Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
2 Makkabeeën 1
Twee brieven naar Egypte
De eerste brief
De broeders, de Joden in Jeruzalem en in het land Judea, wensen de broeders, de Joden in Egypte, voorspoed en goede vrede.
Moge God u goeddoen en denken aan Zijn verbond dat Hij gesloten heeft met Abraham, Izaäk en Jakob, Zijn trouwe dienaren.
Moge Hij u allen een hart geven om Hem te dienen en Zijn wil te doen met een goed hart en een gewillige ziel.
Moge Hij uw hart openen voor Zijn wet en Zijn geboden, en moge Hij u vrede geven.
Moge Hij uw gebeden verhoren, moge Hij met u verzoend zijn en u niet in de slechte tijd in de steek laten.
Ook nu bidden wij hier voor u.
Toen Demetrius koning was, in het honderdnegenenzestigste jaar, hebben wij, Joden, u geschreven in de verdrukking en de uiterste nood die ons in die jaren overkomen is, vanaf de tijd dat Jason en zijn mensen zich van het heilige land en het koninkrijk hebben afgekeerd.
Zij hebben de voorpoort verbrand en onschuldig bloed vergoten.
Wij baden tot de Heere en werden verhoord.
Wij brachten slachtoffers en meelbloem, wij staken de lampen aan en legden de toonbroden neer.
Wij baden tot de Heere en werden verhoord.
Wij brachten slachtoffers en meelbloem, wij staken de lampen aan en legden de toonbroden neer.
Vier dan nu ook de dagen van het Loofhuttenfeest in de maand Kislev.
De tweede brief begint
In het jaar honderdachtentachtig.
Wie in Jeruzalem en Judea zijn, en de raad van de oudsten, en Judas, wensen Aristobulus, de leermeester van koning Ptolemeüs, uit het geslacht van de gezalfde priesters, en de andere Joden in Egypte voorspoed en gezondheid.
Wie in Jeruzalem en Judea zijn, en de raad van de oudsten, en Judas, wensen Aristobulus, de leermeester van koning Ptolemeüs, uit het geslacht van de gezalfde priesters, en de andere Joden in Egypte voorspoed en gezondheid.
Nu God ons uit grote gevaren gered heeft, danken wij Hem zeer, alsof wij tegen de koning zelf gestreden hadden.
Want Hij heeft wie ons in de heilige stad bestreden, voor ons uit verdreven.
Want de aanvoerder kwam in Perzië, en zijn leger dat onoverwinnelijk leek, werd verslagen in de tempel van Nanea, door de bedrieglijke woorden van de priesters van Nanea.
Want Antiochus kwam met zijn vrienden op die plaats om met de godin te trouwen en het geld als bruidsschat te ontvangen.
De priesters van Nanea boden hem dat aan.
En toen hij met een paar mannen de zuilengang van de tempel binnengekomen was, sloten zij de tempel af.
En toen hij met een paar mannen de zuilengang van de tempel binnengekomen was, sloten zij de tempel af.
Antiochus ging naar binnen, en zij openden een geheime deur in het gewelf.
Zij gooiden met stenen en doodden de aanvoerder en zijn mannen als door de bliksem.
Zij hakten hen in stukken, sloegen hun hoofden af en gooiden die naar buiten, naar wie daar stonden.
Zij gooiden met stenen en doodden de aanvoerder en zijn mannen als door de bliksem.
Zij hakten hen in stukken, sloegen hun hoofden af en gooiden die naar buiten, naar wie daar stonden.
In alles zij onze God geprezen, die de goddelozen aan de straf heeft overgegeven.
Wij gaan op de vijfentwintigste van de maand Kislev de reiniging van de tempel vieren.
Wij vonden het passend u dat te laten weten, zodat u het ook viert als een Loofhuttenfeest, en als een feest van het vuur uit de tijd dat Nehemia de tempel en het altaar gebouwd had en offers bracht.
