Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 25

Het woord over vier buurvolken

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Over Ammon
Het woord van de HEERE kwam tot mij.
Mensenkind, kijk naar de Ammonieten en profeteer tegen hen.
Zeg tegen de Ammonieten: hoor het woord van de Heere HEERE.
Dit zegt de Heere HEERE.
Jullie riepen: ha!
toen mijn heiligdom ontheiligd werd, toen het land van Israël verwoest werd en toen het volk van Juda in ballingschap ging.

Daarom, kijk, ik geef jullie in bezit aan de volken uit het oosten.
Zij zullen hun kampen bij jullie opslaan en hun tenten bij jullie neerzetten.
Zij zullen jullie vruchten eten en jullie melk drinken.

Ik zal Rabba tot een weide voor kamelen maken en het land van de Ammonieten tot een schaapskooi.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.

Want dit zegt de Heere HEERE: jullie klapten in je handen en stampten met je voeten.
Van harte waren jullie blij toen het land van Israël geplunderd werd.

Daarom, kijk, ik strek mijn hand tegen jullie uit.
Ik geef jullie als buit aan de volken.
Ik zal jullie uit de volken uitroeien en uit de landen laten verdwijnen.
Ik zal jullie vernietigen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.

Over Moab en Edom
Dit zegt de Heere HEERE: Moab en Seïr zeggen: kijk, het volk van Juda is net als alle andere volken.
Daarom, kijk, ik zal de flank van Moab openleggen, te beginnen bij zijn grenssteden, de trots van het land: Beth-Jesimoth, Baäl-Meon en Kirjathaim.
Ik geef het samen met het land van de Ammonieten in bezit aan de volken uit het oosten.
Zo zullen de Ammonieten niet meer onder de volken genoemd worden.

Ook in Moab zal ik recht spreken.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.

Dit zegt de Heere HEERE: Edom heeft uit pure wraakzucht gehandeld tegen het volk van Juda.
Zij hebben zware schuld op zich geladen door zich op hen te wreken.

Daarom zegt de Heere HEERE dit: ook tegen Edom zal ik mijn hand uitstrekken.
Ik zal er mens en dier uitroeien.
Ik zal het tot een woestenij maken, van Theman af.
Tot aan Dedan zullen zij door het zwaard vallen.

Ik zal mij op Edom wreken door de hand van mijn volk Israël.
Zij zullen met Edom afrekenen naar mijn toorn en mijn woede.
Zo zullen zij mijn wraak leren kennen, zegt de Heere HEERE.

Over de Filistijnen
Dit zegt de Heere HEERE: de Filistijnen hebben uit wraak gehandeld.
Van harte namen zij wraak door te plunderen.
Zij wilden vernietigen uit eeuwige vijandschap.

Daarom zegt de Heere HEERE dit: kijk, ik strek mijn hand uit tegen de Filistijnen.
Ik zal de Kretenzers uitroeien en de rest aan de kust vernietigen.

Ik zal zware wraak over hen brengen met harde straffen.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben, als ik mij op hen gewroken heb.

Download hoofdstuk als tekstbestand