Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Baruch 1

De brief uit Babel

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Baruch leest het boek voor
Dit zijn de woorden van het boek dat Baruch geschreven heeft in Babylonië, de zoon van Neria, de zoon van Mahaseja, de zoon van Zedekia, de zoon van Asadia, de zoon van Chelkia.
Het was in het vijfde jaar, op de zevende dag van de maand, in de tijd dat de Chaldeeën Jeruzalem hadden ingenomen en met vuur verbrand.
Baruch las de woorden van dit boek voor aan Jechonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda,
en aan heel het volk dat naar de voorlezing kwam, aan de machthebbers en de zonen van de koningen, aan de oudsten en aan heel het volk, van klein tot groot, aan allen die in Babylonië woonden bij de rivier de Sud.
Zij huilden, vastten en baden tot de Heere.
Zij zamelden geld in, ieder naar wat hij kon.
Zij stuurden het naar Jeruzalem, naar de priester Jojakim, de zoon van Chelkia, de zoon van Salom, en naar de priesters en naar heel het volk dat bij hem in Jeruzalem gevonden werd.
Dat was toen hij de voorwerpen van het huis van de Heere had ontvangen die uit de tempel waren weggevoerd, om ze terug te brengen naar het land Juda, op de tiende dag van de maand Sivan: de zilveren voorwerpen die Zedekia had laten maken, de zoon van Josia, de koning van Juda,
nadat Nebukadnezar, de koning van Babel, uit Jeruzalem had weggevoerd: Jechonia, de leiders, de gevangenen, de machthebbers en het volk van het land, en hen naar Babel had gebracht.
Koop offers en bid voor ons
Zij zeiden: Kijk, wij sturen u geld.
Koop daarvoor brandoffer, zondoffer en wierook, maak een graanoffer klaar en offer dat op het altaar van de Heere, onze God.

Bid voor het leven van Nebukadnezar, de koning van Babel, en voor het leven van Belsazar, zijn zoon, zodat hun dagen mogen zijn als de dagen van de hemel boven de aarde.
Dan zal de Heere ons kracht geven en onze ogen verlichten.
Wij zullen leven in de schaduw van Nebukadnezar, de koning van Babel, en in de schaduw van Belsazar, zijn zoon, en wij zullen hen vele dagen dienen en genade bij hen vinden.

Bid ook voor ons tot de Heere, onze God, want wij hebben tegen de Heere, onze God, gezondigd, en de toorn en de woede van de Heere zijn tot op deze dag niet van ons weggekeerd.
En u zult dit boek dat wij u gestuurd hebben in het huis van de Heere openlijk voorlezen, op de feestdag en op de daarvoor bestemde dagen.
Bij de Heere is gerechtigheid
En zeg dan: Bij de Heere, onze God, is gerechtigheid, maar bij ons is schaamte op het gezicht, zoals het vandaag gaat met de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem,
met onze koningen, onze leiders, onze priesters, onze profeten en onze voorouders,
om de zonden die wij tegenover de Heere begaan hebben.
Wij zijn Hem ongehoorzaam geweest en hebben niet geluisterd naar de stem van de Heere, onze God, om te leven naar de geboden van de Heere die Hij ons gegeven had.
Vanaf de dag dat de Heere onze voorouders uit Egypte geleid heeft tot op vandaag zijn wij ongehoorzaam geweest aan de Heere, onze God, en wij waren er snel bij om niet naar Zijn stem te luisteren.
Daarom kleven ons de ellende en de vloek aan die de Heere door Zijn dienaar Mozes bepaald had op de dag dat Hij onze voorouders uit Egypte leidde om ons een land te geven dat overvloeide van melk en honing, zoals het vandaag is.
Wij hebben niet geluisterd naar de stem van de Heere, onze God, naar alle woorden van de profeten die Hij naar ons gestuurd heeft.
Maar ieder van ons ging door met de gedachten van zijn slechte hart, om andere goden te offeren en kwaad te doen voor de ogen van de Heere, onze God.

Download hoofdstuk als tekstbestand