Wij vonden het passend u dat te laten weten, zodat u het ook viert als een Loofhuttenfeest, en als een feest van het vuur uit de tijd dat Nehemia de tempel en het altaar gebouwd had en offers bracht.
Het verborgen vuur
Want toen onze voorouders naar Perzië werden weggevoerd, namen de godvrezende priesters van toen in het geheim iets van het vuur van het altaar en verborgen dat in de holte van een put met droge bodem.
Zij hebben het daar veiliggesteld, zodat niemand die plaats kende.
Zij hebben het daar veiliggesteld, zodat niemand die plaats kende.
Er gingen veel jaren voorbij.
Toen God het goedvond, stuurde Nehemia, die door de koning van Perzië gestuurd was, de nakomelingen van de priesters die het verborgen hadden, naar dat vuur.
Zij lieten weten dat zij geen vuur gevonden hadden, maar dik water.
Toen God het goedvond, stuurde Nehemia, die door de koning van Perzië gestuurd was, de nakomelingen van de priesters die het verborgen hadden, naar dat vuur.
Zij lieten weten dat zij geen vuur gevonden hadden, maar dik water.
Toen gaf hij hun bevel dat op te scheppen en te brengen.
Toen alles wat bij het offer hoorde geofferd was, gaf Nehemia de priesters bevel het hout en wat erop lag met dat water te besprenkelen.
Toen alles wat bij het offer hoorde geofferd was, gaf Nehemia de priesters bevel het hout en wat erop lag met dat water te besprenkelen.
Toen dat gebeurd was, en de tijd kwam dat de zon, die eerst achter wolken zat, weer ging schijnen, ontstak er een groot vuur, zodat zij zich allemaal verbaasden.
En terwijl het offer verteerd werd, baden de priesters, en heel het volk.
Jonathan begon, en de anderen vielen hem eenstemmig bij, met Nehemia.
Jonathan begon, en de anderen vielen hem eenstemmig bij, met Nehemia.
Het gebed bij het offer
Het gebed ging zo: Heere, Heere God, U die alles geschapen hebt, U die ontzagwekkend bent en sterk en rechtvaardig en vol ontferming, U die als enige koning bent en goed,
U die als enige gul bent, als enige rechtvaardig, almachtig en eeuwig, U die Israël redt van alles wat kwaad is, U die onze voorouders tot uitverkorenen gemaakt en geheiligd hebt:
neem dit offer aan voor heel Uw volk Israël, bewaar Uw eigen deel en heilig hen.
Breng onze verstrooiden weer bijeen.
Maak hen vrij die onder de volken slaaf zijn.
Zie naar hen om die als niets gelden en als iets gruwelijks gezien worden, en laat de volken erkennen dat U onze God bent.
Maak hen vrij die onder de volken slaaf zijn.
Zie naar hen om die als niets gelden en als iets gruwelijks gezien worden, en laat de volken erkennen dat U onze God bent.
Straf hen die over ons heersen en die ons in hoogmoed beledigen.
Plant Uw volk in deze heilige plaats van U, zoals Mozes gezegd heeft.
Het water dat brandde
De priesters zongen ondertussen lofliederen.
En toen het offer verteerd was, gaf Nehemia bevel het water dat nog over was op grote stenen te gieten.
Toen dat gebeurd was, sloeg er een vlam op, en toen het licht van het altaar ertegenaan scheen, werd het water verteerd.
Toen dit bekend werd en aan de koning van Perzië gemeld werd dat er op de plek waar de weggevoerde priesters het vuur verborgen hadden water tevoorschijn gekomen was, waarmee Nehemia het offer geheiligd had,
onderzocht de koning de zaak, en hij liet die plaats omheinen en heilig verklaren.
Aan wie hij goedgezind was, heeft hij daar veel en allerlei giften uit genomen en uitgedeeld.
Nehemia noemde het Neftar, wat vertaald reiniging betekent.
Door velen wordt het nog steeds Neftar genoemd.
Door velen wordt het nog steeds Neftar genoemd.