Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Habakuk 1
Hoelang nog, HEERE?
De klacht van de profeet
De last die de profeet Habakuk gezien heeft.
HEERE, hoelang roep ik al om hulp en U hoort niet?
Hoelang schreeuw ik al tot U om het geweld en U redt niet?
Hoelang schreeuw ik al tot U om het geweld en U redt niet?
Waarom laat U mij onrecht zien en kijkt U toe bij ellende?
Verwoesting en geweld staan voor mij.
Er is ruzie en de strijd laait op.
Verwoesting en geweld staan voor mij.
Er is ruzie en de strijd laait op.
Daarom verslapt de wet en komt het recht nooit tevoorschijn.
Want de goddeloze omsingelt de rechtvaardige.
Zo komt het recht verdraaid naar buiten.
Want de goddeloze omsingelt de rechtvaardige.
Zo komt het recht verdraaid naar buiten.
Ik laat de Chaldeeën opstaan
Kijk rond onder de volken en verbaas je, ja, sta versteld.
Want ik doe in jullie dagen iets dat jullie niet zouden geloven als het verteld werd.
Want ik doe in jullie dagen iets dat jullie niet zouden geloven als het verteld werd.
Want kijk, ik laat de Chaldeeën opstaan, dat bittere en snelle volk.
Zij trekken over de hele breedte van de aarde om woningen in bezit te nemen die niet van hen zijn.
Zij trekken over de hele breedte van de aarde om woningen in bezit te nemen die niet van hen zijn.
Zij zijn angstaanjagend en verschrikkelijk.
Hun recht en hun macht komen uit henzelf.
Hun recht en hun macht komen uit henzelf.
Hun paarden zijn sneller dan luipaarden en feller dan wolven in de avond.
Hun ruiters komen aangestormd en van ver.
Zij vliegen als een arend die zich op zijn prooi stort.
Hun ruiters komen aangestormd en van ver.
Zij vliegen als een arend die zich op zijn prooi stort.
Zij komen allemaal om geweld te doen.
Hun gezichten zijn naar voren gericht.
Zij verzamelen gevangenen als zand.
Hun gezichten zijn naar voren gericht.
Zij verzamelen gevangenen als zand.
Zij spotten met koningen en lachen om vorsten.
Zij lachen om elke vesting: zij werpen een wal op en nemen haar in.
Zij lachen om elke vesting: zij werpen een wal op en nemen haar in.
Dan trekken zij verder als de wind en zij gaan voorbij.
Zo maken zij zich schuldig, want zij maken hun eigen kracht tot hun god.
Zo maken zij zich schuldig, want zij maken hun eigen kracht tot hun god.
Waarom zwijgt U?
Bent U niet van oudsher de HEERE, mijn God, mijn Heilige?
Wij zullen niet sterven.
HEERE, U hebt hem aangesteld om te oordelen.
Rots, U hebt hem neergezet om te straffen.
Wij zullen niet sterven.
HEERE, U hebt hem aangesteld om te oordelen.
Rots, U hebt hem neergezet om te straffen.
Uw ogen zijn te rein om het kwade aan te zien.
U kunt ellende niet aanzien.
Waarom kijkt U dan toe bij mensen die ontrouw handelen?
Waarom zwijgt U als de goddeloze iemand verslindt die rechtvaardiger is dan hij?
U kunt ellende niet aanzien.
Waarom kijkt U dan toe bij mensen die ontrouw handelen?
Waarom zwijgt U als de goddeloze iemand verslindt die rechtvaardiger is dan hij?
Waarom maakt U de mensen als de vissen van de zee, als kruipende dieren die geen heerser hebben?
Hij haalt ze allemaal op met een haak.
Hij sleept ze bijeen in zijn net en verzamelt ze in zijn sleepnet.
Daarom is hij blij en juicht hij.
Hij sleept ze bijeen in zijn net en verzamelt ze in zijn sleepnet.
Daarom is hij blij en juicht hij.
Daarom offert hij aan zijn net en brandt hij wierook voor zijn sleepnet.
Want daardoor is zijn deel vet geworden en zijn voedsel overvloedig.
Want daardoor is zijn deel vet geworden en zijn voedsel overvloedig.
Zal hij daarom altijd zijn net blijven leegmaken?
Zal hij zonder medelijden volken blijven doden?
Zal hij zonder medelijden volken blijven doden?