Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 42

De kamers van de priesters

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Kamers in drie lagen
Daarna bracht hij mij naar buiten, naar de buitenste voorhof, in noordelijke richting.
Hij bracht mij bij de kamers die tegenover de afgezonderde plaats en tegenover het gebouw aan de noordkant lagen.
Aan de voorkant was de lengte vijftig meter, bij de noordelijke ingang.
De breedte was vijfentwintig meter.
Tegenover de tien meter van de binnenste voorhof en tegenover het plaveisel van de buitenste voorhof lag galerij tegenover galerij, in drie lagen.
Voor de kamers liep een gang van vijf meter breed naar binnen toe, met een pad van een halve meter.
Hun deuren keken naar het noorden.
De bovenste kamers waren smaller, omdat de galerijen daar meer ruimte innamen dan bij de onderste en de middelste van het gebouw.
Want zij lagen in drie lagen, maar hadden geen zuilen zoals de voorhoven.
Daarom waren zij vanaf de grond smaller dan de onderste en de middelste.
De muur die aan de buitenkant langs de kamers liep, naar de buitenste voorhof toe, was vijfentwintig meter lang.
Want de lengte van de kamers aan de buitenste voorhof was vijfentwintig meter.
En kijk, aan de kant van de tempel was het vijftig meter.
Onder deze kamers lag de ingang aan de oostkant, voor wie er vanuit de buitenste voorhof naar binnen gaat.
Langs de breedte van de muur van de voorhof aan de oostkant, tegenover de afgezonderde plaats en tegenover het gebouw, lagen ook kamers.
De gang ervoor zag eruit als bij de kamers aan de noordkant.
Zij hadden dezelfde lengte en breedte.
Ook hun uitgangen en hun deuren waren hetzelfde.
Zo waren ook de deuren van de kamers aan de zuidkant.
Er was een deur aan het begin van de gang, langs de muur naar het oosten, waar men naar binnen gaat.
Toen zei hij tegen mij: De kamers aan de noordkant en de kamers aan de zuidkant, tegenover de afgezonderde plaats, zijn heilige kamers.
Daar zullen de priesters die tot de HEERE naderen, de allerheiligste gaven eten.
Daar zullen zij de allerheiligste gaven neerleggen, met het graanoffer, het zondoffer en het schuldoffer.
Want die plaats is heilig.

Als de priesters naar binnen gegaan zijn, mogen zij niet vanuit het heiligdom naar de buitenste voorhof gaan.
Zij moeten daar eerst de kleren afleggen waarin zij gediend hebben, want die zijn heilig.
Zij moeten andere kleren aantrekken voordat zij bij het volk komen.

Het hele terrein opgemeten
Toen hij klaar was met het opmeten van het binnenste huis, bracht hij mij naar buiten door de poort die naar het oosten kijkt.
Hij mat het hele terrein rondom.
Hij mat de oostkant met de meetlat: vijfhonderd meetlatten rondom.
Hij mat de noordkant: vijfhonderd meetlatten met de meetlat.
De zuidkant mat hij: vijfhonderd meetlatten met de meetlat.
Hij ging naar de westkant en mat: vijfhonderd meetlatten met de meetlat.
Hij mat het aan alle vier de kanten.
Er liep een muur rondom, vijfhonderd meetlatten lang en vijfhonderd breed.
Die maakte onderscheid tussen het heilige en het gewone.

Download hoofdstuk als tekstbestand