Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 22
God stelt Abraham op de proef
God draagt Abraham op Izak te offeren
Na deze gebeurtenissen stelde God Abraham op de proef.
Hij zei: Abraham!
Abraham antwoordde: Hier ben ik.
Hij zei: Abraham!
Abraham antwoordde: Hier ben ik.
Neem je zoon Izak, je enige zoon, van wie je houdt.
Ga naar het land Moria en offer hem daar als brandoffer.
Doe dat op een van de bergen die ik je zal aanwijzen.
Ga naar het land Moria en offer hem daar als brandoffer.
Doe dat op een van de bergen die ik je zal aanwijzen.
Abraham en Izak gaan naar Moria
De volgende morgen stond Abraham vroeg op en zadelde zijn ezel.
Hij nam twee dienaren en zijn zoon Izak mee.
Daarna kloofde hij hout voor het brandoffer en ging op weg naar de plaats die God hem had genoemd.
Hij nam twee dienaren en zijn zoon Izak mee.
Daarna kloofde hij hout voor het brandoffer en ging op weg naar de plaats die God hem had genoemd.
Op de derde dag keek Abraham op en zag de plaats in de verte.
Abraham zei tegen zijn dienaren: Blijf hier bij de ezel.
De jongen en ik gaan daarheen om te aanbidden.
Daarna komen we bij jullie terug.
De jongen en ik gaan daarheen om te aanbidden.
Daarna komen we bij jullie terug.
Abraham liet zijn zoon Izak het hout voor het brandoffer dragen.
Zelf droeg hij het vuur en het mes.
Zo liepen ze samen verder.
Zelf droeg hij het vuur en het mes.
Zo liepen ze samen verder.
Toen zei Izak tegen zijn vader Abraham: Vader!
Abraham antwoordde: Hier ben ik, mijn zoon.
Izak vroeg: We hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Abraham antwoordde: Hier ben ik, mijn zoon.
Izak vroeg: We hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Abraham antwoordde: God zal zelf voor een lam als brandoffer zorgen, mijn zoon.
Daarna liepen ze samen verder.
Daarna liepen ze samen verder.
De HEERE zorgt voor een offer
Ze kwamen op de plaats die God Abraham had genoemd.
Daar bouwde Abraham een altaar en legde het hout erop.
Hij bond zijn zoon Izak vast en legde hem op het hout boven op het altaar.
Daar bouwde Abraham een altaar en legde het hout erop.
Hij bond zijn zoon Izak vast en legde hem op het hout boven op het altaar.
Toen strekte Abraham zijn hand uit en pakte het mes om zijn zoon te slachten.
Maar de engel van de HEERE riep hem vanuit de hemel: Abraham, Abraham!
Abraham antwoordde: Hier ben ik.
Abraham antwoordde: Hier ben ik.
Raak de jongen niet aan en doe hem niets.
Nu weet ik dat je ontzag voor God hebt.
Je hebt je zoon, je enige, niet aan mij onthouden.
Nu weet ik dat je ontzag voor God hebt.
Je hebt je zoon, je enige, niet aan mij onthouden.
Abraham keek op en zag achter zich een ram.
Zijn horens zaten vast in de struiken.
Abraham pakte de ram en offerde hem als brandoffer in plaats van zijn zoon.
Zijn horens zaten vast in de struiken.
Abraham pakte de ram en offerde hem als brandoffer in plaats van zijn zoon.
Abraham noemde die plaats: De HEERE zal voorzien.
Daarom zegt men nog steeds: Op de berg van de HEERE zal Hij voorzien.
Daarom zegt men nog steeds: Op de berg van de HEERE zal Hij voorzien.
De HEERE herhaalt Zijn belofte
Daarna riep de engel van de HEERE Abraham voor de tweede keer vanuit de hemel.
De HEERE zegt: Ik zweer bij mijzelf dat ik het volgende zal doen.
Want je hebt dit gedaan en je zoon, je enige, niet achtergehouden.
Want je hebt dit gedaan en je zoon, je enige, niet achtergehouden.
Ik zal je rijk zegenen en je zeer veel nakomelingen geven.
Ze zullen zo talrijk zijn als de sterren aan de hemel en het zand aan de kust.
Jouw nakomelingen zullen de steden van hun vijanden veroveren.
Ze zullen zo talrijk zijn als de sterren aan de hemel en het zand aan de kust.
Jouw nakomelingen zullen de steden van hun vijanden veroveren.
Via jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden, omdat je mij hebt gehoorzaamd.
Daarna ging Abraham terug naar zijn dienaren.
Samen vertrokken ze naar Berseba.
Abraham bleef daar wonen.
Samen vertrokken ze naar Berseba.
Abraham bleef daar wonen.
De familie van Nahor
Na deze gebeurtenissen kreeg Abraham dit bericht: Ook Milka heeft zonen gekregen van je broer Nahor.
Uz was de oudste.
Daarna kwamen zijn broer Buz en Kemuël, de vader van Aram.
Daarna kwamen zijn broer Buz en Kemuël, de vader van Aram.
De andere zonen waren Chesed, Hazo, Pildas, Jidlaf en Bethuël.
Bethuël werd de vader van Rebekka.
In totaal kregen Milka en Nahor, Abrahams broer, deze acht zonen.
In totaal kregen Milka en Nahor, Abrahams broer, deze acht zonen.
Nahors bijvrouw heette Reüma.
Zij kreeg ook de zonen Tebah, Gaham, Tahas en Maächa.
Zij kreeg ook de zonen Tebah, Gaham, Tahas en Maächa.