Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Exodus 8
Kikkers, luizen en ongedierte
Kikkers bedekken Egypte
De HEERE zei tegen Mozes: Ga naar Farao en zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE: Laat mijn volk gaan om mij te dienen.
Als u weigert hen te laten gaan, zal ik uw hele gebied met kikkers treffen.
De rivier zal krioelen van kikkers.
Ze komen uw huis binnen, tot in uw slaapkamer en op uw bed.
Ook komen ze in de huizen van uw dienaren, op uw volk, in uw ovens en in uw baktroggen.
Ze komen uw huis binnen, tot in uw slaapkamer en op uw bed.
Ook komen ze in de huizen van uw dienaren, op uw volk, in uw ovens en in uw baktroggen.
De kikkers zullen ook op u, uw volk en al uw dienaren springen.
Daarna zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Strek uw hand met uw staf uit over de stromen, rivieren en poelen.
Laat de kikkers over Egypte komen.
Laat de kikkers over Egypte komen.
Aäron strekte zijn hand uit over de wateren van Egypte.
Toen kwamen er kikkers tevoorschijn die heel Egypte bedekten.
Toen kwamen er kikkers tevoorschijn die heel Egypte bedekten.
De tovenaars deden met hun bezweringen hetzelfde: ook zij lieten kikkers over Egypte komen.
Farao vraagt om verlichting
Toen liet Farao Mozes en Aäron roepen.
Hij zei: Bid dringend tot de HEERE dat Hij de kikkers van mij en mijn volk wegneemt.
Dan zal ik het volk laten gaan om de HEERE offers te brengen.
Hij zei: Bid dringend tot de HEERE dat Hij de kikkers van mij en mijn volk wegneemt.
Dan zal ik het volk laten gaan om de HEERE offers te brengen.
Mozes zei tegen Farao: Bepaal zelf wanneer ik voor u, uw dienaren en uw volk zal bidden.
Dan worden de kikkers bij u en uit uw huizen uitgeroeid.
Ze blijven alleen in de rivier over.
Dan worden de kikkers bij u en uit uw huizen uitgeroeid.
Ze blijven alleen in de rivier over.
Farao antwoordde: Morgen.
Mozes zei: Het zal gebeuren zoals u hebt gezegd.
Daardoor zult u weten dat niemand is zoals de HEERE, onze God.
Mozes zei: Het zal gebeuren zoals u hebt gezegd.
Daardoor zult u weten dat niemand is zoals de HEERE, onze God.
De kikkers zullen bij u, uit uw huizen, bij uw dienaren en bij uw volk verdwijnen.
Ze blijven alleen in de rivier over.
Ze blijven alleen in de rivier over.
Daarna gingen Mozes en Aäron bij Farao weg.
Mozes riep tot de HEERE vanwege de kikkers die Hij over Farao had gebracht.
Mozes riep tot de HEERE vanwege de kikkers die Hij over Farao had gebracht.
De HEERE deed wat Mozes gevraagd had.
De kikkers in de huizen, binnenplaatsen en velden stierven.
De kikkers in de huizen, binnenplaatsen en velden stierven.
De dode kikkers werden in grote hopen verzameld, en het land begon te stinken.
Toen Farao merkte dat er verlichting was, maakte hij zijn hart hard.
Hij luisterde niet naar Mozes en Aäron, zoals de HEERE had gezegd.
Hij luisterde niet naar Mozes en Aäron, zoals de HEERE had gezegd.
De plaag van de luizen
Daarna zei de HEERE tegen Mozes: Zeg tegen Aäron: Strek uw staf uit en sla op het stof van de aarde.
Daardoor zal het stof in heel Egypte in luizen veranderen.
Daardoor zal het stof in heel Egypte in luizen veranderen.
Mozes en Aäron deden wat hun was opgedragen.
Aäron strekte zijn hand met zijn staf uit en sloeg op het stof.
Toen kwamen er veel luizen op de mensen en het vee.
Al het stof in heel Egypte veranderde in luizen.
Aäron strekte zijn hand met zijn staf uit en sloeg op het stof.
Toen kwamen er veel luizen op de mensen en het vee.
Al het stof in heel Egypte veranderde in luizen.
