Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 39
Jozef in het huis van Potifar
De HEERE zegent Jozef bij Potifar
Jozef werd naar Egypte gebracht.
Daar kocht Potifar hem van de Ismaëlieten, die hem hadden meegenomen.
Potifar was een Egyptische hofdienaar van Farao en bevelhebber van de lijfwacht.
Daar kocht Potifar hem van de Ismaëlieten, die hem hadden meegenomen.
Potifar was een Egyptische hofdienaar van Farao en bevelhebber van de lijfwacht.
De HEERE was met Jozef.
Daardoor ging het goed met hem terwijl hij in het huis van zijn Egyptische meester woonde.
Daardoor ging het goed met hem terwijl hij in het huis van zijn Egyptische meester woonde.
Zijn meester zag dat de HEERE met Jozef was.
De HEERE liet alles wat Jozef deed goed verlopen.
De HEERE liet alles wat Jozef deed goed verlopen.
Daarom kreeg Potifar waardering voor Jozef en liet hij zich door hem dienen.
Hij stelde Jozef aan over zijn huis en vertrouwde hem alles toe.
Hij stelde Jozef aan over zijn huis en vertrouwde hem alles toe.
Vanaf dat moment zegende de HEERE het huis van de Egyptenaar vanwege Jozef.
De zegen van de HEERE rustte op alles wat hij thuis en op het land bezat.
De zegen van de HEERE rustte op alles wat hij thuis en op het land bezat.
Potifar liet alles wat hij bezat aan Jozef over.
Hij hoefde zich alleen nog bezig te houden met het eten dat hij at.
Jozef was knap en goedgebouwd.
Hij hoefde zich alleen nog bezig te houden met het eten dat hij at.
Jozef was knap en goedgebouwd.
Jozef weigert met Potifars vrouw te slapen
Na verloop van tijd kreeg de vrouw van zijn meester haar oog op Jozef.
Ze zei: Kom bij mij in bed.
Ze zei: Kom bij mij in bed.
Maar Jozef weigerde en zei tegen haar: Mijn meester hoeft zich dankzij mij geen zorgen te maken over wat er in huis gebeurt.
Hij heeft alles wat hij bezit aan mij toevertrouwd.
Hij heeft alles wat hij bezit aan mij toevertrouwd.
Niemand in dit huis heeft meer gezag dan ik.
Hij heeft mij niets onthouden behalve u, omdat u zijn vrouw bent.
Hoe zou ik zoiets slechts kunnen doen en tegen God zondigen?
Hij heeft mij niets onthouden behalve u, omdat u zijn vrouw bent.
Hoe zou ik zoiets slechts kunnen doen en tegen God zondigen?
Ze sprak Jozef iedere dag aan, maar hij luisterde niet naar haar.
Hij weigerde met haar naar bed te gaan of bij haar te zijn.
Hij weigerde met haar naar bed te gaan of bij haar te zijn.
Op een dag kwam Jozef het huis binnen om zijn werk te doen.
Geen van de andere huisbedienden was binnen.
Geen van de andere huisbedienden was binnen.
Zij greep hem bij zijn mantel en zei: Kom bij mij in bed.
Maar hij liet zijn mantel in haar hand achter en vluchtte naar buiten.
Maar hij liet zijn mantel in haar hand achter en vluchtte naar buiten.
Jozef wordt vals beschuldigd
Toen zag ze dat hij zijn mantel in haar hand had achtergelaten en naar buiten was gevlucht.
Daarop riep ze haar huispersoneel en zei: Kijk eens!
Mijn man heeft die Hebreeër bij ons gebracht om ons belachelijk te maken.
Hij kwam naar mij toe om met mij naar bed te gaan, maar ik schreeuwde luid.
Mijn man heeft die Hebreeër bij ons gebracht om ons belachelijk te maken.
Hij kwam naar mij toe om met mij naar bed te gaan, maar ik schreeuwde luid.
Toen hij hoorde dat ik begon te schreeuwen, liet hij zijn mantel bij mij achter en vluchtte hij naar buiten.
Ze hield Jozefs mantel bij zich totdat zijn meester thuiskwam.
Toen vertelde ze hem hetzelfde verhaal: Die Hebreeuwse slaaf die u bij ons hebt gebracht, kwam naar me toe om me belachelijk te maken.
Toen ik begon te schreeuwen, liet hij zijn mantel bij mij achter en vluchtte hij naar buiten.
Zijn meester hoorde hoe zijn vrouw zei: Zo heeft uw slaaf mij behandeld.
Toen werd hij woedend.
Toen werd hij woedend.
Jozefs meester greep hem en zette hem in de gevangenis waar de gevangenen van de koning vastzaten.
Zo kwam Jozef in de gevangenis terecht.
Zo kwam Jozef in de gevangenis terecht.
De HEERE is met Jozef in de gevangenis
Maar de HEERE was met Jozef en bewees hem Zijn trouwe liefde.
Hij zorgde ervoor dat het hoofd van de gevangenis waardering voor Jozef kreeg.
Hij zorgde ervoor dat het hoofd van de gevangenis waardering voor Jozef kreeg.
Het hoofd van de gevangenis gaf Jozef de leiding over alle gevangenen.
Jozef kreeg de verantwoordelijkheid voor alles wat daar gebeurde.
Jozef kreeg de verantwoordelijkheid voor alles wat daar gebeurde.
Het hoofd van de gevangenis hoefde nergens meer naar om te kijken.
De HEERE was met Jozef en liet alles wat hij deed goed verlopen.
De HEERE was met Jozef en liet alles wat hij deed goed verlopen.