Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Ethiopische boeken

2 Meqabyan 16

Wat je zaait, komt op

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Je nagels en je haar
Kijk nu eens naar wat er aan uw eigen lichaam zit: de nagels van uw handen en uw voeten en het haar van uw hoofd.
Telkens knipt u ze af, en telkens groeien ze weer aan.
Weet het dan echt, als u verstand en kennis hebt.
En waar komen ze dan vandaan, zegt u — die nagels van uw handen en voeten en dat haar van uw hoofd?
Is het niet God die het zo geregeld heeft dat ze weer opkomen, zodat u de opstanding van de doden zou kennen, die met uw eigen lichaam zal gebeuren en niet in een ander lichaam, zodat u zelf zou weten dat u uit de doden zult opstaan?
En u zult vergolden worden naar wat u gedaan hebt, naar de overtreding en de zonde die u begaan hebt, op de dag van de opstanding van de doden, omdat u het volk misleid hebt door te zeggen: Er is geen opstanding van de doden.
Elk zaad naar zijn soort
En nu zult u het zien wanneer de dag van uw vergelding u bereikt.
Want wat u gezaaid hebt, weigert niet op te komen, of het nu graan is of tarwe.
En zo weigert ook de boom die u geplant hebt niet uit te lopen, of het nu een wijnstok is of een vijgenboom.
Zijn blad en zijn vrucht veranderen niet.
En als u een wijnstok geplant hebt, verandert die niet in een vijgenboom.
Als u een vijgenboom geplant hebt, verandert die niet in een wijnstok.
En als u tarwe gezaaid hebt, verandert die niet in gerst.
En als u gerst gezaaid hebt, verandert die niet in tarwe.
Zij allemaal, elk naar zijn zaad en naar zijn soort en naar zijn vrucht en naar zijn boom en naar zijn blad en naar zijn loot, worden gezegend door de dauw van de barmhartigheid die van God komt, en zij brengen vrucht voort.
Zo brengt ook de aarde voort wat God gezaaid heeft.
Zij laat ziel en lichaam opkomen: wie het goede doen, en die veranderen niet in mensen die kwaad doen, en wie het kwade doen, en die veranderen niet in mensen die goed doen.
Wat God gezaaid heeft, ziel en lichaam, komt op.
Twee opstandingen
En wanneer de tijd voor het blazen van de bazuin gekomen is, zullen de doden opstaan door de dauw van de barmhartigheid die van God komt.
Wie het goede gedaan hebben, staan op tot het leven.
En hun loon is de tuin van de vreugde, een woning voor de reinen, die Hij klaargemaakt heeft voor de goeden, waar geen ziekte en geen pijn is, en waar zij daarna niet meer sterven.
Maar wie het kwade gedaan hebben, staan op tot het oordeel, samen met de duivel die hen misleid heeft,
en met zijn boze demonen, die niet willen dat ook maar één mens gered wordt, tot het eeuwige oordeel.
Naar beneden, tot in de hoeken van de duisternis, waar gehuil is en tandengeknars, waar geen genade en geen barmhartigheid is en waar geen ontkomen aan is tot in alle eeuwigheid, omdat zij geen goed gedaan hebben in hun leven op de aarde, terwijl zij in hun lichaam waren.
En daarom zullen zij geoordeeld worden bij de opstanding van ziel en lichaam.
Aan wie niet geloven in de opstanding van ziel en lichaam samen, zal God de grootheid van Zijn wonderen laten zien.
En ieder zal vergolden worden naar wat hij gedaan heeft en naar het werk van zijn hand.

Download hoofdstuk als tekstbestand