Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Deuteronomium 2
Door Edom, Moab en Ammon, en de overwinning op Sihon
Langs Edom
Daarna keerden wij om en trokken de woestijn in, in de richting van de Schelfzee, zoals de HEERE tegen mij gezegd had.
Lange tijd trokken wij om het gebergte Seïr heen.
Lange tijd trokken wij om het gebergte Seïr heen.
Toen zei de HEERE tegen mij:
Jullie zijn lang genoeg om dit gebergte heen getrokken.
Trek nu naar het noorden.
Trek nu naar het noorden.
Geef het volk dit bevel: Straks trekken jullie door het gebied van jullie broers, de nakomelingen van Ezau, die in Seïr wonen.
Zij zullen bang voor jullie zijn, maar pas goed op.
Zij zullen bang voor jullie zijn, maar pas goed op.
Begin geen strijd met hen.
Want ik geef jullie niets van hun land, zelfs geen voetbreed.
Ik heb het gebergte Seïr aan Ezau als bezit gegeven.
Want ik geef jullie niets van hun land, zelfs geen voetbreed.
Ik heb het gebergte Seïr aan Ezau als bezit gegeven.
Koop van hen voedsel voor geld om te eten.
Koop ook water van hen voor geld om te drinken.
Koop ook water van hen voor geld om te drinken.
Want de HEERE, jullie God, heeft jullie gezegend in al jullie werk.
Hij weet hoe jullie door deze grote woestijn getrokken zijn.
Deze veertig jaar is de HEERE, jullie God, met jullie geweest.
Jullie hebben niets tekortgekomen.
Hij weet hoe jullie door deze grote woestijn getrokken zijn.
Deze veertig jaar is de HEERE, jullie God, met jullie geweest.
Jullie hebben niets tekortgekomen.
Zo trokken wij voorbij onze broers, de nakomelingen van Ezau, die in Seïr wonen.
Wij verlieten de weg door de vlakte, vanaf Elath en Ezeon-Geber.
Toen keerden wij om en trokken de weg naar de woestijn van Moab.
Wij verlieten de weg door de vlakte, vanaf Elath en Ezeon-Geber.
Toen keerden wij om en trokken de weg naar de woestijn van Moab.
Langs Moab
Toen zei de HEERE tegen mij: Val Moab niet lastig en begin geen strijd met hen.
Want ik geef jullie niets van hun land als bezit.
Ik heb Ar aan de nakomelingen van Lot als bezit gegeven.
Want ik geef jullie niets van hun land als bezit.
Ik heb Ar aan de nakomelingen van Lot als bezit gegeven.
Vroeger woonden daar de Emieten, een groot, talrijk en lang volk, zoals de Enakieten.
Ook zij werden tot de reuzen gerekend, net als de Enakieten.
De Moabieten noemden hen Emieten.
De Moabieten noemden hen Emieten.
Ook woonden vroeger de Horieten in Seïr.
Maar de nakomelingen van Ezau verdreven hen en roeiden hen uit.
Zij gingen zelf op hun plaats wonen, zoals Israël gedaan heeft in het land dat de HEERE hun als bezit gegeven heeft.
Maar de nakomelingen van Ezau verdreven hen en roeiden hen uit.
Zij gingen zelf op hun plaats wonen, zoals Israël gedaan heeft in het land dat de HEERE hun als bezit gegeven heeft.
Maak je nu klaar en steek de beek Zered over.
Zo staken wij de beek Zered over.
Zo staken wij de beek Zered over.
Wij waren 38 jaar onderweg geweest, vanaf Kades-Barnea tot wij de beek Zered overstaken.
In die tijd was de hele generatie strijders uit het kamp gestorven, zoals de HEERE hun had gezworen.
In die tijd was de hele generatie strijders uit het kamp gestorven, zoals de HEERE hun had gezworen.
De hand van de HEERE was ook tegen hen, om hen uit het kamp weg te vagen, tot zij allemaal gestorven waren.
Langs Ammon
Toen alle strijders uit het volk gestorven waren,
zei de HEERE tegen mij:
Vandaag trek je langs Ar, het gebied van Moab.
Je komt dan dicht bij de Ammonieten.
Val hen niet lastig en begin geen strijd met hen.
Want ik geef je niets van het land van de Ammonieten als bezit.
Ik heb het aan de nakomelingen van Lot als bezit gegeven.
Val hen niet lastig en begin geen strijd met hen.
Want ik geef je niets van het land van de Ammonieten als bezit.
Ik heb het aan de nakomelingen van Lot als bezit gegeven.