Ook de tovenaars probeerden met hun bezweringen luizen voort te brengen, maar het lukte hun niet.
De luizen bleven op de mensen en het vee.
De luizen bleven op de mensen en het vee.
Toen zeiden de tovenaars tegen Farao: Dit is Gods vinger!
Maar Farao's hart verhardde zich.
Hij luisterde niet naar hen, zoals de HEERE had gezegd.
Maar Farao's hart verhardde zich.
Hij luisterde niet naar hen, zoals de HEERE had gezegd.
De plaag van het ongedierte
Daarna zei de HEERE tegen Mozes: Sta morgen vroeg op en ga voor Farao staan wanneer hij naar het water gaat.
Zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE: Laat mijn volk gaan om mij te dienen.
Zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE: Laat mijn volk gaan om mij te dienen.
Als u mijn volk niet laat gaan, zal ik zwermen ongedierte sturen op u, uw dienaren en uw volk.
Ze zullen uw huizen binnendringen.
De huizen van de Egyptenaren en ook de grond waarop zij wonen, zullen er vol mee zijn.
Ze zullen uw huizen binnendringen.
De huizen van de Egyptenaren en ook de grond waarop zij wonen, zullen er vol mee zijn.
Maar op die dag zal ik het land Gosen, waar mijn volk woont, apart houden.
Daar zal geen ongedierte zijn.
Zo zult u weten dat ik, de HEERE, hier in dit land aanwezig ben.
Daar zal geen ongedierte zijn.
Zo zult u weten dat ik, de HEERE, hier in dit land aanwezig ben.
Ik zal onderscheid maken tussen mijn volk en uw volk.
Morgen zal dit teken plaatsvinden!
Morgen zal dit teken plaatsvinden!
De HEERE deed dit.
Grote zwermen ongedierte kwamen in Farao's huis, in de huizen van zijn dienaren en in heel Egypte.
Het land werd door het ongedierte verwoest.
Grote zwermen ongedierte kwamen in Farao's huis, in de huizen van zijn dienaren en in heel Egypte.
Het land werd door het ongedierte verwoest.
Farao breekt opnieuw zijn belofte
Toen liet Farao Mozes en Aäron roepen.
Hij zei: Ga jullie God in dit land offers brengen.
Hij zei: Ga jullie God in dit land offers brengen.
Mozes antwoordde: Dat zou niet goed zijn.
Wij zouden de HEERE, onze God, iets offeren wat de Egyptenaren afschuwelijk vinden.
Als wij dat voor hun ogen offeren, zullen ze ons toch stenigen?
Wij zouden de HEERE, onze God, iets offeren wat de Egyptenaren afschuwelijk vinden.
Als wij dat voor hun ogen offeren, zullen ze ons toch stenigen?
We moeten drie dagreizen de woestijn ingaan om de HEERE, onze God, offers te brengen, zoals Hij ons zal zeggen.
Farao zei: Ik zal jullie laten gaan om de HEERE, jullie God, in de woestijn offers te brengen.
Maar ga beslist niet te ver weg!
Bid dringend voor mij.
Maar ga beslist niet te ver weg!
Bid dringend voor mij.
Mozes antwoordde: Ik ga nu bij u weg en zal dringend tot de HEERE bidden.
Morgen zal al het ongedierte weg zijn van Farao, zijn dienaren en zijn volk.
Maar Farao mag zijn belofte niet opnieuw breken door het volk toch niet te laten gaan om de HEERE offers te brengen.
Morgen zal al het ongedierte weg zijn van Farao, zijn dienaren en zijn volk.
Maar Farao mag zijn belofte niet opnieuw breken door het volk toch niet te laten gaan om de HEERE offers te brengen.
Toen ging Mozes bij Farao weg en bad dringend tot de HEERE.
De HEERE deed wat Mozes gevraagd had.
Het ongedierte verdween bij Farao, zijn dienaren en zijn volk.
Er bleef er niet één over.
Het ongedierte verdween bij Farao, zijn dienaren en zijn volk.
Er bleef er niet één over.
Maar ook deze keer maakte Farao zijn hart hard.
Hij liet het volk niet gaan.
Hij liet het volk niet gaan.