Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Deuteronomium 12
De plaats die de HEERE kiest
Vernietig de afgodsplaatsen
Dit zijn de voorschriften en regels die jullie nauwkeurig moeten houden.
Ze gelden in het land dat de HEERE, de God van jullie voorouders, jullie in bezit geeft.
Houd je eraan zolang jullie op aarde leven.
Ze gelden in het land dat de HEERE, de God van jullie voorouders, jullie in bezit geeft.
Houd je eraan zolang jullie op aarde leven.
Vernietig alle plaatsen waar de volken die jullie verdrijven hun goden gediend hebben.
Die liggen op de hoge bergen, op de heuvels en onder elke groene boom.
Die liggen op de hoge bergen, op de heuvels en onder elke groene boom.
Breek hun altaren af, sla hun heilige stenen stuk, verbrand hun gewijde palen en hak de beelden van hun goden om.
Wis hun namen uit op die plaatsen.
Wis hun namen uit op die plaatsen.
Zo mogen jullie de HEERE, jullie God, niet vereren.
Offeren op de plaats die de HEERE kiest
Zoek de plaats op die de HEERE, jullie God, uit al jullie stammen zal kiezen om daar Zijn naam te vestigen.
Ga daarheen, naar Zijn woning.
Ga daarheen, naar Zijn woning.
Breng daar jullie brandoffers en slachtoffers, jullie tienden en bijdragen, en jullie geloftegaven en vrijwillige gaven.
Breng er ook de eerstgeboren dieren van jullie runderen, schapen en geiten.
Breng er ook de eerstgeboren dieren van jullie runderen, schapen en geiten.
Eet daar voor de HEERE, jullie God, en wees blij met jullie gezinnen.
Wees blij met alles wat jullie ondernomen hebben en waarin de HEERE, jullie God, jullie gezegend heeft.
Wees blij met alles wat jullie ondernomen hebben en waarin de HEERE, jullie God, jullie gezegend heeft.
Doe dan niet meer zoals wij hier vandaag doen, waar ieder doet wat hij zelf goed vindt.
Want jullie zijn nog niet gekomen in de rust en het erfdeel dat de HEERE, jullie God, jullie geeft.
Maar jullie gaan de Jordaan oversteken en wonen in het land dat de HEERE, jullie God, jullie als erfdeel geeft.
Hij zal jullie rust geven van al jullie vijanden rondom, zodat jullie veilig kunnen wonen.
Hij zal jullie rust geven van al jullie vijanden rondom, zodat jullie veilig kunnen wonen.
Dan is er een plaats die de HEERE, jullie God, zal kiezen om daar Zijn naam te laten wonen.
Breng daarheen alles wat ik jullie opdraag: jullie brandoffers en slachtoffers, jullie tienden en bijdragen, en al het beste van jullie geloftegaven voor de HEERE.
Breng daarheen alles wat ik jullie opdraag: jullie brandoffers en slachtoffers, jullie tienden en bijdragen, en al het beste van jullie geloftegaven voor de HEERE.
Wees daar blij voor de HEERE, jullie God, met jullie zonen en dochters, jullie slaven en slavinnen.
Wees ook blij met de Leviet die in jullie steden woont, want hij heeft geen eigen deel of erfdeel onder jullie.
Wees ook blij met de Leviet die in jullie steden woont, want hij heeft geen eigen deel of erfdeel onder jullie.
Pas op dat je je brandoffers niet brengt op elke plaats die je ziet.
Breng je brandoffers alleen op de plaats die de HEERE in een van je stammen kiest.
Doe daar alles wat ik je opdraag.
Doe daar alles wat ik je opdraag.
Vlees eten, maar geen bloed
Toch mag je in al je steden slachten en vlees eten zoveel je wilt, naar de zegen die de HEERE, je God, je geeft.
Wie onrein is en wie rein is, mag het eten, net als het vlees van een gazelle of een hert.
Wie onrein is en wie rein is, mag het eten, net als het vlees van een gazelle of een hert.
Alleen het bloed mogen jullie niet eten.
Giet het als water op de grond.
Giet het als water op de grond.
In je eigen woonplaats mag je de tiende van je koren, je nieuwe wijn en je olie niet eten.
Ook de eerstgeboren dieren van je runderen, schapen en geiten eet je daar niet.