Ook dat land werd gerekend tot het land van de reuzen.
Vroeger woonden daar reuzen, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten.
Vroeger woonden daar reuzen, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten.
Het was een groot, talrijk en lang volk, zoals de Enakieten.
Maar de HEERE roeide hen uit voor de Ammonieten.
Die verdreven hen en gingen op hun plaats wonen.
Maar de HEERE roeide hen uit voor de Ammonieten.
Die verdreven hen en gingen op hun plaats wonen.
Zo had Hij ook gedaan voor de nakomelingen van Ezau, die in Seïr wonen.
Voor hen roeide Hij de Horieten uit.
Zij verdreven hen en wonen tot vandaag op hun plaats.
Voor hen roeide Hij de Horieten uit.
Zij verdreven hen en wonen tot vandaag op hun plaats.
Ook de Avieten, die in dorpen tot aan Gaza woonden, werden uitgeroeid door de Kafthorieten, die uit Kafthor kwamen.
Die gingen op hun plaats wonen.
Die gingen op hun plaats wonen.
De overwinning op Sihon
Maak je klaar, trek verder en steek de beek Arnon over.
Kijk, ik geef Sihon, de Amoriet, de koning van Hesbon, met zijn land in jullie macht.
Begin het in bezit te nemen en val hem aan.
Kijk, ik geef Sihon, de Amoriet, de koning van Hesbon, met zijn land in jullie macht.
Begin het in bezit te nemen en val hem aan.
Vandaag begin ik alle volken onder de hemel angst en schrik voor jullie in te boezemen.
Wie van jullie hoort, zal beven en sidderen voor jullie.
Wie van jullie hoort, zal beven en sidderen voor jullie.
Toen stuurde ik vanuit de woestijn Kedemoth boden naar Sihon, de koning van Hesbon, met een vredesvoorstel.
Ik liet zeggen:
Ik liet zeggen:
Laat mij door uw land trekken.
Ik blijf op de weg en wijk niet af naar rechts of naar links.
Ik blijf op de weg en wijk niet af naar rechts of naar links.
Verkoop mij voedsel voor geld, zodat ik kan eten.
Geef mij water voor geld, zodat ik kan drinken.
Laat mij alleen maar te voet doortrekken,
Geef mij water voor geld, zodat ik kan drinken.
Laat mij alleen maar te voet doortrekken,
zoals de nakomelingen van Ezau in Seïr en de Moabieten in Ar mij hebben laten doen.
Dan kan ik de Jordaan oversteken naar het land dat de HEERE, onze God, ons geeft.
Dan kan ik de Jordaan oversteken naar het land dat de HEERE, onze God, ons geeft.
Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken.
Want de HEERE, jullie God, maakte zijn geest halsstarrig en zijn hart hard.
Zo wilde Hij hem in jullie macht geven, zoals nu gebeurd is.
Want de HEERE, jullie God, maakte zijn geest halsstarrig en zijn hart hard.
Zo wilde Hij hem in jullie macht geven, zoals nu gebeurd is.
De HEERE zei tegen mij: Kijk, ik ben begonnen Sihon en zijn land aan jou over te geven.
Begin nu zijn land in bezit te nemen.
Begin nu zijn land in bezit te nemen.
Sihon trok ons tegemoet met zijn hele leger, om bij Jahaz te strijden.
Maar de HEERE, onze God, gaf hem aan ons over.
Wij versloegen hem, zijn zonen en zijn hele volk.
Wij versloegen hem, zijn zonen en zijn hele volk.
In die tijd namen wij al zijn steden in.
Wij sloegen alle steden met de ban, met de mannen, de vrouwen en de kinderen.
Wij lieten niemand in leven.
Wij sloegen alle steden met de ban, met de mannen, de vrouwen en de kinderen.
Wij lieten niemand in leven.
Alleen het vee en de buit uit de steden die wij innamen, hielden wij voor onszelf.
Van Aroër aan de oever van de beek Arnon en de stad in het dal tot aan Gilead: geen stad was te sterk voor ons.
De HEERE, onze God, gaf ze allemaal aan ons over.
De HEERE, onze God, gaf ze allemaal aan ons over.
Maar het land van de Ammonieten lieten jullie met rust.
Jullie kwamen niet aan het gebied langs de beek Jabbok, of aan de steden in het bergland.
Jullie bleven weg van alles wat de HEERE, onze God, ons verboden had.
Jullie kwamen niet aan het gebied langs de beek Jabbok, of aan de steden in het bergland.
Jullie bleven weg van alles wat de HEERE, onze God, ons verboden had.