Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 26

Het woord over Tyrus

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Als de golven van de zee
Het was in het elfde jaar, op de eerste dag van de maand.
Toen kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, Tyrus heeft over Jeruzalem gezegd: ha!
De poort van de volken is gebroken.
Alles komt nu naar mij toe.
Ik zal vol worden, want zij is verwoest.

Daarom zegt de Heere HEERE dit: kijk, ik keer mij tegen je, Tyrus.
Ik laat veel volken tegen je opkomen, zoals de zee haar golven laat opkomen.

Zij zullen de muren van Tyrus vernielen en haar torens afbreken.
Ik zal het puin van haar wegvegen en haar tot een kale rots maken.

Zij zal midden in de zee een plek zijn om netten te drogen.
Want ik heb het gesproken, zegt de Heere HEERE.
Zij zal buit worden voor de volken.

Haar dorpen op het vasteland zullen met het zwaard gedood worden.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.

Want dit zegt de Heere HEERE: kijk, ik breng Nebukadrezar, de koning van Babel, de koning der koningen, uit het noorden tegen Tyrus.
Hij komt met paarden en wagens, met ruiters, met troepen en met veel volk.

Hij zal je dorpen op het vasteland met het zwaard doden.
Hij zal belegeringstorens tegen je bouwen, een wal tegen je opwerpen en zijn schilden tegen je opheffen.

Hij zal stormrammen tegen je muren zetten en je torens met zijn houwelen afbreken.
Door de massa van zijn paarden zul je onder het stof zitten.
Je muren zullen beven van het gedreun van ruiters, wielen en wagens.
Hij trekt door je poorten binnen als door de bres van een veroverde stad.

Met de hoeven van zijn paarden zal hij al je straten vertrappen.
Je volk zal hij met het zwaard doden.
Je machtige zuilen zullen tegen de grond storten.

Zij zullen je bezit roven en je handelswaar plunderen.
Zij zullen je muren afbreken en je mooie huizen omgooien.
Je stenen, je hout en je puin zullen zij in het water gooien.

Zo maak ik een einde aan het geluid van je liederen.
De klank van je harpen zal niet meer gehoord worden.

Ja, ik zal je tot een kale rots maken.
Je zult een plek zijn om netten te drogen.
Je zult niet meer herbouwd worden.
Want ik, de HEERE, heb het gesproken, zegt de Heere HEERE.

De eilanden beven
Dit zegt de Heere HEERE tegen Tyrus: zullen de eilanden niet beven van het geluid van je val?
De gewonden zullen kreunen als er midden in je verschrikkelijk gemoord wordt.

Alle vorsten van de zee zullen van hun tronen komen.
Zij zullen hun mantels afleggen en hun geborduurde kleren uittrekken.
Zij zullen zich hullen in schrik.
Zij zullen op de grond zitten, elk ogenblik beven en ontzet over je zijn.

Zij zullen een klaaglied over je aanheffen en tegen je zeggen: hoe ben je uit de zee verdwenen, dichtbevolkte en beroemde stad!
Zij was sterk ter zee, zij en haar bewoners.
Zij joegen iedereen om hen heen schrik aan.

Nu beven de eilanden op de dag van je val.
Ja, de eilanden in de zee zijn ontsteld door je einde.

Want dit zegt de Heere HEERE: ik zal je een verwoeste stad maken, als steden die niet bewoond worden.
Ik zal de diepte over je laten opkomen en het grote water zal je bedekken.

Dan zal ik je laten afdalen naar wie in de kuil afdalen, naar het volk van vroeger.
Ik zal je laten liggen in de diepste delen van de aarde, tussen de eeuwenoude ruïnes, bij wie in de kuil afdalen.
Zo zul je niet meer bewoond worden.
En ik zal de pracht herstellen in het land van de levenden.

Maar jou zal ik tot een grote schrik maken en je zult er niet meer zijn.
Men zal je zoeken, maar je zult nooit meer gevonden worden, zegt de Heere HEERE.

Download hoofdstuk als tekstbestand