Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Deuteronomium 3
De overwinning op Og, en het land aan de oostkant
De overwinning op Og
Daarna keerden wij om en trokken de weg naar Basan op.
Og, de koning van Basan, trok ons met zijn hele leger tegemoet om bij Edreï te strijden.
Og, de koning van Basan, trok ons met zijn hele leger tegemoet om bij Edreï te strijden.
Toen zei de HEERE tegen mij: Wees niet bang voor hem, want ik geef hem, zijn hele volk en zijn land in jouw macht.
Doe met hem wat je gedaan hebt met Sihon, de koning van de Amorieten, die in Hesbon woonde.
Doe met hem wat je gedaan hebt met Sihon, de koning van de Amorieten, die in Hesbon woonde.
Zo gaf de HEERE, onze God, ook Og, de koning van Basan, met zijn hele volk in onze macht.
Wij versloegen hem, tot er niemand van hem over was.
Wij versloegen hem, tot er niemand van hem over was.
In die tijd namen wij al zijn steden in.
Er was geen stad die wij hun niet afnamen: zestig steden, de hele streek Argob, het koninkrijk van Og in Basan.
Er was geen stad die wij hun niet afnamen: zestig steden, de hele streek Argob, het koninkrijk van Og in Basan.
Al die steden waren versterkt met hoge muren, poorten en grendels.
Daarnaast waren er heel veel open dorpen.
Daarnaast waren er heel veel open dorpen.
Wij sloegen ze met de ban, zoals wij met Sihon, de koning van Hesbon, gedaan hadden.
Wij sloegen alle steden met de ban, met de mannen, de vrouwen en de kinderen.
Wij sloegen alle steden met de ban, met de mannen, de vrouwen en de kinderen.
Maar al het vee en de buit uit de steden hielden wij voor onszelf.
Zo namen wij in die tijd het land van de twee koningen van de Amorieten aan de oostkant van de Jordaan in.
Het liep van de beek Arnon tot aan de berg Hermon.
Het liep van de beek Arnon tot aan de berg Hermon.
De Sidoniërs noemen de Hermon Sirjon, en de Amorieten noemen hem Senir.
Wij namen alle steden van de hoogvlakte in, heel Gilead en heel Basan tot aan Salcha en Edreï.
Dat waren de steden van het koninkrijk van Og in Basan.
Dat waren de steden van het koninkrijk van Og in Basan.
Want Og, de koning van Basan, was de laatste die over was van de reuzen.
Zijn bed was van ijzer en staat nog in Rabba van de Ammonieten.
Het is ongeveer 4 meter lang en 1,8 meter breed, naar de gewone maat.
Zijn bed was van ijzer en staat nog in Rabba van de Ammonieten.
Het is ongeveer 4 meter lang en 1,8 meter breed, naar de gewone maat.
Het land aan de oostkant verdeeld
Dat land namen wij in die tijd in bezit.
Het gebied vanaf Aroër aan de beek Arnon gaf ik aan de Rubenieten en de Gadieten.
Ook de helft van het bergland van Gilead met zijn steden kregen zij.
Het gebied vanaf Aroër aan de beek Arnon gaf ik aan de Rubenieten en de Gadieten.
Ook de helft van het bergland van Gilead met zijn steden kregen zij.
Het overige deel van Gilead en heel Basan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan de halve stam van Manasse.
Dat was de hele streek Argob.
Heel Basan werd het land van de reuzen genoemd.
Dat was de hele streek Argob.
Heel Basan werd het land van de reuzen genoemd.
Jaïr, een nakomeling van Manasse, kreeg de hele streek Argob, tot aan de grens van de Gesurieten en de Maächathieten.
Hij noemde Basan naar zijn eigen naam: Havvoth-Jaïr.
Zo heet het nog steeds.
Hij noemde Basan naar zijn eigen naam: Havvoth-Jaïr.
Zo heet het nog steeds.
Aan Machir gaf ik Gilead.
Aan de Rubenieten en de Gadieten gaf ik het gebied van Gilead tot aan de beek Arnon, met het midden van het dal als grens.
Het liep tot aan de beek Jabbok, de grens van de Ammonieten.
Het liep tot aan de beek Jabbok, de grens van de Ammonieten.
Ook de vlakte met de Jordaan als grens hoorde erbij.
Die liep van Kinneret tot aan de zee van de vlakte, de Zoutzee, aan de voet van de Pisga aan de oostkant.
Die liep van Kinneret tot aan de zee van de vlakte, de Zoutzee, aan de voet van de Pisga aan de oostkant.
In die tijd gaf ik jullie dit bevel: De HEERE, jullie God, heeft jullie dit land gegeven om het in bezit te nemen.
Maar alle strijdbare mannen moeten gewapend voor jullie broers, de Israëlieten, uit trekken.
Maar alle strijdbare mannen moeten gewapend voor jullie broers, de Israëlieten, uit trekken.
Alleen jullie vrouwen, jullie kinderen en jullie vee blijven in de steden die ik jullie gegeven heb.
Ik weet dat jullie veel vee hebben.
Ik weet dat jullie veel vee hebben.
Doe dat tot de HEERE ook jullie broers rust geeft, net als jullie.
Dan nemen ook zij het land in bezit dat de HEERE, jullie God, hun aan de overkant van de Jordaan geeft.
Daarna mag ieder van jullie terugkeren naar het bezit dat ik jullie gegeven heb.
Dan nemen ook zij het land in bezit dat de HEERE, jullie God, hun aan de overkant van de Jordaan geeft.
Daarna mag ieder van jullie terugkeren naar het bezit dat ik jullie gegeven heb.
In die tijd gaf ik Jozua dit bevel: Je hebt met eigen ogen gezien wat de HEERE, jullie God, met deze twee koningen gedaan heeft.
Zo zal de HEERE doen met alle koninkrijken waar jij heen trekt.
Zo zal de HEERE doen met alle koninkrijken waar jij heen trekt.
Wees niet bang voor hen, want de HEERE, jullie God, strijdt zelf voor jullie.
Mozes mag het land niet binnengaan
In die tijd smeekte ik de HEERE om genade:
Heere HEERE, U bent begonnen Uw dienaar Uw grootheid en Uw sterke hand te laten zien.
Welke god in de hemel of op aarde kan zulke daden en zulke machtige werken doen als U?
Welke god in de hemel of op aarde kan zulke daden en zulke machtige werken doen als U?
Laat mij toch oversteken en het goede land aan de overkant van de Jordaan zien, dat mooie bergland en de Libanon.
Maar de HEERE was vanwege jullie kwaad op mij en luisterde niet naar mij.
De HEERE zei tegen mij: Genoeg!
Spreek hier niet meer met mij over.
De HEERE zei tegen mij: Genoeg!
Spreek hier niet meer met mij over.
Klim naar de top van de Pisga en kijk om je heen, naar het westen, het noorden, het zuiden en het oosten.
Kijk goed met je eigen ogen, want je zult deze Jordaan niet oversteken.
Kijk goed met je eigen ogen, want je zult deze Jordaan niet oversteken.
Geef Jozua zijn opdracht, bemoedig hem en maak hem sterk.
Want hij zal voor dit volk uit oversteken.
Hij zal hun het land dat jij zult zien als bezit geven.
Want hij zal voor dit volk uit oversteken.
Hij zal hun het land dat jij zult zien als bezit geven.
Zo bleven wij in het dal tegenover Beth-Peor.