Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Samuel 17
De raad van Husai
Achitofel en Husai geven raad
Achitofel zei ook tegen Absalom: Laat mij 12.000 man uitkiezen.
Dan ga ik vannacht op weg om David te achtervolgen.
Dan ga ik vannacht op weg om David te achtervolgen.
Ik zal hem overvallen nu hij moe en uitgeput is.
Ik zal hem schrik aanjagen, en al het volk dat bij hem is, zal vluchten.
Dan dood ik alleen de koning.
Ik zal hem schrik aanjagen, en al het volk dat bij hem is, zal vluchten.
Dan dood ik alleen de koning.
Het hele volk zal ik bij u terugbrengen.
Als de man die u zoekt, er niet meer is, keren zij allemaal terug.
Dan zal het hele volk in vrede zijn.
Als de man die u zoekt, er niet meer is, keren zij allemaal terug.
Dan zal het hele volk in vrede zijn.
Dit plan vond Absalom goed, en ook alle oudsten van Israël.
Maar Absalom zei: Roep ook Husai, de Archiet.
Laten wij horen wat hij ervan zegt.
Laten wij horen wat hij ervan zegt.
Toen Husai bij Absalom kwam, zei Absalom tegen hem: Dit heeft Achitofel voorgesteld.
Moeten wij doen wat hij zegt?
Zo niet, zeg jij het dan.
Moeten wij doen wat hij zegt?
Zo niet, zeg jij het dan.
Husai zei tegen Absalom: De raad die Achitofel deze keer gegeven heeft, is niet goed.
Husai zei verder: U kent uw vader en zijn mannen.
Het zijn helden, en zij zijn woedend als een beer in het veld die van zijn jongen is beroofd.
Bovendien is uw vader een ervaren strijder.
Hij zal de nacht niet bij het volk doorbrengen.
Het zijn helden, en zij zijn woedend als een beer in het veld die van zijn jongen is beroofd.
Bovendien is uw vader een ervaren strijder.
Hij zal de nacht niet bij het volk doorbrengen.
Kijk, hij heeft zich nu verstopt in een van de grotten of op een andere plaats.
Als er dan in het begin enkelen van ons vallen, zal iedereen het horen.
Dan zegt men: Er is een slachting aangericht onder het volk dat Absalom volgt.
Als er dan in het begin enkelen van ons vallen, zal iedereen het horen.
Dan zegt men: Er is een slachting aangericht onder het volk dat Absalom volgt.
Dan zal zelfs de dapperste, die een hart heeft als een leeuw, helemaal de moed verliezen.
Want heel Israël weet dat uw vader een held is, en dat de mannen bij hem dapper zijn.
Want heel Israël weet dat uw vader een held is, en dat de mannen bij hem dapper zijn.
Daarom geef ik deze raad: laat heel Israël zich snel bij u verzamelen, van Dan tot Berseba, zo talrijk als het zand aan de zee.
Dan moet u zelf mee ten strijde trekken.
Dan moet u zelf mee ten strijde trekken.
Dan overvallen wij hem op de plaats waar hij zich bevindt.
Wij vallen op hem zoals de dauw op de aarde valt.
Van hem en van al de mannen bij hem blijft er niet één over.
Wij vallen op hem zoals de dauw op de aarde valt.
Van hem en van al de mannen bij hem blijft er niet één over.
Als hij zich in een stad terugtrekt, zal heel Israël touwen naar die stad brengen.
Dan slepen wij die stad het dal in, tot er geen steentje meer van te vinden is.
Dan slepen wij die stad het dal in, tot er geen steentje meer van te vinden is.
Toen zeiden Absalom en alle mannen van Israël: De raad van Husai, de Archiet, is beter dan die van Achitofel.
Want de HEERE had besloten de goede raad van Achitofel te verijdelen, om onheil over Absalom te brengen.
Want de HEERE had besloten de goede raad van Achitofel te verijdelen, om onheil over Absalom te brengen.
David wordt gewaarschuwd
Husai zei tegen de priesters Zadok en Abjathar: Dit en dat heeft Achitofel Absalom en de oudsten van Israël aangeraden.
Maar ik heb dit en dat aangeraden.
Maar ik heb dit en dat aangeraden.
