Zij zal hen zoeken, maar niet vinden.
Dan zal zij zeggen: ik ga terug naar mijn eerste man, want toen had ik het beter dan nu.
Zij erkent niet dat ik het was die haar het koren, de wijn en de olie gaf.
Ik gaf haar veel zilver en goud, maar dat gebruikten zij voor Baäl.
Ik gaf haar veel zilver en goud, maar dat gebruikten zij voor Baäl.
Daarom zal ik terugkomen en mijn koren weghalen op zijn tijd, en mijn wijn op de vastgestelde tijd.
Ik zal mijn wol en mijn vlas wegnemen, die haar naaktheid bedekten.
Ik zal mijn wol en mijn vlas wegnemen, die haar naaktheid bedekten.
Nu zal ik haar schande blootleggen voor de ogen van haar minnaars.
Niemand zal haar uit mijn hand redden.
Niemand zal haar uit mijn hand redden.
Ik zal een einde maken aan al haar vrolijkheid, haar feesten, haar nieuwe manen en haar sabbatten, ja aan al haar feestdagen.
Ik zal haar wijnstok en haar vijgenboom verwoesten, waarvan zij zegt: dit is het loon dat mijn minnaars mij gegeven hebben.
Ik zal ze tot een wildernis maken en de dieren van het veld zullen ze opeten.
Ik zal ze tot een wildernis maken en de dieren van het veld zullen ze opeten.
Ik zal bij haar de dagen van de Baäls bezoeken.
Toen brandde zij wierook voor hen en tooide zij zich met haar ringen en haar halssieraad.
Zij liep achter haar minnaars aan, maar mij vergat zij, zegt de HEERE.
Toen brandde zij wierook voor hen en tooide zij zich met haar ringen en haar halssieraad.
Zij liep achter haar minnaars aan, maar mij vergat zij, zegt de HEERE.
Ik zal je voor altijd trouwen
Daarom, kijk, ik zal haar meelokken.
Ik zal haar naar de woestijn brengen en naar haar hart spreken.
Ik zal haar naar de woestijn brengen en naar haar hart spreken.
Ik zal haar vandaar haar wijngaarden teruggeven, en het dal Achor als een deur van hoop.
Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij uit Egypte optrok.
Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd, als op de dag dat zij uit Egypte optrok.
Op die dag, zegt de HEERE, zul je mij noemen: mijn man.
Je zult mij niet meer noemen: mijn Baäl.
Je zult mij niet meer noemen: mijn Baäl.
Ik zal de namen van de Baäls uit haar mond weghalen.
Zij zullen niet meer bij hun namen genoemd worden.
Zij zullen niet meer bij hun namen genoemd worden.
Op die dag sluit ik voor hen een verbond met de dieren van het veld.
Ook met de vogels van de hemel en met alles wat over de grond kruipt.
Ik zal boog, zwaard en oorlog uit het land breken.
Ik zal hen veilig laten wonen.
Ook met de vogels van de hemel en met alles wat over de grond kruipt.
Ik zal boog, zwaard en oorlog uit het land breken.
Ik zal hen veilig laten wonen.
Ik zal je voor altijd tot mijn vrouw maken.
Ja, ik zal je tot mijn vrouw maken in gerechtigheid en recht, in trouw en barmhartigheid.
Ja, ik zal je tot mijn vrouw maken in gerechtigheid en recht, in trouw en barmhartigheid.
Ik zal je tot mijn vrouw maken in vertrouwen.
En je zult de HEERE kennen.
En je zult de HEERE kennen.
Op die dag zal ik antwoorden, zegt de HEERE.
Ik zal de hemel antwoorden en die zal de aarde antwoorden.
Ik zal de hemel antwoorden en die zal de aarde antwoorden.
De aarde zal het koren antwoorden, met de wijn en de olie.
En die zullen Jizreël antwoorden.
En die zullen Jizreël antwoorden.
Ik zal haar voor mijzelf in het land zaaien.
Ik zal mij ontfermen over Lo-Ruchama.
Ik zal tegen Lo-Ammi zeggen: jij bent mijn volk.
En hij zal zeggen: mijn God!
Ik zal mij ontfermen over Lo-Ruchama.
Ik zal tegen Lo-Ammi zeggen: jij bent mijn volk.
En hij zal zeggen: mijn God!