Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Ezechiël 43
De heerlijkheid komt terug
Dit is de plaats van mijn troon
Toen bracht hij mij naar de poort, de poort die naar het oosten kijkt.
En kijk, de heerlijkheid van de God van Israël kwam uit het oosten.
Zijn stem klonk als geweldige watermassa's en de aarde werd verlicht door Zijn heerlijkheid.
Zijn stem klonk als geweldige watermassa's en de aarde werd verlicht door Zijn heerlijkheid.
Het visioen dat ik zag, leek op het visioen dat ik gezien had toen Hij kwam om de stad te vernietigen.
Het waren visioenen als die ik gezien had bij de rivier de Chebar.
Ik viel op mijn gezicht.
Het waren visioenen als die ik gezien had bij de rivier de Chebar.
Ik viel op mijn gezicht.
De heerlijkheid van de HEERE kwam het huis binnen door de poort die naar het oosten kijkt.
De Geest tilde mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof.
En kijk, de heerlijkheid van de HEERE vulde het huis.
En kijk, de heerlijkheid van de HEERE vulde het huis.
Ik hoorde Iemand vanuit het huis tot mij spreken.
De man stond naast mij.
De man stond naast mij.
Hij zei tegen mij: Mensenkind, dit is de plaats van mijn troon en de plaats waar mijn voeten staan.
Hier zal ik voor altijd wonen te midden van de Israëlieten.
Het volk van Israël zal mijn heilige naam niet meer onteren, zij niet en hun koningen niet.
Dat deden zij met hun ontrouw en met de lijken van hun koningen op hun offerhoogten.
Hier zal ik voor altijd wonen te midden van de Israëlieten.
Het volk van Israël zal mijn heilige naam niet meer onteren, zij niet en hun koningen niet.
Dat deden zij met hun ontrouw en met de lijken van hun koningen op hun offerhoogten.
Zij zetten hun drempel naast mijn drempel en hun deurpost naast mijn deurpost.
Er stond maar één muur tussen mij en hen.
Zo onteerden zij mijn heilige naam met de gruwelen die zij deden.
Daarom heb ik hen in mijn toorn vernietigd.
Er stond maar één muur tussen mij en hen.
Zo onteerden zij mijn heilige naam met de gruwelen die zij deden.
Daarom heb ik hen in mijn toorn vernietigd.
Nu zullen zij hun ontrouw en de lijken van hun koningen ver van mij weghalen.
Dan zal ik voor altijd in hun midden wonen.
Dan zal ik voor altijd in hun midden wonen.
Mensenkind, beschrijf dit huis aan het volk van Israël.
Dan zullen zij zich schamen om hun schuld.
Laat hen het ontwerp opmeten.
Dan zullen zij zich schamen om hun schuld.
Laat hen het ontwerp opmeten.
Als zij zich schamen om alles wat zij gedaan hebben, maak hun dan de vorm van het huis bekend.
Vertel over de indeling, de uitgangen en de ingangen, over alle vormen en alle regels, ja over alle vormen en alle wetten.
Schrijf het voor hun ogen op, zodat zij heel de vorm en alle regels bewaren en doen.
Vertel over de indeling, de uitgangen en de ingangen, over alle vormen en alle regels, ja over alle vormen en alle wetten.
Schrijf het voor hun ogen op, zodat zij heel de vorm en alle regels bewaren en doen.
Dit is de wet van het huis: op de top van de berg zal heel het gebied eromheen allerheiligst zijn.
Kijk, dit is de wet van het huis.
Kijk, dit is de wet van het huis.
Het altaar en de inwijding
Dit zijn de maten van het altaar.
De goot eromheen was een halve meter diep en een halve meter breed.
De rand aan de buitenkant was ongeveer twintig centimeter.
Dit was de sokkel van het altaar.
De goot eromheen was een halve meter diep en een halve meter breed.
De rand aan de buitenkant was ongeveer twintig centimeter.
Dit was de sokkel van het altaar.
Van de goot op de grond tot aan de onderste rand was het één meter, met een breedte van een halve meter.
Van de kleine rand tot de grote rand was het twee meter, met een breedte van een halve meter.
Van de kleine rand tot de grote rand was het twee meter, met een breedte van een halve meter.
De haard was twee meter hoog.
Vanaf de haard staken vier hoorns omhoog.
Vanaf de haard staken vier hoorns omhoog.
De haard was zes meter lang en zes meter breed, vierkant aan alle vier de kanten.
De omlijsting was zeven meter lang en zeven meter breed, aan alle vier de kanten.
De rand eromheen was vijfentwintig centimeter en de goot eromheen een halve meter.
De treden lagen aan de oostkant.
De rand eromheen was vijfentwintig centimeter en de goot eromheen een halve meter.
De treden lagen aan de oostkant.
Hij zei tegen mij: Mensenkind, dit zegt de Heere HEERE.
Dit zijn de regels voor het altaar op de dag dat het gemaakt wordt.
Dan brengt men er brandoffers op en sprenkelt men er bloed op.
Dit zijn de regels voor het altaar op de dag dat het gemaakt wordt.
Dan brengt men er brandoffers op en sprenkelt men er bloed op.
De Levitische priesters, de nakomelingen van Zadok, naderen tot mij om mij te dienen, zegt de Heere HEERE.
Je zult hun een jonge stier geven als zondoffer.
Je zult hun een jonge stier geven als zondoffer.
Je zult wat van zijn bloed nemen.
Strijk het op de vier hoorns, op de vier hoeken van de omlijsting en op de rand eromheen.
Zo zul je het altaar van zonde reinigen en verzoening ervoor doen.
Strijk het op de vier hoorns, op de vier hoeken van de omlijsting en op de rand eromheen.
Zo zul je het altaar van zonde reinigen en verzoening ervoor doen.
Daarna zul je de stier van het zondoffer nemen.
Men zal hem verbranden op de aangewezen plaats van het huis, buiten het heiligdom.
Men zal hem verbranden op de aangewezen plaats van het huis, buiten het heiligdom.
Op de tweede dag zul je een gave geitenbok offeren als zondoffer.
Men zal het altaar reinigen zoals men het met de stier gereinigd heeft.
Men zal het altaar reinigen zoals men het met de stier gereinigd heeft.
Als je klaar bent met reinigen, zul je een gave jonge stier en een gave ram uit de kudde offeren.
Je zult ze voor de HEERE brengen.
De priesters zullen er zout op strooien en ze als brandoffer aan de HEERE offeren.
De priesters zullen er zout op strooien en ze als brandoffer aan de HEERE offeren.
Zeven dagen lang zul je elke dag een bok als zondoffer klaarmaken.
Ook zullen zij een gave jonge stier en een gave ram uit de kudde klaarmaken.
Ook zullen zij een gave jonge stier en een gave ram uit de kudde klaarmaken.
Zeven dagen lang zullen zij verzoening doen voor het altaar.
Zij zullen het reinigen en in gebruik nemen.
Zij zullen het reinigen en in gebruik nemen.
Als die dagen voorbij zijn, zal het vanaf de achtste dag zo gaan: de priesters zullen jullie brandoffers en jullie dankoffers op het altaar klaarmaken.
Dan zal ik jullie graag aannemen, zegt de Heere HEERE.
Dan zal ik jullie graag aannemen, zegt de Heere HEERE.