Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Handelingen 3
De verlamde man bij de Schone poort
Een verlamde man gaat lopen
Petrus en Johannes gingen samen naar de tempel.
Het was het uur van het gebed, het negende uur volgens de oude dagtelling.
Het was het uur van het gebed, het negende uur volgens de oude dagtelling.
Daar werd een man gedragen die vanaf zijn geboorte verlamd was.
Elke dag zetten zij hem bij de tempelpoort die de Schone heet.
Daar vroeg hij om een gift aan de mensen die de tempel binnengingen.
Elke dag zetten zij hem bij de tempelpoort die de Schone heet.
Daar vroeg hij om een gift aan de mensen die de tempel binnengingen.
Hij zag Petrus en Johannes toen zij de tempel binnen wilden gaan.
Hij vroeg hun om een gift.
Hij vroeg hun om een gift.
Petrus keek hem strak aan, samen met Johannes, en zei: Kijk ons aan.
De man hield zijn ogen op hen gericht, want hij verwachtte iets van hen te krijgen.
Maar Petrus zei: Zilver en goud heb ik niet.
Wat ik wel heb, geef ik je: in de Naam van Jezus Christus uit Nazareth, sta op en loop!
Wat ik wel heb, geef ik je: in de Naam van Jezus Christus uit Nazareth, sta op en loop!
Hij pakte hem bij zijn rechterhand en trok hem omhoog.
Meteen werden zijn voeten en enkels sterk.
Meteen werden zijn voeten en enkels sterk.
Hij sprong op, bleef staan en liep.
Hij ging met hen de tempel binnen, lopend en springend, en hij prees God.
Hij ging met hen de tempel binnen, lopend en springend, en hij prees God.
Het hele volk zag hem lopen en God prijzen.
Zij herkenden hem als de man die om een gift zat te vragen bij de Schone poort van de tempel.
Zij waren vol verbazing en ontzetting over wat er met hem gebeurd was.
Zij waren vol verbazing en ontzetting over wat er met hem gebeurd was.
De man die genezen was, hield Petrus en Johannes vast.
Het hele volk liep verbaasd naar hen toe in de zuilengang die de zuilengang van Salomo heet.
Het hele volk liep verbaasd naar hen toe in de zuilengang die de zuilengang van Salomo heet.
De toespraak van Petrus in de tempel
Toen Petrus dat zag, zei hij tegen het volk: Israëlieten, waarom verbazen jullie je hierover?
Waarom kijken jullie ons zo aan, alsof wij deze man door eigen kracht of vroomheid hebben laten lopen?
Waarom kijken jullie ons zo aan, alsof wij deze man door eigen kracht of vroomheid hebben laten lopen?
De God van Abraham, Izak en Jakob, de God van onze voorouders, heeft Zijn dienaar Jezus verheerlijkt.
Jullie hebben Hem uitgeleverd en verloochend bij Pilatus, die had besloten Hem los te laten.
Jullie hebben Hem uitgeleverd en verloochend bij Pilatus, die had besloten Hem los te laten.
Jullie hebben de Heilige en Rechtvaardige verloochend.
In plaats daarvan vroegen jullie om een moordenaar.
In plaats daarvan vroegen jullie om een moordenaar.
De Vorst van het leven hebben jullie gedood, maar God heeft Hem uit de doden opgewekt.
Daarvan zijn wij getuigen.
Daarvan zijn wij getuigen.
Door het geloof in Zijn Naam heeft die Naam deze man sterk gemaakt.
Jullie zien en kennen hem.
Het geloof dat door Jezus komt, heeft hem in jullie bijzijn helemaal gezond gemaakt.
Jullie zien en kennen hem.
Het geloof dat door Jezus komt, heeft hem in jullie bijzijn helemaal gezond gemaakt.
Broeders, ik weet dat jullie het uit onwetendheid gedaan hebben, net als jullie leiders.
God had door de mond van al Zijn profeten van tevoren gezegd dat de Christus zou lijden.
Zo heeft Hij dat in vervulling laten gaan.
Zo heeft Hij dat in vervulling laten gaan.
Kom daarom tot inkeer en bekeer je, zodat jullie zonden worden uitgewist.
Dan zullen er tijden van verkwikking komen van de Heere.
Dan zullen er tijden van verkwikking komen van de Heere.
Dan zal Hij Jezus Christus sturen, die van tevoren aan jullie is aangekondigd.
De hemel moet Hem ontvangen tot de tijd waarin alles hersteld wordt.
Daarover heeft God gesproken door de mond van al Zijn heilige profeten, van oudsher.
Daarover heeft God gesproken door de mond van al Zijn heilige profeten, van oudsher.
Want Mozes heeft tegen de voorouders gezegd: De Heere, jullie God, zal uit jullie volksgenoten een profeet laten opstaan, zoals mij.
Naar Hem moeten jullie luisteren in alles wat Hij tegen jullie zegt.
Naar Hem moeten jullie luisteren in alles wat Hij tegen jullie zegt.
En iedereen die niet naar deze profeet luistert, zal uit het volk verwijderd worden.
Ook alle profeten vanaf Samuël, en die na hem kwamen, hebben over deze dagen gesproken.
Jullie zijn kinderen van de profeten en van het verbond dat God met jullie voorouders sloot.
Hij zei tegen Abraham: In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.
Hij zei tegen Abraham: In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.
God heeft Zijn dienaar Jezus laten opstaan en Hem eerst naar jullie gestuurd.
Hij zegent jullie door ieder van jullie af te brengen van zijn slechte daden.
Hij zegent jullie door ieder van jullie af te brengen van zijn slechte daden.