Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Handelingen 5
Ananias en Saffira, en de apostelen voor de Raad
Ananias en Saffira
Een man die Ananias heette, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een stuk grond.
Met medeweten van zijn vrouw hield hij een deel van de opbrengst achter.
De rest bracht hij naar de apostelen en legde het aan hun voeten.
De rest bracht hij naar de apostelen en legde het aan hun voeten.
Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan je hart gevuld, zodat je tegen de Heilige Geest gelogen hebt?
Je hebt een deel van de opbrengst van het land achtergehouden.
Je hebt een deel van de opbrengst van het land achtergehouden.
Als je het land gehouden had, was het toch van jou?
En toen je het verkocht had, mocht je toch zelf over het geld beslissen?
Waarom heb je dit in je hart bedacht?
Je hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.
En toen je het verkocht had, mocht je toch zelf over het geld beslissen?
Waarom heb je dit in je hart bedacht?
Je hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God.
Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en stierf.
Iedereen die het hoorde, werd door grote angst gegrepen.
Iedereen die het hoorde, werd door grote angst gegrepen.
De jonge mannen stonden op, wikkelden hem in doeken, droegen hem naar buiten en begroeven hem.
Ongeveer drie uur later kwam zijn vrouw binnen.
Zij wist niet wat er gebeurd was.
Zij wist niet wat er gebeurd was.
Petrus vroeg haar: Zeg mij, hebben jullie het land voor dit bedrag verkocht?
Zij zei: Ja, voor dat bedrag.
Zij zei: Ja, voor dat bedrag.
Petrus zei tegen haar: Waarom hebben jullie samen afgesproken de Geest van de Heere uit te dagen?
Kijk, de mannen die je man begraven hebben, staan voor de deur.
Zij zullen ook jou naar buiten dragen.
Kijk, de mannen die je man begraven hebben, staan voor de deur.
Zij zullen ook jou naar buiten dragen.
Meteen viel zij neer voor zijn voeten en stierf.
De jonge mannen kwamen binnen, vonden haar dood en droegen haar naar buiten.
Zij begroeven haar bij haar man.
De jonge mannen kwamen binnen, vonden haar dood en droegen haar naar buiten.
Zij begroeven haar bij haar man.
Grote angst kwam over de hele gemeenschap van gelovigen en over iedereen die dit hoorde.
Veel tekenen onder het volk
Door de handen van de apostelen gebeurden er veel tekenen en wonderen onder het volk.
Zij waren allemaal eensgezind bij elkaar in de zuilengang van Salomo.
Zij waren allemaal eensgezind bij elkaar in de zuilengang van Salomo.
Van de anderen durfde niemand zich bij hen aan te sluiten, maar het volk had veel achting voor hen.
Er kwamen er steeds meer bij die in de Heere geloofden, grote groepen mannen en vrouwen.
Zij droegen de zieken zelfs de straat op en legden hen op bedden en matten.
Zo kon de schaduw van Petrus in elk geval op een van hen vallen als hij langskwam.
Zo kon de schaduw van Petrus in elk geval op een van hen vallen als hij langskwam.
Ook uit de steden rondom Jeruzalem kwamen de mensen samen.
Zij brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allemaal genezen.
Zij brachten zieken mee en mensen die door onreine geesten gekweld werden, en zij werden allemaal genezen.
De apostelen uit de gevangenis bevrijd
Toen kwamen de hogepriester en al zijn medestanders in actie, de partij van de sadduceeën.
Zij werden vervuld met jaloezie.
Zij werden vervuld met jaloezie.
Zij grepen de apostelen en zetten hen in de openbare gevangenis.
Maar 's nachts opende een engel van de Heere de deuren van de gevangenis.
Hij bracht hen naar buiten en zei:
Hij bracht hen naar buiten en zei:
Ga naar de tempel, ga daar staan en vertel het volk alles over dit nieuwe leven.
Toen zij dat gehoord hadden, gingen zij bij het aanbreken van de dag naar de tempel en gaven onderwijs.
De hogepriester en zijn medestanders riepen intussen de Raad bijeen, met alle oudsten van Israël.
Zij stuurden dienaren naar de gevangenis om de apostelen te halen.
De hogepriester en zijn medestanders riepen intussen de Raad bijeen, met alle oudsten van Israël.
Zij stuurden dienaren naar de gevangenis om de apostelen te halen.
Maar toen de dienaren daar kwamen, vonden zij hen niet in de gevangenis.
Zij gingen terug en brachten verslag uit.
Zij gingen terug en brachten verslag uit.
