Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Daniël 11

De koning van het Zuiden en de koning van het Noorden

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 9 minuten
Perzië en Griekenland
In het eerste jaar van Darius de Meder stond ik naast hem om hem te steunen en sterk te maken.
Nu zal ik je de waarheid vertellen.
Kijk, er zullen nog drie koningen in Perzië opstaan.
De vierde zal veel rijker worden dan alle anderen.
Als hij sterk is door zijn rijkdom, zal hij iedereen opzetten tegen het koninkrijk Griekenland.

Daarna zal er een machtige koning opstaan.
Hij zal met grote macht heersen en doen wat hij wil.

Maar zodra hij staat, zal zijn rijk breken en verdeeld worden naar de vier windstreken van de hemel.
Het gaat niet naar zijn nakomelingen en het krijgt niet de macht die hij had.
Want zijn rijk zal uitgerukt worden en aan anderen gegeven.

Twee koninkrijken tegenover elkaar
De koning van het Zuiden zal sterk worden.
Maar een van zijn vorsten zal sterker worden dan hij en gaan heersen.
Zijn macht zal een grote macht zijn.

Na een aantal jaren zullen zij een bondgenootschap sluiten.
De dochter van de koning van het Zuiden zal naar de koning van het Noorden komen om een verdrag te sluiten.
Maar zij zal haar kracht niet kunnen behouden.
Hij en zijn macht zullen niet standhouden.
Zij zal overgeleverd worden, met wie haar gebracht hebben, met haar vader en met wie haar in die tijd steunden.

Maar uit haar familie zal iemand opstaan in zijn plaats.
Hij zal met een leger komen tegen de vestingen van de koning van het Noorden.
Hij zal tegen ze optreden en ze veroveren.

Hij zal ook hun goden meenemen naar Egypte, met hun beelden en hun kostbare voorwerpen van zilver en goud.
Een aantal jaren zal hij de koning van het Noorden met rust laten.

De koning van het Noorden zal het koninkrijk van het Zuiden binnenvallen, maar hij zal naar zijn eigen land terugkeren.
Zijn zonen zullen zich in de strijd storten.
Zij zullen een grote menigte legers verzamelen.
Een van hen zal snel komen, alles overstromen als een vloed en doortrekken.
Daarna komt hij terug en voert hij de strijd tot aan zijn vesting.

De koning van het Zuiden zal woedend worden.
Hij zal uittrekken en tegen hem strijden, tegen de koning van het Noorden.
Die brengt ook een grote menigte op de been, maar die menigte zal in zijn hand gegeven worden.

Als die menigte weggevaagd is, zal zijn hart hoogmoedig worden.
Hij zal tienduizenden neerslaan, maar sterk zal hij niet blijven.

Want de koning van het Noorden zal terugkomen.
Hij zal een grotere menigte op de been brengen dan de eerste keer.
Na een aantal jaren zal hij snel komen met een groot leger en veel uitrusting.

In die tijd zullen velen opstaan tegen de koning van het Zuiden.
Ook gewelddadige mensen uit je eigen volk zullen zich verheffen om het visioen waar te maken, maar zij zullen vallen.

De koning van het Noorden zal komen, een wal opwerpen en versterkte steden innemen.
De legers van het Zuiden zullen niet standhouden, ook zijn beste troepen niet.
Er zal geen kracht zijn om stand te houden.

Wie tegen hem komt, zal doen wat hij wil en niemand zal tegen hem standhouden.
Hij zal ook staan in het prachtige land en hij zal de macht hebben om te vernietigen.

Hij zal zich voornemen om te komen met de macht van heel zijn rijk.
Hij zal een verdrag meebrengen en dat uitvoeren.
Hij zal hem een dochter geven om het rijk te gronde te richten.
Maar dat zal niet standhouden en het zal hem niet lukken.

Daarna zal hij zich naar de kustlanden keren en er veel innemen.
Maar een aanvoerder zal een einde maken aan zijn hoon.
Hij zal die hoon zelfs op hem laten terugkomen.

Dan zal hij zich keren naar de vestingen van zijn eigen land.
Maar hij zal struikelen en vallen en niet meer gevonden worden.

In zijn plaats zal iemand opstaan die een belastingambtenaar rondstuurt door het pronkstuk van zijn rijk.
Maar binnen een paar dagen zal hij gebroken worden, niet door woede en niet door oorlog.

De verachte koning
Daarna zal er een verachte man in zijn plaats opstaan.
Hem wordt de koninklijke waardigheid niet gegeven.
Maar hij zal ongemerkt komen en het koninkrijk met vleierij in handen krijgen.

