Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 19
De verwoesting van Sodom en Gomorra
Lot ontvangt twee engelen
Tegen de avond kwamen de twee engelen in Sodom aan.
Lot zat bij de stadspoort.
Toen hij hen zag, stond hij op.
Hij liep hun tegemoet en boog diep voor hen.
Lot zat bij de stadspoort.
Toen hij hen zag, stond hij op.
Hij liep hun tegemoet en boog diep voor hen.
Lot zei: Heren, kom toch mee naar het huis van uw dienaar.
Blijf er vannacht en was uw voeten.
Morgenochtend kunt u vroeg weer vertrekken.
Zij antwoordden: Nee, wij overnachten buiten op het plein.
Blijf er vannacht en was uw voeten.
Morgenochtend kunt u vroeg weer vertrekken.
Zij antwoordden: Nee, wij overnachten buiten op het plein.
Lot bleef sterk aandringen.
Toen gingen zij met hem mee naar huis.
Hij maakte een maaltijd, bakte ongezuurde broden en zij aten.
Toen gingen zij met hem mee naar huis.
Hij maakte een maaltijd, bakte ongezuurde broden en zij aten.
De mannen van Sodom bedreigen Lot
Voordat zij gingen slapen, omsingelden de mannen van Sodom het huis.
Jong en oud, de hele stad, was samengekomen.
Jong en oud, de hele stad, was samengekomen.
Zij riepen naar Lot: Waar zijn de mannen die vannacht bij je zijn gekomen?
Breng ze naar buiten.
Wij willen seks met hen.
Breng ze naar buiten.
Wij willen seks met hen.
Lot ging naar hen toe en trok de deur achter zich dicht.
Hij zei: Broeders, doe toch niets slechts!
Kijk, ik heb twee dochters die nog nooit met een man hebben geslapen.
Ik zal hen bij jullie brengen.
Doe met hen wat jullie willen.
Maar doe deze mannen niets.
Zij zijn als gasten onder mijn dak gekomen en staan daarom onder mijn bescherming.
Ik zal hen bij jullie brengen.
Doe met hen wat jullie willen.
Maar doe deze mannen niets.
Zij zijn als gasten onder mijn dak gekomen en staan daarom onder mijn bescherming.
Zij schreeuwden: Ga opzij!
Daarna zeiden ze: Deze man kwam hier als vreemdeling wonen en nu wil hij ons ook nog de wet voorschrijven!
We zullen jou erger behandelen dan hen.
Ze drongen hard tegen Lot aan en probeerden de deur open te breken.
Daarna zeiden ze: Deze man kwam hier als vreemdeling wonen en nu wil hij ons ook nog de wet voorschrijven!
We zullen jou erger behandelen dan hen.
Ze drongen hard tegen Lot aan en probeerden de deur open te breken.
Toen staken de twee mannen hun handen naar buiten.
Ze trokken Lot het huis in en sloten de deur.
Ze trokken Lot het huis in en sloten de deur.
Daarna sloegen zij de mannen bij de deur met blindheid, van jong tot oud.
Die konden de deur niet meer vinden en raakten uitgeput.
Die konden de deur niet meer vinden en raakten uitgeput.
Lot vlucht uit Sodom
De mannen vroegen Lot: Heb je hier nog andere familie: schoonzonen, zonen of dochters?
Breng iedereen die bij je hoort de stad uit.
Breng iedereen die bij je hoort de stad uit.
Wij gaan deze plaats verwoesten.
De beschuldigingen tegen haar inwoners zijn zo zwaar bij de HEERE aangekomen dat Hij ons stuurde om haar te verwoesten.
De beschuldigingen tegen haar inwoners zijn zo zwaar bij de HEERE aangekomen dat Hij ons stuurde om haar te verwoesten.
Lot ging naar de mannen die met zijn dochters zouden trouwen.
Hij zei: Kom snel!
Verlaat deze plaats, want de HEERE gaat de stad verwoesten.
Maar zijn schoonzonen dachten dat hij een grap maakte.
Hij zei: Kom snel!
Verlaat deze plaats, want de HEERE gaat de stad verwoesten.
Maar zijn schoonzonen dachten dat hij een grap maakte.
Bij het aanbreken van de dag spoorden de engelen Lot aan: Sta op!
Neem je vrouw en je twee dochters mee.
Anders kom je om door de straf over deze stad.
Neem je vrouw en je twee dochters mee.
Anders kom je om door de straf over deze stad.
Lot bleef aarzelen.
Toen grepen de mannen hem, zijn vrouw en zijn dochters bij de hand.
De HEERE wilde hem sparen.
Daarom brachten zij hen veilig buiten de stad.
Toen grepen de mannen hem, zijn vrouw en zijn dochters bij de hand.
