Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 18
De HEERE bezoekt Abraham
Abraham ontvangt drie bezoekers
Daarna verscheen de HEERE aan Abraham bij de eiken van Mamre.
Op het heetst van de dag zat Abraham bij de ingang van zijn tent.
Op het heetst van de dag zat Abraham bij de ingang van zijn tent.
Toen hij opkeek, zag hij ineens drie mannen tegenover zich staan.
Zodra hij hen zag, rende hij hun vanuit de tent tegemoet.
Hij boog zich diep voor hen neer.
Zodra hij hen zag, rende hij hun vanuit de tent tegemoet.
Hij boog zich diep voor hen neer.
Abraham zei: Mijn Heer, als U mij goedgezind bent, ga dan alstublieft niet aan Uw dienaar voorbij.
Laat wat water brengen, zodat jullie je voeten kunnen wassen.
Rust daarna uit onder deze boom.
Rust daarna uit onder deze boom.
Ik laat wat eten halen, zodat jullie weer op krachten komen.
Daarna kunnen jullie verdergaan.
Jullie zijn tenslotte bij mij langsgekomen.
Zij antwoordden: Doe maar wat je hebt gezegd.
Daarna kunnen jullie verdergaan.
Jullie zijn tenslotte bij mij langsgekomen.
Zij antwoordden: Doe maar wat je hebt gezegd.
Abraham haastte zich naar Sara in de tent en zei: Pak snel drie maten fijn meel, kneed het en bak er broden van.
Daarna rende Abraham naar de kudde en koos een mals, goed kalf.
Hij gaf het aan een knecht, die het snel klaarmaakte.
Hij gaf het aan een knecht, die het snel klaarmaakte.
Abraham bracht boter, melk en het klaargemaakte kalf.
Hij zette alles voor hen neer en bleef onder de boom bij hen staan.
Toen aten zij.
Hij zette alles voor hen neer en bleef onder de boom bij hen staan.
Toen aten zij.
Sara hoort dat zij een zoon krijgt
Zij vroegen Abraham: Waar is je vrouw Sara?
Abraham antwoordde: Daar, in de tent.
Abraham antwoordde: Daar, in de tent.
De HEERE zei: Over een jaar kom ik bij je terug.
Dan zal je vrouw Sara een zoon hebben.
Sara luisterde mee bij de ingang van de tent, achter Hem.
Dan zal je vrouw Sara een zoon hebben.
Sara luisterde mee bij de ingang van de tent, achter Hem.
Abraham en Sara waren allebei oud en op hoge leeftijd.
Sara menstrueerde niet meer.
Sara menstrueerde niet meer.
Sara lachte stil bij zichzelf en dacht: Nu ik oud ben, zal ik dan nog van intimiteit genieten?
Mijn man is ook oud.
Mijn man is ook oud.
Toen vroeg de HEERE aan Abraham: Waarom heeft Sara gelachen?
Waarom denkt ze: Kan ik op mijn leeftijd werkelijk nog een kind baren?
Waarom denkt ze: Kan ik op mijn leeftijd werkelijk nog een kind baren?
Is er iets te moeilijk voor de HEERE?
Op de vastgestelde tijd kom ik bij je terug, rond deze tijd volgend jaar.
Dan zal Sara een zoon hebben.
Op de vastgestelde tijd kom ik bij je terug, rond deze tijd volgend jaar.
Dan zal Sara een zoon hebben.
Sara werd bang en ontkende: Ik heb niet gelachen.
Maar Hij zei: Jawel, je hebt wél gelachen.
Maar Hij zei: Jawel, je hebt wél gelachen.
De HEERE spreekt over Sodom
Daarna stonden de mannen op en keken in de richting van Sodom.
Abraham liep met hen mee om hen een eind op weg te begeleiden.
Abraham liep met hen mee om hen een eind op weg te begeleiden.
De HEERE zei: Ik zal niet voor Abraham verbergen wat ik ga doen.
Abraham zal immers zeker een groot en machtig volk worden.
Door hem zullen alle volken op aarde gezegend worden.
Door hem zullen alle volken op aarde gezegend worden.