Legers die alles overstromen, worden voor hem weggespoeld en gebroken.
Ook de vorst van het verbond wordt gebroken.

Na een verbond met hem zal hij bedrog plegen.
Hij zal optrekken en sterk worden met weinig mensen.

Ongemerkt zal hij de rijkste delen van het gewest binnenkomen.
Hij zal doen wat zijn vaderen en hun vaderen nooit deden.
Roof, buit en bezit zal hij onder hen uitdelen.
Hij zal plannen bedenken tegen de vestingen, maar slechts voor een tijd.

Hij zal zijn kracht en zijn moed richten tegen de koning van het Zuiden, met een groot leger.
De koning van het Zuiden zal zich in de strijd storten met een groot en heel machtig leger.
Maar hij zal niet standhouden, want men zal plannen tegen hem smeden.

Wie aan zijn tafel eten, zullen hem breken.
Zijn leger zal weggespoeld worden en er zullen veel doden vallen.

Het hart van deze twee koningen zal op kwaad uit zijn.
Aan één tafel zullen zij leugens spreken.
Maar het zal niet lukken, want het einde komt pas op de vastgestelde tijd.

Hij zal met veel bezit naar zijn land terugkeren.
Zijn hart zal zich keren tegen het heilige verbond.
Hij zal doen wat hij wil en naar zijn land terugkeren.

Op de vastgestelde tijd zal hij terugkomen en naar het Zuiden gaan.
Maar het zal niet gaan als de eerste en de laatste keer.

Want er zullen schepen uit Chittim tegen hem komen.
Daarom zal hij de moed verliezen.
Hij zal terugkeren en woedend worden op het heilige verbond.
Hij zal doen wat hij wil.
Als hij terugkeert, zal hij letten op wie het heilige verbond verlaten hebben.

Legers van hem zullen het heiligdom en de vesting ontheiligen.
Zij zullen het dagelijkse offer wegnemen en een gruwel neerzetten die verwoesting brengt.

Wie goddeloos handelen tegen het verbond, zal hij met vleierij tot huichelen brengen.
Maar het volk dat hun God kent, zal standhouden en handelen.

De leraars van het volk zullen velen onderwijzen.
Zij zullen vallen door het zwaard en door het vuur, door gevangenschap en door plundering, veel dagen lang.

Als zij vallen, krijgen zij een beetje hulp.
Maar velen zullen zich met vleierij bij hen aansluiten.

Van de leraars zullen sommigen vallen.
Zo worden zij gelouterd, gereinigd en wit gemaakt, tot de tijd van het einde.
Want die komt pas op de vastgestelde tijd.

Een koning die zich boven alles verheft
Die koning zal doen wat hij wil.
Hij zal zichzelf verheffen en groot maken boven elke god.
Tegen de God van de goden zal hij ongehoorde dingen zeggen.
Het zal hem lukken, tot de toorn ten einde is.
Want wat vaststaat, zal gebeuren.

Hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen en niet op de begeerte van vrouwen.
Op geen enkele god zal hij letten, want hij zal zichzelf boven alles groot maken.

In plaats daarvan zal hij de god van de vestingen eren.
Die god kenden zijn vaderen niet.
Hij zal hem eren met goud en zilver, met edelstenen en kostbaarheden.

Met hulp van die vreemde god zal hij sterke vestingen aanpakken.
Wie hem erkennen, zal hij grote eer geven.
Hij zal hen over velen laten heersen en het land als beloning verdelen.

In de tijd van het einde zal de koning van het Zuiden hem aanvallen.
De koning van het Noorden zal op hem afstormen met wagens, ruiters en veel schepen.
Hij zal de landen binnenvallen, ze overstromen en doortrekken.

Hij zal ook in het prachtige land komen en veel landen zullen vallen.
Maar deze zullen aan zijn hand ontkomen: Edom, Moab en het beste deel van de Ammonieten.

Hij zal zijn hand uitstrekken naar de landen.
Ook het land Egypte zal niet ontkomen.

Hij zal macht krijgen over de verborgen schatten van goud en zilver en over alle kostbaarheden van Egypte.
De Libiërs en de Ethiopiërs zullen in zijn gevolg meelopen.

Maar berichten uit het oosten en uit het noorden zullen hem bang maken.
Daarom zal hij in grote woede uittrekken om velen te vernietigen.

Hij zal zijn koninklijke tenten opslaan tussen de zee en de heilige, prachtige berg.
Dan zal zijn einde komen en niemand zal hem helpen.

Download hoofdstuk als tekstbestand