Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
Handelingen 19
Paulus in Efeze
De leerlingen van Johannes
Terwijl Apollos in Korinthe was, reisde Paulus door het hoogland en kwam in Efeze.
Daar vond hij een paar leerlingen.
Daar vond hij een paar leerlingen.
Hij vroeg hun: Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen toen jullie tot geloof kwamen?
Zij zeiden tegen hem: Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een Heilige Geest is.
Zij zeiden tegen hem: Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een Heilige Geest is.
Hij vroeg: Waarin zijn jullie dan gedoopt?
Zij zeiden: In de doop van Johannes.
Zij zeiden: In de doop van Johannes.
Paulus zei: Johannes doopte met de doop van de bekering.
Hij zei tegen het volk dat zij moesten geloven in Hem die na hem kwam, en dat is Jezus.
Hij zei tegen het volk dat zij moesten geloven in Hem die na hem kwam, en dat is Jezus.
Toen zij dat hoorden, lieten zij zich dopen in de Naam van de Heere Jezus.
Paulus legde hun de handen op, en de Heilige Geest kwam op hen.
Zij spraken in andere talen en profeteerden.
Zij spraken in andere talen en profeteerden.
Bij elkaar waren het ongeveer twaalf mannen.
Paulus ging de synagoge binnen en sprak drie maanden lang vrijmoedig.
Hij sprak met hen en overtuigde hen over het koninkrijk van God.
Hij sprak met hen en overtuigde hen over het koninkrijk van God.
Maar sommigen werden hard en wilden niet geloven.
Zij spraken voor de menigte kwaad over de weg van de Heere.
Toen ging Paulus bij hen weg en nam de leerlingen mee.
Elke dag sprak hij in de school van een zekere Tyrannus.
Zij spraken voor de menigte kwaad over de weg van de Heere.
Toen ging Paulus bij hen weg en nam de leerlingen mee.
Elke dag sprak hij in de school van een zekere Tyrannus.
Dat duurde twee jaar.
Zo hoorden alle inwoners van Asia het woord van de Heere Jezus, Joden en Grieken.
Zo hoorden alle inwoners van Asia het woord van de Heere Jezus, Joden en Grieken.
De zonen van Sceva
God deed bijzondere krachten door de handen van Paulus.
Zelfs zweetdoeken en schorten die hij gedragen had, werden naar de zieken gebracht.
De ziekten verdwenen en de boze geesten gingen uit hen weg.
De ziekten verdwenen en de boze geesten gingen uit hen weg.
Ook een paar rondtrekkende Joodse geestenbezweerders probeerden de Naam van de Heere Jezus te gebruiken bij mensen met boze geesten.
Zij zeiden: Wij bezweren jullie bij Jezus, die Paulus verkondigt!
Zij zeiden: Wij bezweren jullie bij Jezus, die Paulus verkondigt!
Dat deden zeven zonen van Sceva, een Joodse overpriester.
Maar de boze geest antwoordde: Jezus ken ik, en van Paulus weet ik.
Maar wie zijn jullie?
Maar wie zijn jullie?
De man met de boze geest sprong op hen af.
Hij overmeesterde hen allemaal, zodat zij naakt en gewond uit dat huis vluchtten.
Hij overmeesterde hen allemaal, zodat zij naakt en gewond uit dat huis vluchtten.
Dit werd bekend bij alle inwoners van Efeze, Joden en Grieken.
Ontzag kwam over hen allemaal, en de Naam van de Heere Jezus werd groot gemaakt.
Ontzag kwam over hen allemaal, en de Naam van de Heere Jezus werd groot gemaakt.
Veel mensen die tot geloof gekomen waren, kwamen hun daden belijden en vertellen.
Ook veel mensen die toverkunsten beoefend hadden, brachten hun boeken bij elkaar en verbrandden ze voor de ogen van iedereen.
Zij rekenden de waarde uit: 50.000 zilverstukken.
Zij rekenden de waarde uit: 50.000 zilverstukken.
Zo groeide het woord van de Heere met kracht en kreeg het de overhand.
Het oproer van de zilversmeden
Toen dit voorbij was, nam Paulus zich in de Geest voor om via Macedonië en Achaje naar Jeruzalem te reizen.
Hij zei: Als ik daar geweest ben, moet ik ook Rome zien.
Hij zei: Als ik daar geweest ben, moet ik ook Rome zien.
