Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Deuteronomium 13

Waarschuwing tegen verleiding tot afgoderij

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Een valse profeet
Stel dat er onder jullie een profeet of een dromer opstaat.
Hij kondigt je een teken of een wonder aan.

Dat teken of wonder gebeurt ook, en hij zegt: Laten wij andere goden volgen en dienen, goden die je niet kent.
Luister dan niet naar de woorden van die profeet of die dromer.
Want de HEERE, jullie God, stelt jullie op de proef.
Hij wil weten of jullie de HEERE, jullie God, liefhebben met heel je hart en met heel je ziel.

Volg de HEERE, jullie God, en vrees Hem.
Houd je aan Zijn geboden en luister naar Hem.
Dien Hem en houd je aan Hem vast.

Die profeet of dromer moet gedood worden.
Want hij heeft opgeroepen tot afval van de HEERE, jullie God, die jullie uit Egypte heeft geleid en je uit het slavenhuis bevrijd heeft.
Hij wilde je afbrengen van de weg die de HEERE, je God, je heeft opgedragen.
Zo moet je het kwaad uit je midden wegdoen.

Iemand uit je eigen kring
Stel dat iemand je in het geheim probeert over te halen.
Dat kan je broer zijn, de zoon van je moeder, je zoon of dochter, je eigen vrouw of je beste vriend.
Hij zegt: Laten wij andere goden gaan dienen, goden die jij en je voorouders niet kennen.

Het gaat dan om goden van de volken om je heen, dichtbij of ver weg, van het ene eind van de aarde tot het andere.
Geef niet toe en luister niet naar hem.
Heb geen medelijden met hem, spaar hem niet en bescherm hem niet.

Nee, je moet hem zeker doden.
Jij moet als eerste de hand tegen hem opheffen om hem te doden, daarna het hele volk.

Stenig hem, zodat hij sterft.
Want hij heeft geprobeerd je af te brengen van de HEERE, je God, die je uit Egypte heeft geleid, uit het slavenhuis.

Heel Israël zal het horen en bang worden.
Dan doet niemand meer zoiets slechts onder jullie.

Een afvallige stad
Stel dat je hoort over een van de steden die de HEERE, je God, je geeft om er te wonen:
Er zijn nietsnutten uit jullie midden opgestaan.
Zij hebben de inwoners van hun stad verleid en gezegd: Laten wij andere goden gaan dienen, goden die jullie niet kennen.

Onderzoek het dan, zoek het uit en vraag het goed na.
Als blijkt dat het waar is en vaststaat dat zo'n gruwel onder jullie is gedaan,
sla dan de inwoners van die stad met het zwaard.
Sla de stad met de ban, met alles wat erin is, ook het vee.

Verzamel alle buit midden op het plein van de stad.
Verbrand dan de stad met al haar buit volledig, als offer voor de HEERE, je God.
Zij moet voorgoed een puinhoop blijven en mag nooit meer herbouwd worden.

Houd niets van wat met de ban geslagen is voor jezelf.
Dan keert de HEERE zich af van Zijn brandende toorn.
Dan zal Hij je barmhartig zijn, zich over je ontfermen en je talrijk maken, zoals Hij je voorouders onder ede beloofd heeft.

Dat doet Hij als je luistert naar de HEERE, je God, en je houdt aan al Zijn geboden die ik je vandaag geef.
Doe dus wat juist is in de ogen van de HEERE, je God.

Download hoofdstuk als tekstbestand