Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 15
God sluit een verbond met Abram
God belooft Abram een zoon
Na deze gebeurtenissen sprak de HEERE in een visioen tot Abram: Wees niet bang, Abram.
Ik ben je schild.
Je beloning zal heel groot zijn.
Ik ben je schild.
Je beloning zal heel groot zijn.
Toen zei Abram: Heere HEERE, wat zult U mij geven nu ik zonder kinderen blijf?
Eliëzer uit Damascus beheert mijn huis.
Eliëzer uit Damascus beheert mijn huis.
Abram zei verder: U hebt mij geen nakomeling gegeven.
Daarom zal iemand uit mijn eigen huis mijn erfgenaam worden.
Daarom zal iemand uit mijn eigen huis mijn erfgenaam worden.
Toen sprak de HEERE opnieuw tot hem: Deze man zal niet je erfgenaam zijn.
Je eigen zoon zal je erfgenaam worden.
Je eigen zoon zal je erfgenaam worden.
Daarna leidde Hij Abram naar buiten en zei: Kijk naar de hemel en tel de sterren, als je dat kunt.
Zo talrijk zullen jouw nakomelingen zijn.
Zo talrijk zullen jouw nakomelingen zijn.
Abram geloofde de HEERE.
De HEERE rekende hem dat toe als gerechtigheid.
De HEERE rekende hem dat toe als gerechtigheid.
Abram vraagt om een teken
Verder zei Hij tegen Abram: Ik ben de HEERE.
Ik heb je uit Ur van de Chaldeeën geleid om je dit land als erfelijk bezit te geven.
Ik heb je uit Ur van de Chaldeeën geleid om je dit land als erfelijk bezit te geven.
Abram vroeg: Heere HEERE, hoe kan ik weten dat ik dit land als erfelijk bezit zal krijgen?
Hij antwoordde: Neem voor mij een driejarige koe, een driejarige geit en een driejarige ram.
Neem ook een tortelduif en een jonge duif.
Neem ook een tortelduif en een jonge duif.
Abram bracht al deze dieren bij Hem en sneed ze middendoor.
Daarna legde hij de helften tegenover elkaar, maar de vogels sneed hij niet door.
Daarna legde hij de helften tegenover elkaar, maar de vogels sneed hij niet door.
Roofvogels streken neer op de dode dieren, maar Abram joeg ze weg.
God vertelt over de toekomst
Toen de zon bijna onderging, viel Abram in een diepe slaap.
Opeens kwam er grote angst en diepe duisternis over hem.
Opeens kwam er grote angst en diepe duisternis over hem.
Toen zei Hij tegen Abram: Weet goed dat jouw nakomelingen als vreemdelingen zullen wonen in een land dat niet van hen is.
Daar zullen zij de bewoners dienen en vierhonderd jaar lang worden onderdrukt.
Daar zullen zij de bewoners dienen en vierhonderd jaar lang worden onderdrukt.
Maar ik zal het volk dat zij dienen, straffen.
Daarna zullen jouw nakomelingen met veel bezittingen uit dat land vertrekken.
Daarna zullen jouw nakomelingen met veel bezittingen uit dat land vertrekken.
Jij zult in vrede sterven en bij je voorouders komen.
Je zult op hoge leeftijd begraven worden.
Je zult op hoge leeftijd begraven worden.
De vierde generatie zal hier terugkeren.
De Amorieten hebben nu namelijk nog niet de volle maat van het kwaad bereikt.
De Amorieten hebben nu namelijk nog niet de volle maat van het kwaad bereikt.
De HEERE sluit het verbond
Toen de zon onderging en het donker werd, verschenen er een rokende oven en een brandende fakkel.
Ze gingen tussen de stukken door.
Ze gingen tussen de stukken door.
Op die dag sloot de HEERE een verbond met Abram.
Hij zei: Ik geef dit land aan jouw nakomelingen, vanaf de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.
Hij zei: Ik geef dit land aan jouw nakomelingen, vanaf de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.
Ook geef ik hun het gebied van de Kenieten, Kenizieten en Kadmonieten.
Ook geef ik hun het gebied van de Hethieten, Ferezieten en Refaïeten.
Ook geef ik hun het gebied van de Amorieten, Kanaänieten, Girgazieten en Jebusieten.