Hij stuurde twee van zijn helpers naar Macedonië, Timotheüs en Erastus.
Zelf bleef hij nog een tijd in Asia.
Zelf bleef hij nog een tijd in Asia.
In die tijd ontstond er grote onrust over de weg van de Heere.
Een zilversmid die Demetrius heette, maakte zilveren tempeltjes van Artemis.
Daarmee bezorgde hij de vaklieden veel werk en winst.
Daarmee bezorgde hij de vaklieden veel werk en winst.
Hij riep hen bij elkaar, met de mensen die soortgelijk werk deden.
Hij zei: Mannen, jullie weten dat wij onze welvaart aan dit werk te danken hebben.
Hij zei: Mannen, jullie weten dat wij onze welvaart aan dit werk te danken hebben.
Jullie zien en horen ook dat die Paulus veel mensen overgehaald heeft, niet alleen in Efeze maar in bijna heel Asia.
Hij zegt dat goden die met handen gemaakt zijn, geen goden zijn.
Hij zegt dat goden die met handen gemaakt zijn, geen goden zijn.
Zo lopen wij gevaar dat ons vak in een kwaad daglicht komt.
Ook de tempel van de grote godin Artemis kan waardeloos worden, en haar majesteit kan verdwijnen, terwijl heel Asia en de hele wereld haar vereren.
Ook de tempel van de grote godin Artemis kan waardeloos worden, en haar majesteit kan verdwijnen, terwijl heel Asia en de hele wereld haar vereren.
Toen zij dit hoorden, werden zij woedend.
Zij riepen: Groot is de Artemis van de Efeziërs!
Zij riepen: Groot is de Artemis van de Efeziërs!
De hele stad raakte in verwarring.
Zij liepen met veel lawaai naar het theater en sleepten Gajus en Aristarchus mee, twee Macedoniërs die met Paulus meereisden.
Zij liepen met veel lawaai naar het theater en sleepten Gajus en Aristarchus mee, twee Macedoniërs die met Paulus meereisden.
Paulus wilde naar het volk toe gaan, maar de leerlingen lieten hem niet.
Ook een paar bestuurders van Asia die zijn vrienden waren, stuurden hem een bericht.
Zij vroegen hem niet naar het theater te gaan.
Zij vroegen hem niet naar het theater te gaan.
De een riep dit, de ander dat, want de vergadering was in verwarring.
De meesten wisten niet eens waarom zij bij elkaar gekomen waren.
De meesten wisten niet eens waarom zij bij elkaar gekomen waren.
De Joden duwden Alexander naar voren, en zij lieten hem uit de menigte komen.
Alexander gaf met zijn hand een teken; hij wilde zich voor het volk verdedigen.
Alexander gaf met zijn hand een teken; hij wilde zich voor het volk verdedigen.
Maar toen zij merkten dat hij een Jood was, riepen zij allemaal met één stem, ongeveer twee uur lang: Groot is Artemis van de Efeziërs!
De stadssecretaris kreeg de menigte stil.
Hij zei: Mannen van Efeze, iedereen weet toch dat onze stad de tempelbewaarster is van de grote Artemis?
Wij bewaren ook het beeld dat uit de hemel gevallen is.
Hij zei: Mannen van Efeze, iedereen weet toch dat onze stad de tempelbewaarster is van de grote Artemis?
Wij bewaren ook het beeld dat uit de hemel gevallen is.
Dat is niet tegen te spreken.
Daarom moeten jullie rustig blijven en niets onbezonnens doen.
Daarom moeten jullie rustig blijven en niets onbezonnens doen.
Jullie hebben deze mannen hierheen gebracht, terwijl zij geen tempelrovers zijn en onze godin niet lasteren.
Als Demetrius en zijn vaklieden een klacht tegen iemand hebben, dan zijn er rechtszittingen en stadhouders.
Laat hen elkaar daar aanklagen.
Laat hen elkaar daar aanklagen.
Willen jullie nog iets anders regelen, dan moet dat in een wettige vergadering gebeuren.
Wij lopen namelijk gevaar dat wij aangeklaagd worden voor oproer om wat er vandaag gebeurd is.
Er is geen enkele reden die wij voor deze oploop kunnen geven.
Er is geen enkele reden die wij voor deze oploop kunnen geven.
Toen hij dit gezegd had, stuurde hij de vergadering weg.