Stuur nu snel een bericht naar David en laat zeggen: Overnacht vannacht niet in de vlakten van de woestijn, maar steek snel over.
Anders wordt de koning met al het volk dat bij hem is, verslonden.
Anders wordt de koning met al het volk dat bij hem is, verslonden.
Jonathan en Ahimaäz wachtten bij de bron Rogel, want zij mochten niet gezien worden als zij de stad in gingen.
Een dienstmeisje ging het hun vertellen, en zij gingen het koning David vertellen.
Een dienstmeisje ging het hun vertellen, en zij gingen het koning David vertellen.
Maar een jongen zag hen en vertelde het aan Absalom.
Toen gingen zij allebei snel weg en kwamen in het huis van een man in Bahurim.
Die had een put op zijn binnenplaats, en daar gingen zij in.
Toen gingen zij allebei snel weg en kwamen in het huis van een man in Bahurim.
Die had een put op zijn binnenplaats, en daar gingen zij in.
De vrouw nam een kleed, spreidde het over de opening van de put en strooide er gort op.
Zo werd er niets ontdekt.
Zo werd er niets ontdekt.
Toen de dienaren van Absalom bij de vrouw in huis kwamen, vroegen zij: Waar zijn Ahimaäz en Jonathan?
De vrouw zei tegen hen: Zij zijn het beekje overgestoken.
Zij zochten hen, maar vonden hen niet.
Toen gingen zij terug naar Jeruzalem.
De vrouw zei tegen hen: Zij zijn het beekje overgestoken.
Zij zochten hen, maar vonden hen niet.
Toen gingen zij terug naar Jeruzalem.
Nadat zij weg waren, klommen de twee uit de put.
Zij gingen koning David het bericht brengen.
Zij zeiden tegen David: Sta op en steek snel het water over, want dit heeft Achitofel tegen jullie aangeraden.
Zij gingen koning David het bericht brengen.
Zij zeiden tegen David: Sta op en steek snel het water over, want dit heeft Achitofel tegen jullie aangeraden.
Toen stond David op met al het volk dat bij hem was, en zij staken de Jordaan over.
Bij het ochtendlicht was er niemand meer die de Jordaan niet was overgestoken.
Bij het ochtendlicht was er niemand meer die de Jordaan niet was overgestoken.
Toen Achitofel zag dat zijn raad niet werd opgevolgd, zadelde hij zijn ezel en ging naar huis, naar zijn eigen stad.
Hij regelde de zaken van zijn huis en hing zich op.
Zo stierf hij, en hij werd begraven in het graf van zijn vader.
Hij regelde de zaken van zijn huis en hing zich op.
Zo stierf hij, en hij werd begraven in het graf van zijn vader.
David in Mahanaïm
David kwam in Mahanaïm, en Absalom stak de Jordaan over met alle mannen van Israël.
Absalom had Amasa in plaats van Joab over het leger aangesteld.
Amasa was de zoon van een man die Jethra heette, de Israëliet.
Die had geslapen met Abigal, de dochter van Nahas en de zus van Zeruja, de moeder van Joab.
Amasa was de zoon van een man die Jethra heette, de Israëliet.
Die had geslapen met Abigal, de dochter van Nahas en de zus van Zeruja, de moeder van Joab.
Israël en Absalom sloegen hun kamp op in het land Gilead.
Toen David in Mahanaïm kwam, kwamen er mensen naar hem toe.
Het waren Sobi, de zoon van Nahas, uit Rabba van de Ammonieten, en Machir, de zoon van Ammiël, uit Lodebar.
Ook Barzillai, de Gileadiet, kwam uit Rogelim.
Het waren Sobi, de zoon van Nahas, uit Rabba van de Ammonieten, en Machir, de zoon van Ammiël, uit Lodebar.
Ook Barzillai, de Gileadiet, kwam uit Rogelim.
Zij brachten bedden, schalen en aarden potten, en ook tarwe, gerst, meel, geroosterd graan, bonen, linzen en geroosterde zaden,
honing, boter, schapen en koeienkaas voor David en het volk dat bij hem was, om te eten.
Want zij zeiden: Het volk is hongerig, moe en dorstig in de woestijn.
Want zij zeiden: Het volk is hongerig, moe en dorstig in de woestijn.