Ook je geloftegaven, je vrijwillige gaven en je bijdragen mag je daar niet eten.
Ook de eerstgeboren dieren van je runderen, schapen en geiten eet je daar niet.
Ook je geloftegaven, je vrijwillige gaven en je bijdragen mag je daar niet eten.
Eet ze voor de HEERE, je God, op de plaats die de HEERE, je God, zal kiezen.
Doe dat samen met je zoon en je dochter, je slaaf en je slavin, en de Leviet die in je woonplaats woont.
Wees blij voor de HEERE, je God, met alles wat je ondernomen hebt.
Doe dat samen met je zoon en je dochter, je slaaf en je slavin, en de Leviet die in je woonplaats woont.
Wees blij voor de HEERE, je God, met alles wat je ondernomen hebt.
Pas op dat je de Leviet niet in de steek laat, zolang je in je land woont.
De HEERE, je God, zal je gebied uitbreiden, zoals Hij je beloofd heeft.
Als je dan zin hebt in vlees en denkt: Ik wil vlees eten, eet dan vlees zoveel je wilt.
Als je dan zin hebt in vlees en denkt: Ik wil vlees eten, eet dan vlees zoveel je wilt.
Misschien is de plaats die de HEERE, je God, kiest om er Zijn naam te vestigen, ver van je vandaan.
Slacht dan van de runderen, schapen en geiten die de HEERE je gegeven heeft, zoals ik je heb opgedragen.
Eet ervan in je woonplaats zoveel je wilt.
Slacht dan van de runderen, schapen en geiten die de HEERE je gegeven heeft, zoals ik je heb opgedragen.
Eet ervan in je woonplaats zoveel je wilt.
Eet het zoals je een gazelle of een hert eet.
Wie onrein is en wie rein is, mogen het samen eten.
Wie onrein is en wie rein is, mogen het samen eten.
Maar houd je er streng aan dat je het bloed niet eet.
Want het bloed is het leven, en je mag het leven niet met het vlees eten.
Want het bloed is het leven, en je mag het leven niet met het vlees eten.
Eet het niet.
Giet het als water op de grond.
Giet het als water op de grond.
Eet het niet, dan gaat het jou en je kinderen na je goed, omdat je doet wat juist is in de ogen van de HEERE.
Maar je heilige gaven en je geloftegaven moet je meenemen naar de plaats die de HEERE zal kiezen.
Breng daar je brandoffers, het vlees en het bloed, op het altaar van de HEERE, je God.
Het bloed van je slachtoffers moet uitgegoten worden op het altaar van de HEERE, je God.
Het vlees mag je eten.
Het bloed van je slachtoffers moet uitgegoten worden op het altaar van de HEERE, je God.
Het vlees mag je eten.
Houd je aan al deze woorden die ik je opdraag en luister ernaar.
Dan gaat het jou en je kinderen na je voor altijd goed.
Want dan doe je wat goed en juist is in de ogen van de HEERE, je God.
Dan gaat het jou en je kinderen na je voor altijd goed.
Want dan doe je wat goed en juist is in de ogen van de HEERE, je God.
Volg de goden van de volken niet na
De HEERE, je God, zal de volken uitroeien bij wie je komt om hun land in bezit te nemen.
Je zult hun land innemen en er wonen.
Je zult hun land innemen en er wonen.
Pas dan op dat je niet in de val loopt door hen na te volgen, als zij voor je uit zijn vernietigd.
Vraag niet naar hun goden en zeg niet: Hoe dienden deze volken hun goden?
Zo wil ik het ook doen.
Vraag niet naar hun goden en zeg niet: Hoe dienden deze volken hun goden?
Zo wil ik het ook doen.
Zo mag je de HEERE, je God, niet vereren.
Want zij hebben voor hun goden alles gedaan wat de HEERE verafschuwt en haat.
Zij hebben zelfs hun zonen en dochters voor hun goden verbrand.
Want zij hebben voor hun goden alles gedaan wat de HEERE verafschuwt en haat.
Zij hebben zelfs hun zonen en dochters voor hun goden verbrand.
Houd je nauwkeurig aan alles wat ik jullie opdraag.
Voeg er niets aan toe en laat er niets van weg.
Voeg er niets aan toe en laat er niets van weg.