De HEERE wilde hem sparen.
Daarom brachten zij hen veilig buiten de stad.
Toen zij hen buiten de stad hadden gebracht, zei een van de engelen: Vlucht voor je leven!
Kijk niet om en blijf nergens op deze vlakte staan.
Vlucht naar de bergen, anders kom je om.
Kijk niet om en blijf nergens op deze vlakte staan.
Vlucht naar de bergen, anders kom je om.
Lot antwoordde: Nee toch, Heer!
U bent mij, Uw dienaar, genadig geweest.
U hebt Uw grote trouw getoond door mijn leven te redden.
Maar ik kan niet naar de bergen vluchten.
Het onheil zal mij daar inhalen en dan sterf ik.
U hebt Uw grote trouw getoond door mijn leven te redden.
Maar ik kan niet naar de bergen vluchten.
Het onheil zal mij daar inhalen en dan sterf ik.
Kijk, die stad is dichtbij genoeg om naartoe te vluchten.
Ze is maar klein.
Laat mij daarheen vluchten, zodat ik in leven blijf.
Ze is maar klein.
Laat mij daarheen vluchten, zodat ik in leven blijf.
De engel antwoordde: Goed, ook dit verzoek sta ik toe.
Ik zal de stad die je noemt niet verwoesten.
Ik zal de stad die je noemt niet verwoesten.
Vlucht snel daarheen.
Ik kan niets doen voordat je daar bent.
Daarom werd die stad Zoar genoemd.
Ik kan niets doen voordat je daar bent.
Daarom werd die stad Zoar genoemd.
Sodom en Gomorra worden verwoest
De zon was net opgekomen toen Lot in Zoar aankwam.
Toen liet de HEERE vanuit de hemel brandende zwavel regenen op Sodom en Gomorra.
Hij verwoestte die steden en de hele vlakte.
Alle inwoners kwamen om, samen met alles wat op het land groeide.
Alle inwoners kwamen om, samen met alles wat op het land groeide.
Maar Lots vrouw keek achterom en werd een zoutpilaar.
Die ochtend ging Abraham vroeg naar de plaats waar hij voor de HEERE had gestaan.
Hij keek uit over Sodom, Gomorra en de hele vlakte.
Hij zag dikke rook uit het land opstijgen, zoals rook uit een oven.
Hij zag dikke rook uit het land opstijgen, zoals rook uit een oven.
Toen God de steden van de vlakte verwoestte, dacht Hij aan Abraham.
Daarom bracht Hij Lot weg uit de steden waar Lot had gewoond.
Daarom bracht Hij Lot weg uit de steden waar Lot had gewoond.
Lot en zijn dochters
Lot vertrok uit Zoar en ging met zijn twee dochters in de bergen wonen.
Hij durfde niet in Zoar te blijven.
Daarom woonden zij samen in een grot.
Hij durfde niet in Zoar te blijven.
Daarom woonden zij samen in een grot.
De oudste dochter zei tegen de jongste: Onze vader is oud.
In dit gebied is er geen man met wie wij kinderen kunnen krijgen, zoals overal gebruikelijk is.
In dit gebied is er geen man met wie wij kinderen kunnen krijgen, zoals overal gebruikelijk is.
Kom, laten we onze vader wijn laten drinken en met hem slapen.
Dan kunnen we via onze vader een familie voortzetten.
Dan kunnen we via onze vader een familie voortzetten.
Die nacht gaven zij hun vader wijn.
De oudste sliep met hem, maar Lot merkte niet dat zij kwam of wegging.
De oudste sliep met hem, maar Lot merkte niet dat zij kwam of wegging.
De volgende dag zei de oudste tegen de jongste: Ik heb vannacht met onze vader geslapen.
Laten we hem ook vanavond wijn geven.
Ga jij dan met hem slapen, zodat we via hem een familie voortzetten.
Laten we hem ook vanavond wijn geven.
Ga jij dan met hem slapen, zodat we via hem een familie voortzetten.
Ook die nacht gaven zij hun vader wijn.
De jongste sliep met hem.
Lot merkte niet dat zij kwam of wegging.
De jongste sliep met hem.
Lot merkte niet dat zij kwam of wegging.
Zo werden beide dochters van Lot zwanger van hun vader.
De oudste kreeg een zoon en noemde hem Moab.
Hij werd de stamvader van de Moabieten, die nog altijd bestaan.
Hij werd de stamvader van de Moabieten, die nog altijd bestaan.
De jongste kreeg ook een zoon en noemde hem Ben-Ammi.
Hij werd de stamvader van de Ammonieten, die nog altijd bestaan.
Hij werd de stamvader van de Ammonieten, die nog altijd bestaan.