Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Hooglied 6

Waar is jouw liefste heen gegaan?

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Mijn liefste is naar zijn tuin
Waar is jouw liefste heen gegaan, mooiste van alle vrouwen?
Welke kant is hij op, dan zoeken wij hem met jou?

Mijn liefste is naar zijn tuin gegaan, naar de bedden met specerijen, om te weiden in de tuinen en lelies te plukken.
Ik ben van mijn liefste en mijn liefste is van mij.
Hij weidt tussen de lelies.

Mooi als de dageraad
Je bent mooi, mijn vriendin, als Tirza, lieflijk als Jeruzalem, ontzagwekkend als een leger met vaandels.
Wend je ogen van mij af, want zij overweldigen mij.
Je haar is als een kudde geiten die van Gilead afdaalt.

Je tanden zijn als een kudde schapen die uit het waterbad komen.
Ze gaan twee aan twee, en niet één ontbreekt.

Je slapen achter je sluier zijn als een halve granaatappel.
Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijvrouwen, en meisjes zonder getal.
Maar één is mijn duif, mijn volmaakte, de enige van haar moeder, de lieveling van wie haar gebaard heeft.
De meisjes zagen haar en prezen haar gelukkig.
De koninginnen en de bijvrouwen roemden haar.

Wie is zij, die opkomt als de dageraad, mooi als de maan, zuiver als de zon, ontzagwekkend als een leger met vaandels?
Ik ging naar de notentuin om te kijken naar het groen in het dal.
Ik wilde zien of de wijnstok bloeide en de granaatbomen uitliepen.

Voordat ik het wist, bracht mijn verlangen mij op de wagens van mijn volk.
Kom terug, kom terug, Sulammit!
Kom terug, kom terug, zodat wij naar je kunnen kijken.
Waarom kijken jullie naar de Sulammit, als naar een dans van twee koren?

Download hoofdstuk als tekstbestand