Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 24

De pot op het vuur

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
De roestige pot
Het woord van de HEERE kwam tot mij in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende dag van de maand.
Mensenkind, schrijf de naam van deze dag op, precies deze dag.
Precies op deze dag begint de koning van Babel het beleg van Jeruzalem.

Vertel dat opstandige volk een gelijkenis en zeg tegen hen: dit zegt de Heere HEERE.
Zet een pot op, zet hem op en giet er water in.

Doe er de stukken vlees in, alle goede stukken, de bout en de schouder.
Vul hem met de beste botten.

Neem het beste van de kudde.
Stapel ook hout onder de pot.
Laat hem flink koken, zodat ook de botten erin gaar worden.

Daarom zegt de Heere HEERE dit: wee de stad vol bloed, de pot vol aanslag die er niet uit gaat.
Haal er stuk voor stuk uit, zonder te loten.

Want haar bloed is midden in haar.
Zij legde het op de kale rots.
Zij goot het niet op de grond om het met aarde te bedekken.

Om mijn woede te laten opkomen en wraak te nemen, heb ik haar bloed ook op de kale rots gelegd, zodat het niet bedekt wordt.
Daarom zegt de Heere HEERE dit: wee de stad vol bloed.
Ook ik zal de brandstapel groot maken.

Stapel veel hout op en steek het vuur aan.
Kook het vlees gaar en giet de saus eruit.
Laat de botten verbranden.

Zet de pot daarna leeg op de kolen, zodat hij heet wordt en zijn koper gloeit.
Dan smelt zijn onreinheid erin weg en wordt zijn aanslag verteerd.

Met alle moeite heeft zij mij vermoeid.
Toch is haar dikke aanslag er niet uit gegaan.
Haar aanslag moet in het vuur.

In je onreinheid zit schandelijkheid.
Ik wilde je reinigen, maar je werd niet rein.
Je zult van je onreinheid niet meer rein worden, totdat ik mijn woede op je heb laten rusten.

Ik, de HEERE, heb het gesproken.
Het zal komen en ik zal het doen.
Ik wijk er niet van af.
Ik zal niet sparen en er geen spijt van hebben.
Naar je wegen en je daden zullen zij je oordelen, zegt de Heere HEERE.

De vrouw van de profeet sterft
Verder kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, kijk, ik neem de vreugde van je ogen plotseling van je weg.
Toch mag je niet rouwen en niet huilen.
Je tranen mogen niet komen.

Kreun in stilte en houd geen dodenrouw.
Bind je tulband om en doe je schoenen aan.
Bedek je snor niet en eet niet het brood van de rouw.

Ik sprak dit 's morgens tot het volk.
Mijn vrouw stierf in de avond.
De volgende morgen deed ik wat mij bevolen was.

Het volk zei tegen mij: Wil je ons niet vertellen wat dit voor ons betekent, dat je dit doet?
Ik zei tegen hen: Het woord van de HEERE kwam tot mij.
Zeg tegen het volk van Israël: dit zegt de Heere HEERE.
Kijk, ik zal mijn heiligdom ontheiligen, jullie trotse sterkte, de vreugde van jullie ogen en het verlangen van jullie hart.
Jullie zonen en dochters die jullie achtergelaten hebben, zullen door het zwaard vallen.

Dan zullen jullie doen wat ik gedaan heb.
Jullie zullen je snor niet bedekken en niet het brood van de rouw eten.

Jullie tulbanden zullen op jullie hoofd blijven en jullie schoenen aan jullie voeten.
Jullie zullen niet rouwen en niet huilen, maar wegkwijnen in jullie schuld.
Jullie zullen tegen elkaar zuchten.

Zo zal Ezechiël voor jullie een teken zijn.
Alles wat hij gedaan heeft, zullen jullie doen.
Als dit komt, zullen jullie weten dat ik de Heere HEERE ben.

En jij, mensenkind, kijk naar de dag waarop ik hun sterkte van hen wegneem.
Dan neem ik hun stralende vreugde weg, de lust van hun ogen, het verlangen van hun hart en ook hun zonen en dochters.

Op diezelfde dag zal iemand die ontkomen is naar je toe komen om je het te laten horen.
Op die dag zal je mond opengaan bij wie ontkomen is.
Je zult spreken en niet langer stom zijn.
Zo zul je voor hen een teken zijn.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.

Download hoofdstuk als tekstbestand