Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Handelingen 6

Zeven dienaren en de aanklacht tegen Stefanus

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Zeven mannen voor de dienst aan tafel
In die tijd groeide het aantal leerlingen.
De Griekssprekende gelovigen begonnen te mopperen op de Hebreeuwssprekende.
Hun weduwen werden namelijk overgeslagen bij de dagelijkse verzorging.
De twaalf riepen alle leerlingen bij elkaar.
Zij zeiden: Het is niet goed dat wij het woord van God laten liggen om aan tafel te dienen.
Kies daarom uit jullie midden zeven mannen die goed bekend staan, vol van de Heilige Geest en van wijsheid.
Die stellen wij aan voor deze taak.

Wij zullen ons blijven wijden aan het gebed en aan de dienst van het woord.
Dit voorstel beviel iedereen.
Zij kozen Stefanus, een man vol geloof en Heilige Geest.
Verder kozen zij Filippus, Prochorus, Nicanor, Timon en Parmenas.
Ook Nicolaüs uit Antiochië hoorde erbij, die zich bij het Jodendom had aangesloten.
Zij brachten hen bij de apostelen.
Die baden en legden hun de handen op.
Het woord van God verspreidde zich.
Het aantal leerlingen in Jeruzalem groeide sterk, en ook een grote groep priesters werd gehoorzaam aan het geloof.
Stefanus wordt aangeklaagd
Stefanus was vol geloof en kracht.
Hij deed wonderen en grote tekenen onder het volk.
Maar er stonden mensen op uit de synagoge van de Libertijnen, de Cyreneeërs en de Alexandrijnen, en uit Cilicië en Asia.
Zij gingen met Stefanus in discussie.
Zij konden niet op tegen de wijsheid en de Geest waarmee hij sprak.
Toen huurden zij mannen in die zeiden: Wij hebben hem lasterlijke woorden horen spreken tegen Mozes en tegen God.
Zo hitsten zij het volk op, en ook de oudsten en de schriftgeleerden.
Zij overvielen Stefanus, grepen hem en brachten hem voor de Raad.
Zij lieten valse getuigen optreden, die zeiden: Deze man houdt niet op met lasterlijke woorden tegen deze heilige plaats en tegen de wet.
Wij hebben hem horen zeggen dat Jezus uit Nazareth deze plaats zal afbreken.
Hij zou ook de gebruiken veranderen die Mozes ons heeft doorgegeven.

Iedereen in de Raad keek naar hem.
Zij zagen dat zijn gezicht was als het gezicht van een engel.

Download hoofdstuk als tekstbestand