Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

1 Makkabeeën 16

Johannes volgt Simon op

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Simon draagt de strijd over
Johannes kwam uit Gazara en vertelde zijn vader Simon wat Cendebeüs deed.
Simon riep zijn twee oudste zonen, Judas en Johannes, en zei tegen hen: Ik en mijn broers en het huis van mijn vader hebben vanaf onze jeugd tot op vandaag oorlog gevoerd tegen de vijanden van Israël, en het is ons gelukt Israël vaak door onze handen te bevrijden.
Maar nu ben ik oud geworden, en jullie zijn nu op de leeftijd om dit werk van ontferming te doen.
Neem dan de plaats in van mij en van mijn broers.
Trek op en vecht voor ons volk.
En laat de hulp uit de hemel met jullie zijn.

De slag tegen Cendebeüs
Hij koos uit het land twintigduizend strijdbare mannen en een aantal ruiters.
Zij trokken op tegen Cendebeüs en overnachtten in Modin.
Vroeg in de ochtend stonden zij op en trokken naar de vlakte.
En zie, een grote macht te voet en te paard kwam hun tegemoet, en tussen hen in lag een beek.
Hij legerde zich met zijn mannen recht tegenover hen.
Toen hij zag dat het volk bang was om de beek over te steken, ging hij als eerste zelf over, en toen de mannen dat zagen, gingen zij achter hem aan.
Hij verdeelde het volk en zette de ruiters midden tussen het voetvolk, want de ruiterij van de vijanden was heel groot.
Hij liet op de trompetten blazen, en Cendebeüs werd met zijn leger op de vlucht geslagen.
Er vielen veel gewonden van hen, en wie overbleven vluchtten naar de vesting.
Toen raakte Judas, de broer van Johannes, gewond.
Maar Johannes achtervolgde hen tot hij bij Kedron kwam, dat Cendebeüs gebouwd had.
Zij vluchtten tot in de torens in het gebied van Azotus.
Hij stak de stad in brand, en van hen vielen wel tweeduizend man, en hij keerde in vrede terug naar het land Juda.
De moord in Jericho
Ptolemeüs, de zoon van Abubus, was aangesteld als bevelhebber over de vlakte van Jericho, en hij had veel zilver en goud,
want hij was de schoonzoon van de hogepriester.
Zijn hart werd hoogmoedig.
Hij wilde het land in handen krijgen en hij wilde met bedrog tegen Simon en zijn zonen optreden om hen om te brengen.
Simon trok door de steden van het land om te zorgen voor wat zij nodig hadden.
Hij kwam in Jericho, met zijn zonen Mattathias en Judas, in het honderdzevenenzeventigste jaar, in de elfde maand, de maand Sebat.
De zoon van Abubus ontving hen met bedrog in een kleine vesting die Dok heet en die hij gebouwd had.
Hij maakte een grote maaltijd voor hen klaar en verborg daar mannen.
Toen Simon en zijn zonen flink gedronken hadden, stonden Ptolemeüs en zijn mannen op, grepen hun wapens, overvielen Simon tijdens de maaltijd en doodden hem en zijn twee zonen en een paar van zijn dienaren.
Zo pleegde hij groot verraad en vergold hij kwaad voor goed.
Ptolemeüs schreef dit op en stuurde het aan de koning, met het verzoek hem troepen te hulp te sturen, en met de belofte dat hij hem het land en de steden zou overdragen.
Hij stuurde anderen naar Gazara om Johannes om te brengen, en hij stuurde brieven aan de aanvoerders over duizend dat zij bij hem moesten komen, zodat hij hun zilver en goud en geschenken kon geven.
En hij stuurde anderen om Jeruzalem en de tempelberg in te nemen.
Maar iemand ging hen vooruit en meldde in Gazara aan Johannes dat zijn vader en zijn broers omgebracht waren en dat hij mannen gestuurd had om ook hem om te brengen.
Toen hij dat hoorde, schrok hij hevig.
Hij greep de mannen die gekomen waren om hem te doden, en hij doodde hen, want hij begreep dat zij hem naar het leven stonden.
Het slot van het boek
Wat Johannes verder gedaan heeft, zijn oorlogen en de dappere daden die hij verricht heeft, en de muren die hij opgebouwd heeft, en zijn andere daden,
dat alles staat geschreven in de boeken van de dagen van zijn hogepriesterschap, vanaf de tijd dat hij na zijn vader hogepriester geworden is.

Download hoofdstuk als tekstbestand