Zij zeiden: Wij vonden de gevangenis zorgvuldig afgesloten, en de bewakers stonden voor de deuren.
Maar toen wij opendeden, vonden wij niemand binnen.
Maar toen wij opendeden, vonden wij niemand binnen.
De hogepriester, de bevelhebber van de tempelwacht en de overpriesters hoorden dit.
Zij wisten niet wat zij ermee aan moesten en vroegen zich af waar dit op uit zou lopen.
Zij wisten niet wat zij ermee aan moesten en vroegen zich af waar dit op uit zou lopen.
Toen kwam er iemand die hun vertelde: Kijk, de mannen die jullie in de gevangenis gezet hebben, staan in de tempel en onderwijzen het volk.
De bevelhebber ging erheen met zijn dienaren en bracht hen mee, maar niet met geweld.
Zij waren namelijk bang dat het volk hen zou stenigen.
Zij waren namelijk bang dat het volk hen zou stenigen.
Zij brachten de apostelen naar de Raad.
De hogepriester ondervroeg hen en zei:
De hogepriester ondervroeg hen en zei:
Hebben wij jullie niet streng verboden in deze Naam te onderwijzen?
En kijk, jullie hebben Jeruzalem gevuld met jullie leer.
Jullie willen het bloed van deze Man over ons brengen.
En kijk, jullie hebben Jeruzalem gevuld met jullie leer.
Jullie willen het bloed van deze Man over ons brengen.
Maar Petrus en de apostelen antwoordden: Men moet God meer gehoorzamen dan mensen.
De God van onze voorouders heeft Jezus opgewekt.
Jullie hebben Hem gedood door Hem aan een kruishout te hangen.
Jullie hebben Hem gedood door Hem aan een kruishout te hangen.
God heeft Hem door Zijn rechterhand verhoogd tot Leider en Redder.
Zo kan Hij Israël bekering en vergeving van zonden geven.
Zo kan Hij Israël bekering en vergeving van zonden geven.
Wij zijn getuigen van deze woorden, en ook de Heilige Geest, die God gegeven heeft aan wie Hem gehoorzamen.
De raad van Gamaliël
Toen zij dit hoorden, barstten zij van woede.
Zij wilden hen doden.
Zij wilden hen doden.
Maar een farizeeër in de Raad stond op.
Hij heette Gamaliël en was een leraar van de wet, in aanzien bij het hele volk.
Hij liet de apostelen even naar buiten brengen.
Hij heette Gamaliël en was een leraar van de wet, in aanzien bij het hele volk.
Hij liet de apostelen even naar buiten brengen.
Hij zei tegen de Raad: Israëlieten, kijk goed uit wat jullie met deze mensen gaan doen.
Niet lang geleden stond Theudas op.
Hij zei dat hij iemand was, en ongeveer 400 mannen sloten zich bij hem aan.
Hij is gedood, en al zijn aanhangers zijn uiteengevallen en verdwenen.
Hij zei dat hij iemand was, en ongeveer 400 mannen sloten zich bij hem aan.
Hij is gedood, en al zijn aanhangers zijn uiteengevallen en verdwenen.
Na hem stond Judas de Galileeër op, in de dagen van de volkstelling.
Hij kreeg veel volk achter zich, maar ook hij is omgekomen, en al zijn aanhangers zijn verspreid.
Hij kreeg veel volk achter zich, maar ook hij is omgekomen, en al zijn aanhangers zijn verspreid.
Daarom zeg ik jullie nu: blijf van deze mensen af en laat hen gaan.
Want als dit plan of dit werk uit mensen is, gaat het vanzelf kapot.
Want als dit plan of dit werk uit mensen is, gaat het vanzelf kapot.
Maar als het uit God is, kunnen jullie het niet kapotmaken.
Pas op dat jullie niet blijken te strijden tegen God.
Pas op dat jullie niet blijken te strijden tegen God.
Zij lieten zich door hem overtuigen.
Zij riepen de apostelen binnen, lieten hen geselen en verboden hun te spreken in de Naam van Jezus.
Daarna lieten zij hen gaan.
Zij riepen de apostelen binnen, lieten hen geselen en verboden hun te spreken in de Naam van Jezus.
Daarna lieten zij hen gaan.
De apostelen gingen blij weg bij de Raad.
Zij waren waardig gekeurd om vernedering te lijden om Zijn Naam.
Zij waren waardig gekeurd om vernedering te lijden om Zijn Naam.
Elke dag gingen zij door met onderwijzen in de tempel en in de huizen.
Zij bleven Jezus Christus verkondigen.
Zij bleven Jezus Christus verkondigen.