Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 39

Het einde van Gog

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Je valt op de bergen van Israël
En jij, mensenkind, profeteer tegen Gog en zeg: dit zegt de Heere HEERE.
Kijk, ik keer mij tegen je, Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal.

Ik zal je omkeren en je meesleuren.
Ik zal je optrekken uit het verre noorden en je naar de bergen van Israël brengen.

Maar ik zal je boog uit je linkerhand slaan en je pijlen uit je rechterhand laten vallen.
Op de bergen van Israël zul je vallen, jij en al je troepen en de volken die bij je zijn.
Ik geef je als voedsel aan de roofvogels, aan alles wat vleugels heeft, en aan de dieren van het veld.

Op het open veld zul je vallen.
Want ik heb het gesproken, zegt de Heere HEERE.

Ik zal een vuur sturen naar Magog en naar wie veilig op de eilanden wonen.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.

Ik zal mijn heilige naam bekendmaken onder mijn volk Israël.
Ik zal mijn heilige naam niet meer laten onteren.
Dan zullen de volken weten dat ik de HEERE ben, de Heilige in Israël.

Kijk, het komt en het zal gebeuren, zegt de Heere HEERE.
Dit is de dag waarover ik gesproken heb.

De bewoners van de steden van Israël zullen naar buiten gaan.
Zij zullen vuur stoken met de wapens: grote en kleine schilden, bogen en pijlen, knotsen en speren.
Zeven jaar lang zullen zij daarmee vuur stoken.

Zij zullen geen hout meer uit het veld hoeven halen en niets in de bossen hoeven hakken.
Zij zullen vuur stoken met de wapens.
Zij zullen beroven wie hen beroofd hadden en plunderen wie hen geplunderd hadden, zegt de Heere HEERE.

Op die dag zal ik Gog daar een graf geven in Israël: het dal van de reizigers, ten oosten van de zee.
Het zal de reizigers de weg versperren.
Daar zullen zij Gog en heel zijn menigte begraven.
Zij zullen het noemen: het dal van de menigte van Gog.

Het volk van Israël zal hen zeven maanden lang begraven om het land te reinigen.
Ja, heel het volk van het land zal begraven.
Het zal hun tot eer zijn op de dag dat ik verheerlijkt word, zegt de Heere HEERE.

Zij zullen ook mannen aanwijzen die voortdurend door het land trekken.
Zij zullen met de reizigers de doden begraven die nog op de grond liggen, om het land te reinigen.
Na zeven maanden zullen zij onderzoek doen.

Die mannen zullen door het land trekken.
Als iemand een mensenbot ziet, zet hij er een merkteken bij.
Dat blijft staan tot de begravers het in het dal van de menigte van Gog begraven hebben.

Ook zal er een stad zijn die Hamona heet.
Zo zullen zij het land reinigen.

De maaltijd voor de vogels
En jij, mensenkind, dit zegt de Heere HEERE.
Zeg tegen alles wat vleugels heeft en tegen alle dieren van het veld: verzamel je en kom.
Kom van alle kanten bij mijn offer dat ik voor jullie geslacht heb, een groot offer op de bergen van Israël.
Eet vlees en drink bloed.

Jullie zullen het vlees van helden eten en het bloed van de vorsten van de aarde drinken.
Zij zijn als rammen, lammeren, bokken en stieren, allemaal gemest in Basan.

Jullie zullen vet eten tot jullie verzadigd zijn en bloed drinken tot jullie dronken zijn, van mijn offer dat ik voor jullie geslacht heb.
Jullie zullen aan mijn tafel verzadigd worden van rijpaarden en wagenpaarden, van helden en alle soldaten, zegt de Heere HEERE.
Ik zal mijn eer tonen onder de volken.
Alle volken zullen mijn oordeel zien dat ik voltrokken heb, en mijn hand die ik op hen gelegd heb.

Van die dag af zal het volk van Israël weten dat ik, de HEERE, hun God ben.
De volken zullen weten dat het volk van Israël om hun schuld in ballingschap ging.
Zij waren ontrouw aan mij.
Daarom verborg ik mijn gezicht voor hen en gaf ik hen over in de hand van hun vijanden, zodat zij allemaal door het zwaard vielen.

Naar hun onreinheid en hun overtredingen heb ik met hen gehandeld.
Ik verborg mijn gezicht voor hen.

Nu keer ik het lot van Jakob
Daarom zegt de Heere HEERE dit: nu zal ik het lot van Jakob keren.
Ik zal mij ontfermen over heel het volk van Israël.
Ik zal opkomen voor mijn heilige naam.

Zij zullen hun schande gedragen hebben en al hun ontrouw tegen mij.
Dat deden zij toen zij veilig in hun land woonden en niemand hen opschrikte.

Ik zal hen terugbrengen uit de volken en hen verzamelen uit de landen van hun vijanden.
Zo zal ik mij door hen heilig tonen voor de ogen van veel volken.

Dan zullen zij weten dat ik, de HEERE, hun God ben.
Ik liet hen in ballingschap gaan onder de volken, maar ik heb hen weer verzameld in hun eigen land.
Ik heb daar niemand van hen achtergelaten.

Ik zal mijn gezicht niet meer voor hen verbergen, als ik mijn Geest over het volk van Israël uitgegoten heb, zegt de Heere HEERE.

Download hoofdstuk als tekstbestand