Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 33
Manasse en Amon
Manasse doet wat slecht is
Manasse was twaalf jaar toen hij koning werd, en hij regeerde vijfenvijftig jaar in Jeruzalem.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Hij volgde de gruwelijke gewoonten van de volken die de HEERE voor de Israëlieten verdreven had.
Hij volgde de gruwelijke gewoonten van de volken die de HEERE voor de Israëlieten verdreven had.
Hij bouwde de offerhoogten weer op die zijn vader Jehizkia afgebroken had.
Hij richtte altaren op voor de Baäls, maakte gewijde palen en boog zich voor de hele hemelse legermacht, en hij diende die.
Hij richtte altaren op voor de Baäls, maakte gewijde palen en boog zich voor de hele hemelse legermacht, en hij diende die.
Hij bouwde ook altaren in het huis van de HEERE, waarvan de HEERE gezegd had: In Jeruzalem zal mijn naam voor altijd zijn.
Verder bouwde hij altaren voor de hele hemelse legermacht, in de beide voorhoven van het huis van de HEERE.
Hij liet zijn zonen door het vuur gaan in het dal Ben-Hinnom.
Hij deed aan wichelarij, waarzeggerij en toverij, en hij stelde geestenbezweerders en waarzeggers aan.
Hij deed heel veel wat slecht was in de ogen van de HEERE en maakte Hem woedend.
Hij deed aan wichelarij, waarzeggerij en toverij, en hij stelde geestenbezweerders en waarzeggers aan.
Hij deed heel veel wat slecht was in de ogen van de HEERE en maakte Hem woedend.
Hij zette ook het beeld dat hij gemaakt had in het huis van God.
Over dat huis had God tegen David en zijn zoon Salomo gezegd: In dit huis en in Jeruzalem zal ik mijn naam voor altijd zetten.
Ik heb Jeruzalem uit alle stammen van Israël uitgekozen.
Over dat huis had God tegen David en zijn zoon Salomo gezegd: In dit huis en in Jeruzalem zal ik mijn naam voor altijd zetten.
Ik heb Jeruzalem uit alle stammen van Israël uitgekozen.
En ik zal Israël niet meer wegjagen uit het land dat ik aan jullie voorouders gegeven heb.
Dat geldt als zij alles doen wat ik hun opgedragen heb, naar de hele wet, de voorschriften en de regels van Mozes.
Dat geldt als zij alles doen wat ik hun opgedragen heb, naar de hele wet, de voorschriften en de regels van Mozes.
Manasse liet Juda en de inwoners van Jeruzalem dwalen.
Zij deden erger dan de volken die de HEERE voor de Israëlieten vernietigd had.
Zij deden erger dan de volken die de HEERE voor de Israëlieten vernietigd had.
Manasse wordt nederig
De HEERE sprak wel tegen Manasse en zijn volk, maar zij letten er niet op.
Daarom bracht de HEERE de legeraanvoerders van de koning van Assyrië over hen.
Die namen Manasse gevangen met haken, boeiden hem met twee koperen ketenen en voerden hem naar Babel.
Die namen Manasse gevangen met haken, boeiden hem met twee koperen ketenen en voerden hem naar Babel.
Toen hij in het nauw zat, smeekte hij de HEERE, zijn God, ernstig om hulp.
Hij vernederde zich diep voor de God van zijn voorouders.
Hij vernederde zich diep voor de God van zijn voorouders.
Hij bad tot Hem, en God liet zich verbidden en hoorde zijn smeken.
Hij bracht hem terug naar Jeruzalem, in zijn koninkrijk.
Toen erkende Manasse dat de HEERE God is.
Hij bracht hem terug naar Jeruzalem, in zijn koninkrijk.
Toen erkende Manasse dat de HEERE God is.
Daarna bouwde hij de buitenmuur aan de Stad van David.
Die liep van de westkant van de Gihon in het dal tot aan de ingang van de Vispoort.
Hij trok die om de Ofel heen en maakte hem heel hoog.
Ook legerde hij legeraanvoerders in alle versterkte steden in Juda.
Die liep van de westkant van de Gihon in het dal tot aan de ingang van de Vispoort.
Hij trok die om de Ofel heen en maakte hem heel hoog.
Ook legerde hij legeraanvoerders in alle versterkte steden in Juda.
Hij haalde de vreemde goden en dat beeld uit het huis van de HEERE weg.
Ook haalde hij alle altaren weg die hij op de tempelberg en in Jeruzalem gebouwd had, en hij gooide ze buiten de stad.
Ook haalde hij alle altaren weg die hij op de tempelberg en in Jeruzalem gebouwd had, en hij gooide ze buiten de stad.
Hij herstelde het altaar van de HEERE en bracht er dankoffers en lofoffers op.
Hij zei tegen Juda dat zij de HEERE, de God van Israël, moesten dienen.
Hij zei tegen Juda dat zij de HEERE, de God van Israël, moesten dienen.
Maar het volk offerde nog op de offerhoogten, al was het aan de HEERE, hun God.
Het einde van Manasse
De verdere geschiedenis van Manasse en zijn gebed tot zijn God staan in de kronieken van de koningen van Israël.
Daar staan ook de woorden van de zieners die in de naam van de HEERE, de God van Israël, tot hem spraken.
Daar staan ook de woorden van de zieners die in de naam van de HEERE, de God van Israël, tot hem spraken.
Zijn gebed, en hoe God zich liet verbidden, staan beschreven in de woorden van de zieners.
Daar staat ook al zijn zonde en ontrouw, en waar hij offerhoogten bouwde en gewijde palen en beelden neerzette, voordat hij nederig werd.
Daar staat ook al zijn zonde en ontrouw, en waar hij offerhoogten bouwde en gewijde palen en beelden neerzette, voordat hij nederig werd.
Manasse stierf, en zij begroeven hem bij zijn huis.
Zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
Zijn zoon Amon werd koning in zijn plaats.
Amon
Amon was tweeëntwintig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde twee jaar in Jeruzalem.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, net als zijn vader Manasse.
Amon offerde aan alle beelden die zijn vader Manasse gemaakt had, en hij diende ze.
Amon offerde aan alle beelden die zijn vader Manasse gemaakt had, en hij diende ze.
Maar hij vernederde zich niet voor de HEERE, zoals zijn vader Manasse dat wel gedaan had.
Deze Amon maakte zijn schuld juist groter.
Deze Amon maakte zijn schuld juist groter.
Zijn dienaren spanden tegen hem samen en doodden hem in zijn huis.
Maar het volk van het land doodde iedereen die tegen koning Amon samengespannen had.
Het volk maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.
Het volk maakte zijn zoon Josia koning in zijn plaats.