Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Handelingen 22
Paulus vertelt over zijn roeping
De toespraak op de trappen
Broeders en vaders, luister naar wat ik nu tot mijn verdediging zeg.
Toen zij hoorden dat hij hen in het Hebreeuws aansprak, werden zij nog stiller.
Hij zei:
Hij zei:
Ik ben een Joodse man, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad.
Aan de voeten van Gamaliël ben ik nauwkeurig onderwezen in de wet van onze voorouders.
Ik was vol ijver voor God, net als jullie vandaag.
Aan de voeten van Gamaliël ben ik nauwkeurig onderwezen in de wet van onze voorouders.
Ik was vol ijver voor God, net als jullie vandaag.
Ik heb deze weg tot de dood toe vervolgd.
Ik bond mannen en vrouwen en leverde hen uit aan de gevangenis.
Ik bond mannen en vrouwen en leverde hen uit aan de gevangenis.
De hogepriester en de hele raad van oudsten kunnen dat bevestigen.
Van hen kreeg ik brieven voor de gelovigen in Damaskus.
Ik reisde daarheen om ook de mensen daar geboeid naar Jeruzalem te brengen voor straf.
Van hen kreeg ik brieven voor de gelovigen in Damaskus.
Ik reisde daarheen om ook de mensen daar geboeid naar Jeruzalem te brengen voor straf.
Maar onderweg gebeurde er iets.
Ik kwam in de buurt van Damaskus, rond het middaguur.
Plotseling scheen er een fel licht uit de hemel om mij heen.
Ik kwam in de buurt van Damaskus, rond het middaguur.
Plotseling scheen er een fel licht uit de hemel om mij heen.
Ik viel op de grond en hoorde een stem tegen mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolg je mij?
Ik antwoordde: Wie bent U, Heere?
Hij zei tegen mij: Ik ben Jezus uit Nazareth, die jij vervolgt.
Hij zei tegen mij: Ik ben Jezus uit Nazareth, die jij vervolgt.
De mensen die bij mij waren, zagen wel het licht en werden erg bang.
Maar de stem van Hem die tot mij sprak, verstonden zij niet.
Maar de stem van Hem die tot mij sprak, verstonden zij niet.
Ik zei: Heere, wat moet ik doen?
De Heere zei tegen mij: Sta op en ga naar Damaskus.
Daar zal je gezegd worden wat je allemaal moet doen.
De Heere zei tegen mij: Sta op en ga naar Damaskus.
Daar zal je gezegd worden wat je allemaal moet doen.
Door de heerlijkheid van dat licht kon ik niet zien.
Daarom namen mijn reisgenoten mij bij de hand, en zo kwam ik in Damaskus.
Daarom namen mijn reisgenoten mij bij de hand, en zo kwam ik in Damaskus.
Daar woonde Ananias, een vroom man die de wet hield.
Alle Joden die daar woonden, spraken goed over hem.
Alle Joden die daar woonden, spraken goed over hem.
Hij kwam bij mij, ging naast mij staan en zei: Saul, broeder, word weer ziende!
Op dat moment kon ik hem zien.
Op dat moment kon ik hem zien.
Hij zei: De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen.
Je zult Zijn wil kennen, de Rechtvaardige zien en de stem uit Zijn mond horen.
Je zult Zijn wil kennen, de Rechtvaardige zien en de stem uit Zijn mond horen.
Want jij zult voor alle mensen Zijn getuige zijn van wat je gezien en gehoord hebt.
Waarom wacht je dan nog?
Sta op, laat je dopen en je zonden afwassen, terwijl je Zijn Naam aanroept.
Sta op, laat je dopen en je zonden afwassen, terwijl je Zijn Naam aanroept.
Later kwam ik terug in Jeruzalem.
Terwijl ik in de tempel bad, raakte ik in vervoering.
Terwijl ik in de tempel bad, raakte ik in vervoering.
Ik zag Hem, en Hij zei tegen mij: Haast je en ga snel weg uit Jeruzalem, want zij zullen jouw getuigenis over mij niet aannemen.
Ik zei: Heere, zij weten toch dat ik mensen die in U geloofden, gevangenzette en in de synagogen liet geselen.
Toen het bloed van Stefanus, Uw getuige, vergoten werd, stond ik erbij.
Ik was het eens met zijn dood en bewaakte de kleren van zijn moordenaars.
Ik was het eens met zijn dood en bewaakte de kleren van zijn moordenaars.
Maar Hij zei tegen mij: Ga, want ik stuur je ver weg, naar de andere volken.
Paulus is een Romein
Tot dit woord luisterden zij naar hem.
Toen verhieven zij hun stem en riepen: Weg met zo iemand van de aarde!
Hij mag niet blijven leven.
Toen verhieven zij hun stem en riepen: Weg met zo iemand van de aarde!
Hij mag niet blijven leven.
Zij schreeuwden, gooiden hun kleren weg en wierpen stof in de lucht.
Daarom gaf de commandant bevel hem naar de kazerne te brengen.
Hij liet hem geselen om te weten te komen waarom zij zo over hem schreeuwden.
Hij liet hem geselen om te weten te komen waarom zij zo over hem schreeuwden.
Zij spanden hem met riemen vast.
Toen zei Paulus tegen de officier die erbij stond: Mag u een Romein geselen, zonder vonnis?
Toen zei Paulus tegen de officier die erbij stond: Mag u een Romein geselen, zonder vonnis?
Toen de officier dat hoorde, ging hij naar de commandant.
Hij zei: Kijk uit wat u doet, want deze man is een Romein.
Hij zei: Kijk uit wat u doet, want deze man is een Romein.
De commandant kwam naar hem toe en vroeg: Zeg mij, bent u een Romein?
Hij zei: Ja.
Hij zei: Ja.
De commandant antwoordde: Ik heb dit burgerrecht voor veel geld gekocht.
Paulus zei: En ik ben als burger geboren.
Paulus zei: En ik ben als burger geboren.
Meteen lieten de mannen die hem zouden ondervragen, hem met rust.
Ook de commandant schrok toen hij besefte dat hij een Romein geboeid had.
Ook de commandant schrok toen hij besefte dat hij een Romein geboeid had.
De volgende dag wilde hij zeker weten waarvan de Joden hem beschuldigden.
Hij maakte hem los uit zijn boeien en gaf bevel dat de overpriesters en de hele Raad bij elkaar zouden komen.
Hij liet Paulus naar beneden brengen en zette hem voor hen neer.
Hij maakte hem los uit zijn boeien en gaf bevel dat de overpriesters en de hele Raad bij elkaar zouden komen.
Hij liet Paulus naar beneden brengen en zette hem voor hen neer.