Ik heb hem uitgekozen.
Hij moet zijn kinderen en zijn huishouden opdragen om ook na hem de weg van de HEERE te blijven volgen.
Zij moeten doen wat rechtvaardig en eerlijk is.
Zo zal de HEERE voor Abraham doen wat Hij hem beloofd heeft.
Hij moet zijn kinderen en zijn huishouden opdragen om ook na hem de weg van de HEERE te blijven volgen.
Zij moeten doen wat rechtvaardig en eerlijk is.
Zo zal de HEERE voor Abraham doen wat Hij hem beloofd heeft.
Toen zei de HEERE: Het geroep over Sodom en Gomorra is luid.
Hun zonde is bijzonder zwaar.
Hun zonde is bijzonder zwaar.
Ik daal nu af om te onderzoeken of hun daden werkelijk zo erg zijn als het geroep dat mij bereikt heeft.
Zo niet, dan zal ik het weten.
Zo niet, dan zal ik het weten.
Twee van de mannen draaiden zich om en gingen naar Sodom.
Abraham bleef echter voor de HEERE staan.
Abraham bleef echter voor de HEERE staan.
Abraham pleit voor Sodom
Abraham kwam dichterbij en vroeg: Wilt U de rechtvaardigen samen met de goddelozen vernietigen?
Misschien zijn er vijftig rechtvaardige mensen in de stad.
Wilt U hen dan werkelijk doden?
Wilt U de stad niet sparen vanwege die vijftig rechtvaardigen?
Wilt U hen dan werkelijk doden?
Wilt U de stad niet sparen vanwege die vijftig rechtvaardigen?
Dat kunt U toch niet doen!
U zult de rechtvaardigen niet samen met de goddelozen doden en hen hetzelfde behandelen.
Dat past niet bij U!
Zal de Rechter van de hele aarde geen recht doen?
U zult de rechtvaardigen niet samen met de goddelozen doden en hen hetzelfde behandelen.
Dat past niet bij U!
Zal de Rechter van de hele aarde geen recht doen?
De HEERE antwoordde: Als ik in de stad Sodom vijftig rechtvaardige mensen vind, zal ik vanwege hen de hele plaats sparen.
Abraham antwoordde: Ik waag het om tot U te spreken, hoewel ik maar stof en as ben.
Abraham vervolgde: Misschien ontbreken er vijf van de vijftig rechtvaardigen.
Zult U de hele stad vernietigen omdat er maar vijf ontbreken?
Hij antwoordde: Ik vernietig haar niet als ik er vijfenveertig vind.
Zult U de hele stad vernietigen omdat er maar vijf ontbreken?
Hij antwoordde: Ik vernietig haar niet als ik er vijfenveertig vind.
Abraham sprak verder: Misschien zijn er daar veertig rechtvaardigen.
Hij antwoordde: Dan doe ik het niet vanwege die veertig.
Hij antwoordde: Dan doe ik het niet vanwege die veertig.
Abraham zei: Mijn Heer, word alstublieft niet boos als ik verder spreek.
Misschien zijn er daar dertig.
Hij antwoordde: Ik doe het niet als ik er dertig vind.
Misschien zijn er daar dertig.
Hij antwoordde: Ik doe het niet als ik er dertig vind.
Abraham zei: Ik waag het opnieuw om tot U te spreken.
Misschien zijn er daar twintig.
Hij antwoordde: Vanwege die twintig zal ik de stad niet vernietigen.
Misschien zijn er daar twintig.
Hij antwoordde: Vanwege die twintig zal ik de stad niet vernietigen.
Abraham zei: Mijn Heer, word alstublieft niet boos als ik nog één keer spreek.
Misschien zijn er daar tien.
Hij antwoordde: Vanwege die tien zal ik de stad niet vernietigen.
Misschien zijn er daar tien.
Hij antwoordde: Vanwege die tien zal ik de stad niet vernietigen.
Toen de HEERE uitgesproken was, ging Hij weg.
Abraham ging terug naar de plek waar hij woonde.
Abraham ging terug naar de plek waar hij woonde.