Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 22

De stad vol bloed

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Al je gruwelen
Verder kwam het woord van de HEERE tot mij.
En jij, mensenkind, zou jij de stad vol bloed vrijspreken?
Zou jij haar vrijspreken?
Maak haar dan al haar gruwelen bekend.

Zeg: dit zegt de Heere HEERE.
Stad die in haar midden bloed vergiet, zodat haar tijd komt.
Stad die afgoden maakt om zichzelf onrein te maken.

Door het bloed dat je vergoten hebt, ben je schuldig geworden.
Met de afgoden die je gemaakt hebt, heb je jezelf onrein gemaakt.
Je hebt je dagen dichterbij gebracht en je jaren zijn gekomen.
Daarom heb ik je overgegeven als schande voor de volken en als spot voor alle landen.

Wie dichtbij en ver weg zijn, zullen je bespotten.
Je naam is onrein en je bent vol onrust.

Kijk, de vorsten van Israël in jouw midden gebruikten allemaal hun macht om bloed te vergieten.
Vader en moeder hebben zij bij jou geminacht.
De vreemdeling hebben zij in jouw midden onderdrukt.
De wees en de weduwe hebben zij bij jou verdrukt.

Mijn heilige dingen heb je veracht en mijn sabbatten heb je ontheiligd.
Er waren roddelaars bij jou die bloed vergoten.
Zij aten bij jou op de bergen en deden schandelijke dingen in jouw midden.

Men schond in jouw midden het bed van zijn vader.
Men verkrachtte in jouw midden vrouwen in hun onreine dagen.

De een deed iets gruwelijks met de vrouw van zijn naaste.
De ander onteerde zijn schoondochter op een schandelijke manier.
Weer een ander verkrachtte in jouw midden zijn eigen zus, de dochter van zijn vader.

Zij namen bij jou geschenken aan om bloed te vergieten.
Je nam rente en woekerwinst.
Je perste je naaste uit met geweld.
En mij ben je vergeten, zegt de Heere HEERE.

Kijk, ik sla in mijn handen om de winst die je gemaakt hebt en om het bloed dat in jouw midden vergoten is.
Zal je hart standhouden?
Zullen je handen sterk zijn in de dagen dat ik met je afreken?
Ik, de HEERE, heb het gesproken en ik zal het doen.

Ik zal je verstrooien onder de volken en verspreiden over de landen.
Ik zal je onreinheid uit je wegbranden.

Dan zul je door je eigen schuld onteerd zijn voor de ogen van de volken.
En je zult weten dat ik de HEERE ben.

Zilverschuim in de oven
Verder kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, de mensen van Israël zijn voor mij schuim geworden.
Zij zijn allemaal koper, tin, ijzer of lood in de oven.
Zij zijn zilverschuim geworden.

Daarom zegt de Heere HEERE dit: jullie zijn allemaal schuim geworden.
Daarom, kijk, ik zal jullie bijeenbrengen in Jeruzalem.

Men brengt zilver, koper, ijzer, lood en tin bijeen in een oven en blaast het vuur op om het te smelten.
Zo zal ik jullie in mijn toorn bijeenbrengen.
Ik zal jullie daar in mijn woede laten en smelten.

Ja, ik zal jullie bijeenbrengen en het vuur van mijn woede over jullie aanblazen.
Zo zullen jullie daarin gesmolten worden.

Zoals zilver in de oven gesmolten wordt, zo zullen jullie daarin gesmolten worden.
Dan zullen jullie weten dat ik, de HEERE, mijn woede over jullie uitgegoten heb.

Niemand stond in de bres
Verder kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, zeg tegen haar: jij bent een land dat niet gereinigd is, dat geen regen gekregen heeft op de dag van de toorn.
Haar profeten hebben samengespannen.
In haar midden zijn zij als een brullende leeuw die prooi verscheurt.
Zij verslinden mensen, nemen schatten en kostbaarheden weg en maken veel weduwen in haar midden.

Haar priesters doen mijn wet geweld aan en ontheiligen mijn heilige dingen.
Zij maken geen onderscheid tussen heilig en gewoon.
Zij leren het verschil tussen rein en onrein niet.
Zij sluiten hun ogen voor mijn sabbatten.
Zo word ik in hun midden onteerd.

Haar vorsten zijn in haar midden als wolven die prooi verscheuren.
Zij vergieten bloed en vernietigen mensen om winst te maken.

Haar profeten smeren er kalk overheen.
Zij zien loze visioenen en voorspellen leugens.
Zij zeggen: dit zegt de Heere HEERE, terwijl de HEERE niet gesproken heeft.

Het volk van het land onderdrukt en berooft.
Zij verdrukken de arme en de behoeftige en behandelen de vreemdeling zonder recht.

Ik zocht onder hen iemand die de muur kon dichtmaken.
Hij zou voor mij in de bres gaan staan voor het land, zodat ik het niet zou vernietigen.
Maar ik vond niemand.

Daarom heb ik mijn woede over hen uitgegoten.
Met het vuur van mijn toorn heb ik hen verteerd.
Hun eigen weg heb ik op hun hoofd laten neerkomen, zegt de Heere HEERE.

Download hoofdstuk als tekstbestand